De jaren zestig zijn een beetje doorgeschoten

Wat kunnen denkers zeggen over het nieuws? Tweewekelijks laten wijsgeren uit Trouws filosofisch elftal hun gedachten erover gaan. Vandaag: RTL5 voert in ’Dat zal ze leren’ jongeren ten tonele die heropgevoed worden in de geest van de jaren vijftig. Moeten we back to the fifties?

’Sinds de jaren zestig van de 20ste eeuw is het denken in termen van rechten dominant geworden’’, zegt Paul Cliteur, hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap aan de Universiteit Leiden. Hij is het eens met de Franse presidentskandidaat Nicolas Sarkozy, die afwil van ’de geest van ’68’, met jongeren die alleen maar rechten hebben. Cliteur: „Al in 1948 presenteerden de Verenigde Naties de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Daarmee begon het denken in termen van rechten.” Daarop volgde een ’proliferatie’ van rechten. „In de 18de eeuw ging het om klassieke rechten – vrijheid van meningsuiting en van godsdienst. Een eeuw later volgen de ’sociale rechten; de 20ste eeuw voegde er ’collectieve rechten’ aan toe, zoals dat op een culturele identiteit. Weinigen vragen zich af waar dat allemaal goed voor is, of die rechten elkaar niet opheffen of tegenspreken. Bovendien ontstaat inflatie – een rechter kan tenslotte nooit al die rechten die elkaar tegenspreken honoreren.’’ Dat komt door de ’rampzalige’ gedachte dat alle rechten gelijkwaardig zijn, het ’recht om te genieten van kunst’ (art. 27 van de Universele Verklaring) en het recht om niet gefolterd te worden.

Deze rechtscultuur heeft volgens Cliteur een vorm van ’exhibitionistisch narcisme’ geïntroduceerd. Overal en altijd eist men zijn rechten op. Express yourself, zegt Madonna. „Overal moet men zijn religieuze identiteit kunnen uitventen, en op hoge toon wordt van anderen respect opgeëist voor vaak de malste opvattingen.’’

Moeten we dan maar terug naar de jaren vijftig, naar de ’drie r’s van rust, reinheid en regelmaat’ waar het RTL5-programma zich mee afficheert?

René Gude, directeur van de Internationale School voor Wijsbegeerte zou dat zeer betreuren. „Hoezo zijn de jaren zestig te ver doorgeschoten? Ik meet de beschaving af aan de mate waarin de onderdanen in staat zijn zichzelf de wet te stellen. In de rechtendiscussie gaat het mij dus om het recht jezelf plichten op te leggen. Ik begrijp nooit wat het doel is van die mensen die de revolutie van de jaren zestig willen terugdraaien. Willen zij nu een samenleving van zelfstandige mensen die hun eigen leven inrichten of willen zij een hiërarchisch georganiseerde samenleving met de boven ons gestelde onderwijzer, dominee en burgemeester, en helemaal bovenaan God en de koningin? Tot in de aren zestig kon een getrouwde vrouw geen eigen girorekening hebben. Nu wel. Is dat te ver doorgeschoten?’’

Gude windt zich nogal op over de manier waarop de verworvenheden en ’zelfs de hele manier van spreken’ van de jaren zestig en zeventig in het verdomhoekje zijn gezet. Discipline vindt hij prima, maar dan wel zélfdiscipline. „Het is schokkend dat mensen discipline van bovenaf willen’’, zegt hij. „Vrijheid wil niet zeggen dat mensen maar kunnen doen waar ze zin in hebben. Vrijheid en verantwoordelijkheid horen bij elkaar. Daar zijn opvoeding en onderwijs dan ook op gericht: leerlingen begeleiden naar zelfstandigheid. Zelfs als je het onderwijs wilt inrichten zoals Bint van Bordewijk dat deed, dan nog is het doel de eigen verantwoordelijkheid van de volwassene in spe. Misschien kan dat. Ik ben persoonlijk meer van de Montessori-hoek, maar ik laat me graag verrassen.’’

De revolutie van ’68 kan Gude niet ver genoeg doorslaan. „Emancipatie, mentaliteitsverandering en zelfs het gewraakte vormingswerk: het klinkt mij allemaal als muziek in de oren.’’ Ook het gedoogbeleid is ’een hoogtepunt van beschaving’. „Er wordt nu gedaan alsof daardoor geen regel meer gehandhaafd wordt, maar dat is niet waar. Het gaat alleen om enkele gebieden – euthanasie, het roken van wiet.” Gedoogbeleid, zegt Gude, is „een sociale innovatie van de eerste orde, een exportproduct”.

De sixties zijn voor Paul Cliteur niet alleen maar ellende; ze leverden ook emancipatie, van vrouwen en anderen, en zelfs de seksuele revolutie ’bracht toch meer goeds dan kwaads’. Cliteur is niet tegen porno. „Volgens Plato heeft de filosoof het contact met het concrete nodig om tot een besef te komen van de ideale vormen. Zo behoeft de mens afbeeldingen en beschrijvingen van de veelheid aan seksuele uitingsvormen om te leren waar hij zelf staat in het leven. Salman Rushdie zou nog met een boek komen over pornografie, maar dat is er – om begrijpelijke redenen – niet van gekomen. Zijn stelling was: overal waar pornografie wordt onderdrukt, heb je een dictatoriale samenleving. Daar zit veel in, vrees ik. ’Rust, reinheid en regelmaat’ kan ontaarden in ’kuisheid, onderdrukte seksualiteit en marginalisering van alles wat niet gewoon heteroseksueel is’.”

De MTV-clips zijn naar Cliteurs smaak ’overdreven geseksualiseerd en plat’, maar hij ziet ook andere beelden. Zoals van Deeyah, een islamitische popster. „Terwijl heel Europa is gecapituleerd voor de terreur van het religieus terrorisme – zoals de reacties op de cartooncrisis lieten zien – pleit zij voor vrouwenemancipatie via popmuziek. Prachtig.’’

Op dat punt is Cliteur wél voor het opeisen van rechten. „Ja, want dan gaat het ergens om: het recht van een vrouw op een eigen leven en eigen keuzes. Dat moeten we blijven verdedigen. Dat is een recht van de ’eerste generatie’: de rechten die in de 18de eeuw zijn geïntroduceerd. Voordat de ontaarding inzette die heeft geleid tot het ’recht om te genieten van kunst’.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden