De jeugd van tegenwoordig...

Moeten we ons druk maken over de jeugd van tegenwoordig? Welnee. Wij mochten vroeger veel meerdan jullie, schrijft Jeroen Kramer aan zijn kinderen. Als onze ouders het maar niet zagen.

Lieve kinderen, twaalf moet ik geweest zijn toen ik onder toeziend oog van mijn ouders van kapelaan Jansen een sigaret aangeboden kreeg. Net als mijn broer een paar jaar daarvoor. Het was een inwijdingsrite tot volwassenheid. Ik had Plechtige Communie gedaan. Dan was je niet zomaar rooms-katholiek - dan koos je er ook echt voor.

Al bijna man; daar hoorde een peuk bij. Want alle volwassenen rookten toen. In huis, in de auto, met of zonder kleine kinderen, waar dan ook. En zo kon de tabaksindustrie ook van deze jongen alvast rekenen op jarenlange trouwe klandizie. Met kerkelijke zegen.

De geestelijke die vandaag de dag betrapt zou worden op het aanbieden van een sigaret aan een kind krijgt al gauw de commissie Deetman achter zich aan. En ouders die dat toestaan kunnen een bezoekje van Bureau Jeugdzorg verwachten.

Ik werd dus aangemoedigd om te roken, al mocht ik het nog niet. Maar daar had kruidenier Hein Bos aan de Kerklaan geen boodschap aan. Ik kocht daar op mijn dertiende mijn allereerste pakje Alaska menthol. Hein Bos viel niets te verwijten, want de wet maakte toen geen onderscheid tussen tabak of een rolletje drop. Ik legde twee gulden op de toonbank en toog naar mijn vrienden om stiekem te gaan roken in het bos.

We deden maar wat. Buiten het wakend oog van je ouders kon eigenlijk alles. Je kon op je veertiende zonder identiteitskaart (bestond toen nog niet) bier, whisky, bessenjenever (dat dronken meisjes toen), whatever, kopen. Niet dat ik dat deed, maar het kón wel. Sowieso kon je ongeacht je leeftijd elk willekeurig dranklokaal binnenlopen. Mijn broer Anton (vier jaar ouder) nam mij op mijn vijftiende mee naar café De Pitch aan de Haarlemse Binnenweg, alwaar ik als lief klein broertje door al zijn vrienden biertjes kreeg toegeschoven. Ik dronk bier, de wet hield zich er niet mee bezig.

Je zou bijna gaan denken dat kinderen en pubers veertig jaar geleden veel meer mochten dan jullie nu. Misschien niet van onze ouders, maar wel van de overheid. Liepen wij daardoor nou meer of juist minder risico op beschadiging? Zuipt de jeugd van nu zich een coma omdat drank moeilijker verkrijgbaar is en dus aantrekkelijker? Of zijn al die restricties noodzakelijk juist omdat comazuipen steeds vaker voorkomt? Kreeg mijn generatie (ik ben van 1956) meer kans om met vallen en opstaan groot te worden? Of zijn de verleidingen en gevaren nu echt zoveel groter?

Inderdaad liep ik vanaf mijn vierde zonder begeleiding naar de kleuterschool. Verkeer was er weinig, en we wisten dat we nooit mee mochten gaan met 'kinderlokkers'. Niemand (maar dan ook niemand) werd met de auto naar school gebracht. En als je al op de achterbank zat hoefde je geen gordels om. Op de voorbank trouwens ook niet. Op de speelplaats lagen onder het klimrek geen rubberen maar betonnen tegels. Toen ik eenmaal fietsen kon moest de fietshelm nog uitgevonden worden.

Wij brachten we jullie meestal naar de basisschool, met de auto of de fiets. Maar we moesten dan ook dwars door de stad. En toen jullie eenmaal zelfstandig naar de middelbare school fietsten hielden we in het begin wel ons hart vast .We hebben samen vaak geoefend, want de route naar school telde minstens drie 'black spots' waar fietsers hun levenseinde vonden in de dode hoek van een vrachtwagen. Jullie moeder is nog wel eens stiekem achter jullie aan gefietst om te zien of het wel goed ging. En dan te bedenken dat er op die route wel twee keer een crimineel is geliquideerd. De tweede keer slechts enkele minuten nadat jij, zoon, op nog geen vijf meter van het plaats delict voor het stoplicht had staan wachten.

Op mijn lagere school, bij de broeders van Sint Jozef, kregen we als beloning van broeder Directeur (wij zeiden broeder Dirk) soms een wijnbal. Een harde bal van suiker. Over tandbederf en overgewicht had niemand het. Meerdere malen was ik er getuige van hoe een jongen paars aanliep en ondersteboven moest worden gehouden omdat er een wijnbal (doorsnede twee cm) in zijn luchtpijp was blijven steken. Toch verscheen er nooit een advocaat op de stoep. Op de middelbare school noemden wij, geheel volgens de tijdgeest, de meeste leraren bij de voornaam. Er was een schoolparlement waarin we ons tegen van alles aan bemoeiden.

Op school hielden we pleidooien voor grijs wc-papier in plaats van roze, om het milieu te sparen. 'Waarom roze als het uiteindelijk toch bruin wordt?' Discussies in de economieles.

'Jij indoctrineert ons met kapitalistiese waarden...'

De leraar Nederlands (lang haar, baard, gebreid vest tot op de enkels) stond toe dat we rookten in de klas. Op schoolfeestjes werd bier verkocht en was er in de verste verte geen donkerblauwe kleerkast-met-oortje te bekennen. Sowieso liepen we de school naar binnen zonder metaaldetector te passeren. Er was zelfs geen portier.

Tja, dat gerook... Ook in het Frans Hals theater, een bioscoop in Haarlem - gespecialiseerd in vechtfilms en softporno - mocht gerookt worden. Het stond er blauw. In het gesubsidieerde jeugdhuis Centrum 111 aan de Herenweg kon je ongestoord blowen en naar bandjes kijken. De wietpas zou nog veertig jaar op zich laten wachten.

Ja, jongelui, het was me een Sodom en Gomorra! Waar meisjes zich op het strand tegenwoordig zedig hullen in bikini, lagen hun moeders destijds pontificaal met blote borsten te zonnen. En ofschoon onbeschermde seks natuurlijk tot zwangerschap en geslachtsziekte kon leiden, werd je niet met de dood bedreigd. Aids bestond eenvoudigweg nog niet in de jaren zeventig.

Doodsbedreiging bleef ook achterwege als godsdiensten werden beledigd. Althans, het christendom. Over de islam had niemand het nog. Kamagurka kon ongestoord godslasterlijke grappen over Jezus tekenen, en Monty Pythons 'Life of Brian' vond op zijn weg naar het grote publiek alleen wat mopperende anglicaanse bisschoppen op zijn pad. Dat alles nadat Gerard (Kornelis van het) Reve dat pad in 1967 natuurlijk al geëffend had door de rechter ervan te overtuigen dat hij het Opperwezen wel degelijk mocht omschrijven als een ezel die in zijn kontje wordt genomen.

Wat mocht er eigenlijk niet? Heel veel. Want thuis had je ouders. Met ouders had je in die tijd een zogeheten generatieconflict. Dat wilde zeggen dat je het over ongeveer alles met elkaar oneens was. Elkaars muziek bijvoorbeeld, vond je waardeloos. Terwijl jullie die ouwe shit van ons juist leuk vinden, en wij graag van jullie horen wat nu weer hot is, vond ik de Weense operettes ('Schenkt man sich Rosen in Tirol') die mijn moeder draaide alleen maar stom. Om van de gezongen Latijnse hoogmissen die mijn vader opzette nog maar te zwijgen.

En seks? Terwijl de VPRO dansende blote meisjes uitzond ('Af die rotzooi!') en het strand er dus vol mee lag, was het onderwerp thuis volstrekt taboe. Op mijn tiende kreeg ik een katholiek voorlichtingsboekje in mijn handen gedrukt met een abstract verhaal over zaadjes en eitjes. En de concrete waarschuwing dat zelfbevrediging een besmettelijke kwaal was. Mijn vader liet zich uit zijn tent lokken als ik aan tafel tegen mijn zus Ina zei 'ik vind je wel een beetje vaag, Ina'. Dan werd mijn vader boos omdat ik vagina had gezegd.

Toen ik zelf als vader bedacht dat we jou, zoon van destijds 16, maar eens een condoom om een bezemsteel moesten laten doen moest je hard lachen. Die papa toch! Dat hadden ze in de eerste klas bij biologie al gedaan. Met een dildo. Toen je twaalf was dus.

En dan was er de kerk. Met jullie bezochten we kerken alleen op vakantie in Zuid-Europa. Om een kaarsje aan te steken bij Maria voor de oma's en opa's die dood waren. Meer religie hebben we nooit nodig gehad.

Zelf stond ik als achtjarige al om half acht 's ochtends in misdienaaroutfit in het katholieke bejaardentehuis. Dan moest ik onbegrijpelijke Latijnse zinnen oplezen van een kaart, een bel rinkelen en met wierook zwaaien. Ik had er een hekel aan, maar het was mijn plicht.

Vanaf mijn vijftiende ben ik gestopt met de kerk, en mijn ouders lieten niet na mij emotioneel te chanteren door te zeggen hoeveel pijn ik hen daar mee deed. Eindeloze ruzies hadden we. Ook over al die andere nieuwe jeugdcultuurverschijnselen die in hun ogen nog het meest op een zware aardbeving moeten hebben geleken. Ik wilde lang haar en een vale spijkerbroek. Ik was natuurlijk links, en zij rechts. De polarisatie was thuis net zo ver gevorderd als in de politiek.

Je zou denken dat er per saldo weinig veranderd is in al die jaren. Dat het gezag alleen maar is verschoven. Van de huiskamer naar Den Haag. Vroeger mocht je niks van je ouders, nu laten ouders het verbieden over aan de overheid, en die is vaak een stuk lastiger te omzeilen dan het ouderlijk gezag in onze tijd. Zodra je uit het blikveld van je ouders verdween hadden ze geen idee meer wat je uitspookte, maar nu kom je zonder die ID-pas de kroeg echt niet meer in.

Maar leveren deze veranderde gezagsverhoudingen nou ook andere kinderen op?

Ik google er maar eens een recent onderzoek naar dertienjarigen van de Wereld Gezondheids Organisatie bij, en lees dat Nederlandse kinderen het gelukkigst zijn van alle kinderen in West-Europa en Noord-Amerika. Dat ze graag naar school gaan (vierde op de ranglijst). En dat ze, net boven de Scandinavische landen - onder aan de lijst bungelen met hun alcoholgebruik. We doen het in Nederland kennelijk niet slecht!

Volgens een onderzoek van het RIVM neemt sinds 2003 het aantal kinderen onder de zestien dat drinkt af. De strengere drankwet lijkt zijn vruchten af te werpen. Daar staat tegenover dat jongeren die wel drinken ook steeds méér drinken: het aantal comazuipers dat in het ziekenhuis belandde is verdrievoudigd. Zou dat dan juist weer komen omdat ze voor hun zestiende niet 'geleerd' hebben te drinken? Ik geloof er niks van. Want thuis staat de fles ook op tafel en wordt zo nu en dan heus wel een wijntje of biertje mee genipt.

Wat ik wel denk, zeker nu ik net Leen van de Bergs indrukwekkende documentaire 'Het verdriet van Westfriesland' heb gezien (moeten jullie echt heen, hoor!), is dat jongeren wier sociale omgeving gedomineerd wordt door één overheersende, onontkoombare groepscultuur een groot risico lopen op eenzaamheid. Een cultuur waarin je je vrienden alleen in een zuipkeet kunt tegenkomen, en waar behalve 'lang leve de lol' geen andere manier bestaat om je gevoelens te uiten lijkt me veel gevaarlijker dan dat drankmisbruik zelf. Daarom hebben we jullie ook in de grote stad groot gebracht. Daar is minder groepsdruk. Daar is het risico op uitsluiting veel kleiner, aangezien in de stad zoveel mensen 'anders' zijn. En als plattelanders boos worden als ze dit lezen, maar dan sturen ze daar maar een brief over naar deze krant.

En die groepsdruk in gesloten gemeenschappen, daar is de afgelopen veertig jaar waarschijnlijk weinig aan veranderd. Misschien dat de overheid zich daar eens op kon richten in plaats van al die regels: geef de jeugd meer ontplooiingskansen. Verhoog de subsidie op cultuuronderwijs in plaats van lokale muziek-, dans-, en theaterscholen af te knijpen! Dat lijkt me heilzamer dan alle drank- en drugsbeperkingen bij elkaar.

O ja, nog even over vroeger: er schiet me nog één ding te binnen. Toen ik achttien was boden we met ons zessen in een overvol café De Ark in Haarlem vijf biertjes aan degene die midden op tafel zijn broek durfde te laten zakken. Stef van de Poll nam de uitdaging aan, beklom de tafel en draaide in zijn blote piem triomfantelijk een rondje. Niemand (maar dan ook niemand) in het café besteedde er aandacht aan. Zou dit vandaag de dag nog kunnen?

Liefs, papa

1972invoering verplichte bromfietshelm

1975 invoering verplichte autogordel

1996 invoering bromfietscertificaat

Vanaf ± 2000: strengere handhaving leeftijdsgrens alcolhol (16 jaar)

2003invoering leeftijdsgrens tabak 16 jaar

2005 invoering identificatieplicht vanaf 14 jaar

2008 invoering rookverbod horeca

2012invoering wietpas

2012discussie over verhoging leeftijdsgrens alcohol naar 18 jaar

Reageren

Overtreffen uw jeugdzonden die van uw kinderen? En vindt u het als ouder stiekem wel handig, al die ge- en verboden? Of mag het een tikje minder? Stuur uw reactie in maximaal 150 woorden naar tijdpost@trouw.nl

Renske Marseille (16, links op de foto) woont met haar broer (15) en haar ouders in Haarlem. Ze zit in de zesde klas van het Felisenum Gymnasium in Velsen. De afgelopen weken bracht ze voor Tijd haar leven in beeld, op de manier waarop ze dat gewend is: op school, tijdens een excursie naar Parijs, tijdens een concert, thuis, met vrienden en vriendinnen, bij het uitgaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden