De jeugd kan niet blijven

Pijnlijk om te accepteren, maar het platteland loopt leeg. Nederlandse gemeenten moeten af van het groeimodel, waarin alleen uitbreiding een graadmeter voor succes is. Krimp biedt ook kansen. Trouw onderzoekt in een serie de toekomst van ontvolkende regio’s. Vandaag Deel drie.

Laura van Baars

Negenenveertig mensen zijn afgelopen jaar naar Zeeuws- Vlaanderen geëmigreerd. Marjolein Reinhoudt, woordvoerder van de gemeente Sluis, kan hen bijna allemaal individueel opnoemen. „Die mevrouw kwam uit Hilversum, en heeft nu een galerie in Sas van Gent. En dat gepensioneerde echtpaar kwam vanuit Bleiswijk naar Hoek om te genieten van de rust en ruimte.”

Maar de kraam van Zeeuws- Vlaanderen op de Emigratiebeurs is niet succesvol genoeg om het tij te keren: Zeeland loopt leeg, en de gemeente Sluis gaat daarin voorop.

„Er is sprake van een sterfteoverschot”, zegt burgemeester Jaap Sala. „Er sterven er in onze gemeente elk jaar toch altijd nog honderd mensen meer dan dat er bijkomen. Dat is een fact of life, we moeten er mee leren omgaan.”

De krimp was er mede oorzaak van dat een paar jaar geleden 17 gemeenten in het westen van Zeeuws- Vlaanderen fuseerden. Sluis, Oostburg, Retranchement, Waterlandkerkje, Aardenburg, Breskens, Cadzand, Zuidzande, Sint Anna ter Muiden en Nieuwvliet zijn enkele van die kernen die nu vallen onder de gemeente Sluis. Het stadhuis staat in Oostburg, de belangrijkste kern van de gemeente. „De oppervlakte van onze gemeente is anderhalf keer Rotterdam, maar er wonen maar 24.000 mensen”, zegt Sala.

Het zijn moeilijke jaren geweest voor de nieuwe gemeente, waarin gemeentebestuurders die elkaar jaren beconcurreerd hadden ineens moesten samenwerken. Toerisme moet nu gezamenlijk aangetrokken worden, dorpsscholen zijn organisatorisch samengevoegd en nieuwe woningbouw moet onder de dorpen verdeeld worden. De ene wethouder na de andere verliet het nieuwe college, waar ze het onderling niet eens konden worden.

Daadkracht en slagvaardigheid zijn nu noodzakelijk in Sluis, want de gemeente kampt met sombere toekomstperspectieven. Zeventien procent van de inwoners is in 2030 verdwenen. Dat kost Sluis veel geld omdat uitkeringen uit het Gemeentefonds gerelateerd zijn aan het aantal inwoners. De scholen zullen tot 2023 18 procent van hun leerlingen verliezen. In 2030 zal een kwart van de bevolking 65 jaar en ouder zijn.

Zeeland ziet de gemeente Sluis als een voorbeeld voor de provincie: de krimp die daar gaande is, zal op den duur vrijwel alle Zeeuwse gemeenten treffen. De provincie is momenteel bezig met een ’brede maatschappelijke dialoog’ met ondernemers, overheden, maatschappelijke organisaties en de bevolking over de consequenties van de leegloop. Hoe bewaken we arbeidsmarkt, onderwijs, gemeentelijke voorzieningen, zorg?

„Als je mij drie jaar geleden gevraagd had of mijn dorp op den duur zou leeglopen, had ik je uitgelachen”, zegt Peter de Koning, directeur van de openbare basisschool Oranje- Nassau in Retranchement. „Dat besef hadden we helemaal niet. Maar nu weten we dat het gebeurt.”

Toch zag De Koning, die al dertig jaar bij Oranje-Nassau werkt, de krimp binnen zijn school voortschrijden. In de beste jaren hadden ze 50 leerlingen. Nu zijn dat er 37, met vier leerkrachten. Dat er net twee jonge gezinnen in het 404 inwoners tellende Retranchement kwamen wonen, was een uitkomst. Ineens kwamen er zes leerlingen bij. Bij minder dan 26 leerlingen moet een school in principe sluiten.

„Dat zou een ramp zijn”, zegt De Koning. Want zijn school is een kern van het sociale leven in het dorp. Sinds de Bibliobus niet meer rijdt, runt de school de kinderbibliotheek. Het enige kopieerapparaat van het dorp staat in de school, en iedereen mag daar gebruik van maken. Wethouder Ben Hennekam is het eens met De Koning: „Kerk, kroeg en school maken een gemeenschap leefbaar.” Hij zal er alles aan doen om de dorpsscholen te behouden. Er wordt niet beknibbeld op de kleine schoolgebouwen: Oranje - Nassau wordt geïsoleerd, en de Europa-school in Zuidzande (47 leerlingen) wordt verbouwd. „Als je de panden laat verkommeren, zet het verval sowieso al in”, zegt De Koning.

Behalve de school is er in Retranchement een kleine supermarkt, een aantal café’s en een dorpshuis. De kerk is pittoresk, maar wordt vooral gebruikt voor concerten. Het dorpshuis is vooral belangrijk voor de gemeenschap. Daar zijn de bridgeavondjes en de quiltclub. Van de horeca moeten de dorpelingen het niet zo hebben, die is voor de toeristen.

Toerisme is de belangrijkste inkomstenbron voor de bewoners, maar bedreigt hen ook. In Retranchement kopen steeds meer noorderlingen en Belgen een vakantiehuis. Langs de Killedijk verrezen luxe, Belgische villa’s in de plaats van vervallen pachtershuisjes. De welvaart van de Belgische kustplaats Knokke doet zich zo ook voelen in het nabijgelegen Retranchement. Maar de Zeeuwen zelf hebben het nakijken. Zij kunnen zich woningen in het dorp door de fors gestegen prijzen niet meer veroorloven.

„Die tweede huisjes in Retranchement zijn een van onze grootste problemen”, zegt wethouder Hennekam. „Want die hebben meteen hun weerslag op de gemeenschap. Misschien zouden we moeten controleren of mensen die zo’n huis kopen er wel voldoende zijn.”

Schoolhoofd De Koning houdt zich op de vlakte over de komst van de buitenstaanders. „Het gaat onderling best wel goed, hoor. En die huizen zien er nu toch mooi uit? Retranchement is een open gemeenschap. In principe hebben wij geen moeite met nieuwkomers. En zo’n controle, dat haalt toch niets uit?” Maar de huisprijzen erkent hij wel als een probleem: „Voor jonge gezinnen is het moeilijker geworden om hier te komen wonen. Die gaan eerder naar een goedkoper dorp.”

En dat heeft zijn weerslag op de basisschool. Toch zegt De Koning niet te trachten kinderen uit nabijgelegen dorpen naar zijn eigen school te lokken. „De onderlinge solidariteit tussen scholen is groot genoeg. We gaan niet vechten om leerlingen.”

De basisschool Oranje - Nassau werkt samen met tien andere openbare basisscholen in Sluis. Waterlandkerkje heeft de kleinste school met 29 kinderen, Breskens de grootste met 316. Van de leerkrachten op krimpende scholen wordt verwacht dat zij heterogeen onderwijs geven. Dus niet meer lesgeven aan één of twee groepen, maar aan de hele onder- , midden of bovenbouw.

Volgens De Koning is dat een lastenverzwaring voor de docenten. De dorpsscholen doen er ook alles aan om kinderen die eigenlijk speciaal onderwijs nodig hebben, toch les te blijven geven. „Anders moeten ze naar Terneuzen”, zegt De Koning. „En dat is 80 kilometer rijden.”

Vroeg of laat moeten de kinderen uit Sluis toch al een heel eind reizen om op school te komen: er staat namelijk maar één middelbare school in de gemeente, en wel in Oostburg. Het Zwincollege behoorde jarenlang tot de beste scholen van Nederland, volgens onderzoek in Trouw. Er zitten 1164 leerlingen op, en dat is een hele overgang voor kinderen die een kleine school gewend zijn.

Op het Zwincollege doet zich voor de leerlingen een nieuw dilemma voor. Wat als ze straks hun eindexamen gehaald hebben? Waar kunnen ze dan in de buurt nog terecht?

De leerlingen van 5 VWO zijn daar somber over, blijkt als zij discussiëren over demografische krimp. De helft van de klas ziet geen toekomst in de regio. „Er zijn hier geen vervolgopleidingen”, roept een jongen. „En de Roosevelt Academy in Middelburg dan?”, vraagt de gespreksleidster. Ze wordt weggelachen. Dat college naar Engels voorbeeld is niets voor de VWO’ers. „Je leert er bovendien geen industrieel ontwerpen, en dat wil ik gaan doen”, zegt een ander.

„En na je studie, kom je dan hier terug?”, vraagt de gespreksleidster. Een klein deel van de klas steekt zijn vinger op. Dat zouden ze wel willen. Iedereen is het erover eens dat ze prachtig wonen in Zeeuws-Vlaanderen. Het strand is dichtbij, het is er rustig, veilig en je kent er iedereen. Voor 300 euro in de maand huur je een goede woning. Maar toch ziet de meerderheid van de klas geen mogelijkheid om terug te komen. Het werk is in de Randstad. Het zijn de ’oudjes’ die in Zeeland overblijven.

Burgemeester Sala kijkt niet op van het pessimisme onder zijn talentvolle, jonge inwoners. „De arbeidsmarkt is beperkt, er zijn ook weinig opleidingen. En gaan de studenten eenmaal weg, dan vinden ze elders een lief. Er is gewoon sprake van een braindrain uit deze regio.”

Hoe behoud je deze mensen? De gemeente Sluis denkt dat ze hun niveau van welvaart kunnen behouden als ze ’kwaliteit’ binnen boord houden. Het gaat er niet zozeer om hoevéél mensen er wonen, als de mensen die er wonen maar bijdragen aan de economie en de gemeenschap. Sala: „Het moeten mensen zijn die de normen en waarden van deze streek delen. Niet iedere Randstedeling voelt zich hier thuis.”

Inmiddels zijn er veel initiatieven om de economie te stimuleren. De Jongerenkamer Zeeuws- Vlaanderen zoekt opvolgers voor ondernemers in het midden- en kleinbedrijf. Een installatiebedrijf uit Aardenburg is overgedaan aan een jonge ondernemer. Al is het nog maar één succesje van de Jongerenkamer, de burgemeester vindt het hoopgevend.

Kosten nog moeite worden gespaard om het imago van Zeeuws- Vlaanderen te verbeteren. Sala zette samen met andere bestuurders, instellingen en bedrijven een promotiecampagne op. De kraam op de Emigratiebeurs past in die campagne. Een belangrijke rol is daarin weggelegd voor de grootste werkgever van Zeeuws- Vlaanderen, Dow Chemical. Met ruim 2000 mensen in dienst en actief sponsorbeleid in onderwijs en cultuur in Zeeland, kan Dow de aantrekkingskracht van de regio maken en breken.

Toen in januari het ontslag van 200 werknemers bij Dow werd aangekondigd, was dat een zware klap voor de gemeenten. „Wij voelen ons dan ook verplicht om dat goed uit te leggen aan de lokale bestuurders”, zegt Dow-bestuurvoorzitter Gerard van Harten. „Wij zijn geworteld in de gemeenschap. Maar de recessie raakt ons ook.” Aan de andere kant is het ook Dow dat in vijf jaar tijd een miljoen euro investeerde in een proeffabriek in het roc Westerschelde in Terneuzen en in scheikundeapparatuur op verschillende middelbare scholen. „Zeker met die investeringen op het roc hebben we veel succes gehad”, zegt Van Harten. „In een paar jaar groeide het aantal aanmeldingen voor een chemisch-technische studie van 10 naar 60. Goede scholen zijn van cruciaal belang om als groot bedrijf in Zeeuws- Vlaanderen toekomst te hebben. Wij hopen door samenwerking met scholen belangstelling te wekken voor techniek. Dan kunnen Zeeuwse scholieren later bij ons komen werken en voor de regio behouden blijven.”

„Je moet de kansen die er in een ontvolkende regio zijn, gewoon zien en benutten”, zegt burgemeester Sala. „Krimpen is niet hetzelfde als sterven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden