column

De jeugdige glans van Podemos bladderde gemakkelijk af

Beeld Trouw

Ik ontmoette haar op een terras in Madrid, nadat we elkaar bijna een half jaar niet hadden gezien. Ja, zei ze, ik ben nog altijd politiek actief. 

Discussiegroepen aan de basis van de partij: ze had er haar handen vol aan. Met directe democratie en een platte organisatie zonder bobo’s en achterkamertjes had haar partij bijna vanzelf de wind in de zeilen gekregen. De oude politiek was morsdood. Een jongere generatie zou laten zien dat het anders kon.

Vier jaar geleden brak de politieke beweging Podemos stormenderhand door binnen in het Spaanse politieke landschap. Zo verpletterend als ze zichzelf de overwinning had voorgsteld was het er bij de landelijke verkiezingen van 2015 uiteindelijk niet aan toegegaan. Maar dat ruim één op de vijf kiezers haar zijn vertrouwen had gegeven was wel een feestje waard geweest.

Tegengif

Drie jaar eerder had op de Puerta del Sol, het centrale plein van Madrid, een spontane beweging van ‘verontwaardigden’ (indignados) een nieuwe politieke werkelijkheid geschapen. Tegen de gevestigde machten in (banken, multinationals, de ‘oude politiek’) was er in een permanente vergadering annex protestbezetting van het plein wekenlang gepalaverd over hoe het er in de wereld ánders aan toe zou kunnen gaan. De beweging was overgeslagen naar elders en kreeg in New York mondiale bekendheid onder de naam ‘Occupy’.

Zonder Engelstalige vlag kom je ook onder antiglobalisten niet ver.

Podemos – naar het enthousiasmerende yes we can van de mateloos populaire Barack Obama – was de neerslag geworden van die jeugdige vernieuwingsbeweging, onder aanvoering van een handvol politicologen uit de Universiteit van Madrid (Complutense). Geen partij zoals alle andere, bezwoer de leiding die eigenlijk geen ‘leiding’ wilde zijn. Podemos moest gevoed en gestuurd worden van onderaf. Discussiekringen aan de basis zouden haar, met behulp van internet en andere moderne communicatiemiddelen blijven voorzien van nieuwe ideeën, kritische terugkoppeling en tegengif tegen alles wat naar verstarring riekte.

Interne strijd

In mijn vriendenkring zag ik hoe gretig dat aansloeg. Verstard was de Spaanse politiek, gedomineerd door twee partijen die elkaar om de zoveel jaren op het regeringspluche afwisselden, inderdaad wel geworden. Iets nieuws en jongs moest er komen. Dat vonden ook mijn vrienden –al waren die al lang niet zo jong meer. Soms leken ze in Podemos vooral hun eigen jeugd terug te willen zien, getekend als dat was geweest door het verzet tegen het Franco-regime.

Niet dat het met Podemos, toen de partij eenmaal gekozen was in het parlement, erg voorspoedig ging. Net als decennia eerder de Duitse Grünen raakten ook zij verwikkeld in een interne strijd tussen ‘fundi’s’ en ‘realo’s’. De eersten haalden de meeste slagen binnen en dat brak hen bij de feitelijke machtsvorming bitter op. Wie vies is van ieder compromis schopt het niet ver bij de vorming van een coalitieregering, waarmee Spanje sowieso nauwelijks ervaring had.

Ontsporend regime

Van de grassroots-democratie waarop de partij intern prat ging bleken de hoogste partijleiders zich - wanneer puntje bij paaltje kwam - evenmin erg veel aan te trekken. Dat sommigen van hen warme woorden over hadden voor het almaar verder ontsporende regime van Venezuela maakte de verhoudingen er niet beter op. De jeugdige glans van Podemos bladderde in het zware weer van de praktische politiek gemakkelijk af.

In mijn kennissenkring bleef mijn vriendin uiteindelijk over als enige overtuigde en actieve participant in de basis van de partij. Ze had er, gaf ze op ons Madrileense terras toe, als gepensioneerde tijd genoeg voor. En zo – lachte ze met enige zelfspot – was het eigenlijk met vrijwel de hele basisbeweging in haar buurt gegaan. Jongeren waren er inmiddels nauwelijks nog in terug te vinden. ‘Misschien één op de tien’, becijferde ze voorzichtig. Zo jong als de partij ook mocht lijken, het waren vooral bejaarden zoals zij die er de grassroots van vormden. Ze kon er zelf de ironie wel van inzien.  

Ger Groot bekijkt de actualiteit door een filosofische bril. Zijn eerdere columns leest u hier.

Lees ook:

Zo jagen we ieder net en verstandig mens de publieke arena uit

Wie vorige week het nieuws zelfs maar vanuit de verte volgde, moet zich wel hebben afgevraagd of Amerika een land is geworden van huilebalken, kwezels, hypocrieten en hysterici, schrijft Ger Groot in zijn column. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden