De jihad die niet uitbrak

Morgen is het tien jaar geleden dat Theo van Gogh werd vermoord. Moordenaar Mohammed B. zou navolgers krijgen, werd voorspeld. Dat is niet uitgekomen.

Als zo vaak stond er dinsdag 4 november 2004 een onmetelijke file op de A4 van Rotterdam naar Amsterdam. Mijn eindpunt betrof de redactie in de hoofdstad in, toen nog, de Wibautstraat.

Aanvankelijk leek het een dag als zo vele. Eén waarop voor Nederland werkelijk relevant binnenlands nieuws niet vanzelfsprekend zou zijn. Aan de ene kant is het een geruststellende gedachte in een land te leven en te wonen waar betrekkelijke rust heerst en waarin institutionele nieuwsbronnen de boventoon voeren. Maar zodra het om meer algemene nieuwsgaring gaat kunnen landen als Frankrijk en Italië bij mij enige jaloezie opwekken, met hun politieke schandalen, corruptie en invloeden van drugsbaronnen en maffia.

In mijn herinnering was het tien jaar geleden op die novemberdag echt herfstig. Er hingen wolkenpartijen waaruit het bij vlagen spetterde en verder was het kil. Volgens het vaste dagelijkse patroon stond in de auto de nieuwseditie van Radio 1 aan. Correspondenten, analisten en Amerika-deskundigen speculeerden over de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Die vonden dezelfde dag plaats met in het vooruitzicht een spannende race tussen de rivalen George Walker Bush en John Kerry.

De discussie ging vast over de Amerikaanse economie, de gezondheidszorg en misschien nog meer. Wat ik me er in elk geval van herinner is een twistpunt over de aanpak van terroristen door de Verenigde Staten in die landen die een bedreiging konden vormen voor de Amerikanen. Iemand vertelde dat in de ogen van de Republikein Bush de Democraat Kerry zich als president bij een terroristische daad geen raad zou weten.

Waarop dit vermoeden was gebaseerd, werd in het gesprek niet duidelijk. Waarschijnlijk paste de vrees van de Republikeinen in de gebruikelijke verkiezingsrethoriek. Omgekeerd gold dat ook: volgens Kerry zou Irak onder Amerikaans presidentschap van Bush tot een kweekvijver voor terroristen verworden.

Dat ik dit niet heel uitzonderlijke onderwerp nog voor langere tijd in mijn geheugen zou opslaan, wist ik toen niet. Dat moment kwam pas een uurtje later toen uitgerekend Nederland was geconfronteerd met een terroristische actie, die van moslimextremist Mohammed B..

Het moet rond of zelfs als nagekomen bericht in het radionieuwsbulletin van negen uur zijn geweest dat de nieuwslezer met een mengeling van opwinding en ongerustheid begon over een schietpartij in Amsterdam. Nu doen die zich daar wel vaker voor. Doorgaans halen zulke schietpartijen alleen het nieuws als een of andere omhoog geschreven hotshot uit de onderwereld in opdracht van weer een andere crimineel is omgelegd.

Breaking news

Hoe het zij, de mededeling op de radio bevatte alle elementen van een 'breaking news'-moment. "Zojuist komt het bericht dat in Amsterdam een schietpartij heeft plaatsgevonden. Hierbij zou volgens de eerste berichten een bekende Nederlander slachtoffer zijn", in die geest werd de eerste nieuwsmelding verspreid. De prikkelende toevoeging luidde dat 'we op dit moment niet weten om wie het zou gaan. Zodra we meer weten, hoort u dat uiteraard meteen van ons."

Dat laatste vernam ik nog in de file via de mobiele telefoon van twee collega's. Professioneel opgewonden als ze waren na de eerste radiomelding van het schietincident waren ze afzonderlijk op de fiets gesprongen om bij het Oosterpark in Amsterdam poolshoogte te nemen. Hun ritje was niet voor niets. Het beeld dat zij zagen en de woorden die zij er van getuigen hoorden, logen niet: Theo van Gogh was in de drukke Linaeusstraat tijdens het spitsuur met zeven kogels in de rug, rechterflank en nek geschoten.

Met een gekromd mes was zijn hals doorgesneden en de dader had een brief van vijf kantjes in zijn buik gestoken. In het bijzonder was die bestemd voor VVD-Tweede Kamerlid Ayaan Hirsi Ali, een volgens de geradicaliseerde moordenaar Mohammed B. 'ongelovige fundamentalist'. De dreiging die ervan uit ging was indringend en voor de politica gevaarlijk. 'Je zal jezelf stuk slaan op de Islam!', werd haar gewaarschuwd.

Hofstadgroep

Al vanaf het begin van het onderzoek beschikte de veiligheidsdienst AIVD over aanwijzingen dat B. banden had met leden van de zogenoemde Hofstadgroep. Een half jaar voordat het misdrijf plaatsvond was zijn bijstandsuitkering stopgezet. Het beeld was dat fundamentalistische vrienden hem financieel uit de ergste nood hielpen. Overtuigende bewijzen dat B. en zijn vriendenkring samenspanden zijn nooit gevonden en om die reden spraken de rechters hem op dit onderdeel ook vrij.

Deelname aan een criminele organisatie was hem bij zijn berechting bovendien niet ten laste gelegd. Dit laatste heeft bijgedragen aan het tot op de dag van vandaag sterke vermoeden dat B. zijn daad met actieve steun en hulp van anderen verrichtte. Een maand geleden nog erkende de Amsterdamse hoofdofficier van justitie Frits van Straelen dat het onderzoek naar de moord 'frustrerend weinig' had opgeleverd. Van Straelen was destijds verantwoordelijk voor de vervolging van B..

Het ontbreken van harde bewijzen in combinatie met de overtuiging dat de moordenaar niet alleen handelde, voedt ook nu nog de frustratie. Niet alleen bij Van Straelen, maar ook bij vrienden van Theo van Gogh, die eerdere onderzoeken naar de moord niet uitputtend genoeg vinden.

Onmiskenbaar liet dit misdrijf zich vanaf het begin omschrijven als een terroristische daad, zoals de rechtbank naderhand in haar vonnis tegen B. bevestigde. Uiteraard brak in Nederland meteen een storm van verontwaardiging los, van verbale en ingehouden woede. Al dezelfde avond hielden 20.000 mensen op de Dam een 'lawaaiprotest', waar burgemeester Job Cohen tussen het tromgeroffel, het slaan op pannen en vuurwerk de menigte toeriep: "Theo van Gogh maakte met veel mensen ruzie, ook met mij. En dat mag in dit land!"

Zelfmoordcommando's

Een cineast was vermoord en met hem het vrije woord. Zo voelde het in de samenleving. Het kon niet anders of meer religieus geradicaliseerde jongeren zouden het voorbeeld van de zwijgende Mohammed B. volgen. De kloof, die al decennia bestond tussen moslims en autochtonen, werd met de moord alleen maar aangewakkerd en zou eenvoudig kunnen ontaarden in grootschalige rellen, die we kennen van de Franse voorsteden.

'Zelfmoordcommando's in Nederland', kopte een krant daags na de moord op Van Gogh. 'Vijftigduizend potentiële terroristen in Europa', schreef een ander medium. Op de nieuwssite van de NOS werd VVD-fractieleider Jozias van Aartsen geciteerd die zei dat in Nederland een 'jihad gaande was'. "Deze mensen hebben ons de oorlog verklaard", zei de liberale leider, doelend op B. en zijn onbekende gevolg.

De angst in Nederland voor terrorische aanslagen is sinds de moord op Van Gogh nooit verdwenen. Met de uit- en intocht van de zogenoemde Syrië-gangers en de sporadisch opduikende sympathieën voor terreurorganisatie Islamitische Staat (IS) is deze vrees afgelopen jaar zelfs weer aanzienlijk toegenomen.

Tegelijkertijd kan, tot ieders opluchting, worden vastgesteld dat een tweede Mohammed B. zich dan mogelijk ergens schuilhoudt, zich op klaarlichte dag of in het duister in straten voortbeweegt, maar ook dat hij niet heeft toegeslagen. Morgen, over een week of maand kan dat anders zijn en wie weet welke rampspoeden er onder het kopje 'terrorisme' (ook) in Nederland nog volgen. Maar de geschiedenis van 2 november 2004 heeft zich tot nu toe niet herhaald.

In het van 2011 daterende fenomeenonderzoek 'Copycat' wordt ingegaan op de risico's van kopieergedrag van daders van uiteenlopende misdrijven. De Universiteit van Amsterdam en het Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement COT die het onderzoek verrichtten kwamen tot belangwekkende conclusies. Een ervan was dat gewelddadige (zelfmoord)-incidenten die veel media-aandacht en verontrusting in de samenleving losmaken, doorgaans niet worden 'geïmiteerd'.

Een andere uitkomst was dat 'imitatoren die zich geïnspireerd weten, de oorspronkelijke actie weliswaar kunnen herhalen, maar daarmee ook kunnen dreigen'. Uiteraard ligt de drempel om te dreigen veel lager dan de daad van B. te herhalen. Dreigementen kunnen snel, eenvoudig en betrekkelijk anoniem worden uitgevoerd. Ze maken het effect los dat bedreigers beogen: het scheppen van chaos en het creëren van angst in een samenleving. Voor een gerichte zelfmoordactie is meer nodig. Precisie, een schets van de beoogde locatie, het inkopen van wapen en munitie, geld om de operatie te bekostigen, geduld om het doelwit langere tijd te schaduwen, het besluit om óók als dader de dood boven het leven te verkiezen (sneuvelen als martelaar).

B. was er volledig van overtuigd dat 'gewelddadige actie' tegen de in zijn ogen kwetsende en ongelovige Van Gogh was geboden. Een van de gedragswetenschappers die zijn brieven en geschriften analyseerde, schreef dat zijn teksten uit de periode voor de moord slechts in een richting wezen. Dat was het verlangen om gehoor te geven aan het gebod om de islam met geweld te verdedigen en wraak te nemen voor de beledigingen, dit geloof aangedaan.

'Een religieuze radicalisering, met alle extreem gewelddadige ideeën en de verheerlijking van geweld die daarbij horen, kan zorgwekkend worden genoemd', schreven de deskundigen. In het Copycat-onderzoek werd juist de invloed weergegeven die de moord in de weken erna op de Nederlandse samenleving had.

Brandstichting

Er werden die weken ruim 800 incidenten geteld. Een op de zes hiervan was gericht tegen een islamitische instelling. In totaal 104 keer waren moskeeën doelwit van brandstichting, vernieling, bekladding en bedreiging. Veel aandacht trok de aanslag op de islamitische basisschool Bedir in Uden, een week na de moord op Van Gogh. De school brandde helemaal uit. Volgens de AIVD was er geen sprake van georganiseerd verband, geen vorm van coördinatie en geen weloverwogen politieke motivatie. 'Dat doet vermoeden dat veel van de incidenten (...) mogelijk waren geïnspireerd door de publiciteit over eerdere brandstichtingen en bedreigingen', concludeerden de onderzoekers van Copycat aan de hand hiervan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden