De jonge boer is zo slecht nog niet

Het is niet eenvoudig om als jonge boer aan de slag te gaan. Ruud Huls beheert met zijn ouders een varkenshouderij van 1100 zeugen. ©JEROEN SIMONS

Jonge boeren hebben de toekomst. Zij zijn degenen die straks ons voedsel moeten produceren. Maar er wordt niet altijd even positief gedacht over hun bedrijfstak. Een serie minidocumentaires van de Youth Food Movement en het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt moet daar verandering in brengen.

Op zijn rode Vespa rijdt Samuel Levie, de stadsjongen, door heel het land om een beeld te krijgen van jonge boeren in Nederland. Zijn Youth Food Movement (YFM) heeft uit verschillende sectoren bedrijven uitgekozen: een akkerbouwer, een kalverhouderij, een biologische kaasmakerij, een paprikateler en een worstenmaker. Levie: "We willen laten zien wie ons voedsel produceert, de verhalen van de mensen achter het eten. De boeren doen ook hun best, maar hebben tegenwoordig een slecht imago."

Op een laatste zomerse dag van september is een ploeg van de Youth Food Movement op varkenshouderij de 'Kniepert' in Silvolde, in de buurt van Doetinchem. Samen met boer Ruud Huls staat Levie in het midden van een van de varkensstallen. Beide mannen hebben een blauwe overall aan met groene laarzen. Tegenover hen staat een cameraman en iets verder de regisseur. "Boven de varkens uit praten", gebiedt de laatste, waarna een varken de noodzaak daarvan laat horen door hard tegen een ijzeren hek aan te beuken.

Joris Lohman hoort ook bij de jongerenbeweging die een beter en eerlijker systeem wil voor voedselproductie en -consumptie. "We proberen een verbinding te maken tussen stad en platteland", vertelt hij. "Landbouw voedt vooral de stad, maar er lijkt zo'n grote afstand tussen de twee te zitten. De meeste mensen hebben best een raar beeld over hoe ons voedsel wordt geproduceerd. Bijvoorbeeld doordat varkenshouders vaak negatief in het nieuws komen."

Hiermee doelt hij onder meer op de discussie over megastallen en het feit dat varkens meer mest produceren dan de bodem aankan. Ook Huls realiseert zich dat zijn beroepstak een niet al te best imago heeft. "Maar elke individuele varkenshouder kan daar zelf wat aan doen. Zo hebben wij laatst een open dag gehad voor buurtbewoners. We kregen veel positieve reacties. Er zijn veel mensen langsgekomen die niet wisten dat het er zo aan toeging."

Ruud Huls is 28 jaar. Samen met zijn ouders beheert hij de varkenshouderij. Er leven zo'n 1100 zeugen. Bij binnenkomst schalt 'Born in the USA' van Bruce Springsteen door de luidsprekers. "Varkens schijnen van klassieke muziek te houden, maar voor mij moet het ook leuk blijven", lacht hij. Achter de groene deuren liggen zeugen met hun pasgeboren biggetjes. Om ervoor te zorgen dat de varkens niet schrikken van harde geluiden of een plots openslaande deur, staat de muziek aan. De varkens zien er goed uit. Enkelen liggen te slapen en anderen lopen rondjes, ondanks een niet al te ruime stal. Na tien weken worden de biggetjes naar een vleesvarkenshouder gestuurd waar ze blijven tot ze geslacht kunnen worden.

De boerderij van Huls is een 'gangbaar bedrijf', geen megastal, geen biologische boerderij. Maar ook hij verzorgt de dieren goed, zegt hij. "Dat is logisch. Als we ze niet goed verzorgen, presteren ze niet goed en verdienen we er niks aan." Huls heeft wel een idee waar het negatieve imago van megastallen vandaan komt. "Grote bedrijven vestigden zich op plekken waar eerst geen boerderij was. De omwonenden kennen dat niet en noemen zo'n stal al gauw een megastal. Mensen vinden het meestal normaler als er een boerderij is die in de loop der jaren steeds wat uitbreidt. Dan zijn ze het namelijk al gewend."

Lohman noemt het bezoek aan de varkenshouder 'heftig'. Dat heeft vooral te maken met de geur die een dag later nog te ruiken is in zijn kleding. "Het is misschien niet het ideaalbeeld dat men van een varkensstal heeft, maar ik ben er zeker niet van geschrokken. Wat mij vooral opvalt is dat Huls trots is op zijn bedrijf en de manier waarop hij met zijn varkens omgaat. Er is vast ruimte voor verbetering, maar de maatschappij vraagt naar veel en goedkoop voedsel. Dat maakt dat de productie ervan niet anders kan dan op deze grootschalige manier."

De Youth Food Movement bestaat nu twee jaar. De serie reportages die YFM heeft gemaakt is onderdeel van hun eerste, internationale campagne voor een duurzamer Europees voedselbeleid: CAP2013: Common Agricultural Policy, ofwel: het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

De YFM heeft zes filmpjes gemaakt, met vijf verschillende thema's. Er is aandacht voor duurzaamheid, innovatie en de positie van jonge boeren. Het thema van de aflevering met Huls is dierenwelzijn. Lohman: "De hoofdvraag is of consumenten moeten betalen voor dierenwelzijn of dat de EU dat via subsidies moet doen. We willen het contrast laten zien. Vanuit mijn perspectief, dat van de stad, zie ik vooral veel negatief nieuws over dierenwelzijn. De kiloknallers bijvoorbeeld. De boer wordt steeds slecht weggezet en de biologische boer wordt gezien als de enige goede. Er is een middenweg nodig, denk ik, want aan de andere kant willen mensen wel gewoon goedkoop vlees eten."

YFM werkt voor deze filmpjes samen met het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK), een belangenvereniging van jonge boeren. Sander Kerkhoffs is voor de NAJK aanwezig bij het filmen op de varkenshouderij. Ook hij is een jonge boer: "Ik merk dat er een spanningsveld is tussen de bevolking en landbouw. We werken met het NAJK mee aan dit project, omdat we willen laten zien waar we mee bezig zijn."

Slechts vijf procent van de boeren in Nederland is jonger dan dertig jaar. Jonge boeren hebben het lastig, vertelt Kerkhoffs. De prijzen zijn laag en het is moeilijk om een bedrijf over te nemen of te starten door hoge grondprijzen. "De bevolking wil dat varkens meer ruimte krijgen in hun stallen, maar ze willen ook weinig betalen voor het product."

Een van de aanleidingen voor deze filmpjes is de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid in 2013. Vandaag wordt deze bekendgemaakt. Lohman heeft zich er in verdiept, maar zelfs dan, zo zegt hij, is het 'supercomplex'. "We willen met de YFM het beleid bespreekbaar maken. Het is belangrijk. Het Europese beleid bepaalt voor een groot deel wat er op ons bord komt en heeft grote invloed op het leven van veel boeren. Het is niet de enige factor in het wereldwijde voedselsysteem en bepaalt niet alles, maar de aankomende hervormingen zullen grote impact hebben op wat we eten en hoe er met het landschap, milieu en dieren wordt omgegaan."

"De subsidiëring van de landbouw is heel succesvol geweest. Die is na de Tweede Wereldoorlog opgezet, omdat er toen een voedseltekort was. Het heeft dus geholpen, maar het is te ver doorgeschoten. Dat was al zo in de jaren tachtig, toen er overproductie was." Volgens Joris Lohman is er een nieuw, revolutionair plan nodig. "Maar het ziet ernaar uit dat de hervormingen voor de langere termijn niet ver genoeg gaan. Ik denk dat we in deze tijd van grondstoffenschaarste de keuze moeten maken voor een nog meer op duurzaamheid gericht beleid."

De YFM wil met de filmpjes het debat tussen consumenten en boerenover het Europese landbouwbeleid aanzwengelen. Nu is dat beleid volgens Lohman vooral een zaak van boeren en politici. "Dat is vreemd, omdat het juist ook voor consumenten belangrijk is."

Ondanks zijn duidelijke ambities heeft Lohman niet de illusie dat hij met de YFM dat nieuwe beleid kan beïnvloeden. De inspraak daarvoor was twee jaar geleden. "Maar we kunnen wel onze stem laten horen."

Het eerste filmpje van de Youth Food Movement verschijnt vandaag op www.toekomstglb.nl. Na vandaag zal de rest van de documentaires geleidelijk online komen. De portretten van de boeren worden overhandigd aan staatssecretaris Henk Bleker (landbouw). YFM hoopt dat er daarna een online discussie ontstaat op sociale media als Twitter en Facebook.

Europese landbouw op de schop
Het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Europese Unie is goed voor 40 procent van de Europese begroting, ongeveer 50 miljard euro. Nederlandse boeren krijgen jaarlijks een miljard euro landbouwsubsidie. De gemeenschappelijke aanpak is eind jaren '50 in het leven geroepen, om de landbouw te stimuleren en de boeren van een redelijke levensstandaard te verzekeren. In het begin ging dit door minimumprijzen voor producten te garanderen, waardoor overschotten ontstonden. Boeren produceerden te veel, omdat ze zeker waren dat er voor de producten werd betaald. Tegenwoordig staan de subsidies los van de geproduceerde hoeveelheden.

De EU wil veranderingen doorvoeren. Vandaag worden de wijzigingen bekendgemaakt. Belangrijke redenen hiervoor zijn onder andere de uitbreiding van de EU met Oost-Europese landen en het feit dat de EU de landbouw duurzamer wil maken.

Ook akkerbouwer/pluimveehouder Rob ter Haar (boven) en kaasmaker/melkveehouder Rona Uitentuis (onder) spelen een rol in de minidocumentaires van de Youth Food Movement.
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden