De januskop van Weimar

Het kleine Weimar in Oost-Duitsland wordt vanavond ingewijd als 'Culturele hoofdstad van Europa'. Het stadje heeft reden om feest te vieren dit jaar: 250 jaar geleden werd Goethe geboren, 240 jaar geleden Schiller, tachtig jaar geleden kwam de republiek van Weimar tot stand. Weimar is de eerste stad uit het voormalige Oostblok die zich culturele hoofdstad mag noemen.

De bosweg tussen cultuur en barbarij is dertienhonderd meter lang en voert van slot Ettersburg, even buiten Weimar, naar het voormalige concentratiekamp Buchenwald. Het is op deze zonnige maar koude winterdag een glibberige tocht met steile afdalingen en verraderlijke heuveltjes. De speciaal aangelegde trappen zouden wat soelaas moeten bieden, maar ze zijn juist spekglad.

Over dit pad hebben groten uit de Duitse geschiedenis en cultuur gewandeld. Maar evenzeer is het de plek waar gedetineerden uit Buchenwald hun dwangarbeid moesten verrichten: zigeuners, homoseksuelen, joden, Jehova's getuigen en anderen die door de nazi's tot uitschot waren verklaard.

In het Duits heet het paadje die Zeitschneise, een brandgang door de tijd. In vroeger eeuwen was het de gedwongen verzamelplaats van wild dat door drijvers uit de bossen was opgejaagd en dat door de hertogen van slot Ettersburg bij wijze van spreken met de ogen dicht kon worden neergeknald. Het bosweggetje raakte overwoekerd en was de laatste jaren nauwelijks meer zichtbaar.

Onder leiding van de Berlijnse architect Walther Grinwald is het pad de afgelopen maanden opgeknapt en opnieuw ingericht. Die Zeitschneise maakt nu onderdeel uit van het project 'Weimar 99 - Culturele hoofdstad van Europa' dat vanavond om precies 19.49 uur door de Duitse president Roman Herzog wordt geopend. Weimar is sinds 1985 (toen Athene de rij opende) de vijftiende stad die met deze eer gaat strijken.

Vanaf het moment, in 1994, dat de Europese ministers van cultuur Weimar aanwezen, heeft het stadsbestuur zich het hoofd gebroken hoe het met die bruine geschiedenis van Hitler-Duitsland zou moeten omgaan. Buchenwald ligt welgeteld acht kilometer buiten Weimar, de weg erheen (de Ettersburger Strasse, bijgenaamd de Bloedstraat) is door de gedetineerden aangelegd. Helemaal verzwijgen zou ondenkbaar zijn, al hebben de stadsbewoners dat vanaf 1937, toen het concentratiekamp werd gebouwd, tot het einde van de oorlog stelselmatig gedaan.

In de filmzaal op het terrein van Buchenwald zijn schokkende beelden te zien uit april 1945, enkele dagen nadat het kamp werd bevrijd. Amerikanen pakten inwoners van Weimar op en lieten hen langs de vele barakken lopen. Ze zagen de uitgemergelde gevangenen en sloegen verschrikt de handen voor hun ogen. Dat zich op zo'n korte afstand zulke gruwelijkheden hadden afgespeeld, nee, dat hadden ze niet geweten. In dezelfde film vertellen overlevenden dat dit een leugen was: je kunt niet acht jaar lang naast een concentratiekamp wonen en net doen alsof je nooit iets gemerkt hebt.

Maar om nou alle aandacht op de nazi-tijd te gooien, dat zou ook weer een vertekend beeld geven. Want Weimar is natuurlijk ook de stad van Goethe, die er van 1775 tot zijn dood in 1832 woonde, van Schiller, die er in verschillende periodes verbleef, van Bach en Gropius, van Strauss, Liszt en Nietzsche. En dan zijn we nog een heleboel groten vergeten.

Vandaar dat de organisatoren zijn uitgekomen op Die Zeitschneise. Want, zeggen zij, deze 'verbindingsweg tussen goed en kwaad' geeft het best de 'januskop' van Weimar weer. Op het slot Ettersburg nodigde hertogin Anna Amalia aan het einde van de achttiende eeuw de beroemdheden uit Weimar uit voor muziek- en toneelvoorstellingen. Even verderop stierven in de Tweede Wereldoorlog zo'n vijftigduizend mensen, een vijfde van de kwart miljoen die er tussen 1937 en 1945 gedetineerd zijn geweest.

Die Zeitschneise is een eenvoudige oplossing, zonder vals sentiment of dramatiek. Een verademing vergeleken bij de moeizame discussie over de oprichting van een monstrueus holocaust-monument in het centrum van de hoofdstad Berlijn, die nu al bijna tien jaar duurt. Buchenwald is trouwens al jaren elke dag open voor het publiek. Het grootste deel van het kamp is in de jaren vijftig afgebroken, maar van de gebouwen waar de SS zijn hoofdkwartier had, staan er nog een paar. Er zijn tentoonstellingen te zien, ook over de jaren 1945-1950 toen de Sovjets er een interneringskamp hadden. De poort van het concentratiekamp is er eveneens nog, met op het gietijzeren hek, onder de grote klok die onveranderd op kwart over drie staat, de tekst: Jedem das Seine, ieder het zijne.

Ook op andere plaatsen herinnert Weimar aan de Tweede Wereldoorlog. Het bordes van hotel Elephant op het Marktplein, vanwaar Hitler zijn volgelingen toesprak, is nog helemaal intact. De dictator kwam er regelmatig. Weimar, naamgever van de democratische republiek waaraan met de machtsovername door de nazi's in 1933 resoluut een einde kwam (hier werd vanaf 1918 de grondwet opgesteld en geproclameerd), was één van de eerste Duitse steden die 'jodenvrij' werden verklaard en ook één van de eerste gemeenten die door nationaal-socialisten werden bestuurd.

Aan Hitler gaat het project 'Culturele hoofdstad van Europa' dan ook niet voorbij. De komende maanden zal in Weimar een deel van diens kunstcollectie te zien zijn: een kleine tweehonderd schilderijen en tekeningen die tot nu toe opgeslagen waren in het Duits Historisch Museum in Berlijn.

Maar wie door het stadje loopt (het heeft net iets meer dan zestigduizend inwoners), ziet toch vooral de herinneringen aan de goede tijden met als trefpunten het Goethe- en het Schillerhuis en het Goethe-Nationalmuseum dat voor de gelegenheid helemaal opgeknapt is, kosten vijftien miljoen mark.

In het stadspark staat het Gartenhaus van Goethe, dat niet alleen diende als theehuis, maar waar de schrijver ook een paar jaar permanent heeft gewoond. Beter gezegd, er staan er twee: het originele, dat op deze zaterdagmiddag gelukkig nog open is voor het publiek, maar dat de komende maanden potdicht is. De bezoekers zullen het moeten doen met een getrouwe kopie, die enkele tientallen meters verderop staat en die nu nog in een soort cadeauverpakking gewikkeld is. De organisatoren waren bang dat het echte Gartenhaus zou bezwijken onder de miljoenen toeristen die dit jaar naar Weimar komen en hebben het, met geld van de sponsors, laten nabouwen.

Het is onvoorstelbaar hoeveel cultuurbezittingen deze kleine stad heeft. In amper een kwartier ben je door het hele centrum gebanjerd, maar dan ben je (naast alles wat aan Goethe en Schiller herinnert) ook langs de bibliotheek van Anna Amalia gelopen, het Nietzsche-Archief, het Deutsches Nationaltheater, het nieuwe museum voor moderne kunst, de Bauhaus-universiteit en het Bauhaus-museum. Bij de naam Bauhaus gaan de gedachten vrijwel automatisch naar Dessau, zo'n honderd kilometer naar het noorden, maar ook Weimar herbergt veel van deze architectuur uit het begin van deze eeuw.

Weimar mag graag pronken met zijn geringe omvang. Het is verreweg de kleinste stad die het ooit tot culturele hoofdstad van Europa heeft geschopt. Voorgangers waren onder andere Amsterdam, Berlijn, Lissabon, Antwerpen en Stockholm.

Klein betekent ook weinig geld. Of eigenlijk helemaal geen geld. Het stadsbestuur kan 'met het oog op de bedenkelijke economische toestand' geen cent bijdragen. Weimar ligt in de vroegere DDR en heeft alle trekken van een Oost-Duitse stad: een hoge werkloosheid en zo arm als Job. De benodigde vijftig miljoen zijn afkomstig van de deelstaat Thüringen, de Duitse staat en de Europese Unie. Daarnaast hebben enkele sponsors tien miljoen mark op tafel gelegd, onder andere Volkswagen en de Duitse Spoorwegen.

Wat klagerig staat er in de catalogus dat die zestig miljoen mark (een kleine zeventig miljoen gulden) schril afsteekt tegen de ruim tweehonderd miljoen gulden die bijvoorbeeld Stockholm, vorig jaar culturele hoofdstad, tot zijn beschikking had. De bezoekers zijn dus vantevoren gewaarschuwd: onze geschiedenis is al interessant genoeg, verwacht niet te veel aan speciale projecten. Hoewel dat in de praktijk best meevalt: directeur Bernd Kauffmann heeft een programma van zo'n driehonderd voorstellingen samengesteld: muziek, theater, toneel, video, dans, noem maar op.

Behalve die zestig miljoen, die voor het cultuurfestival is uitgetrokken, is er de afgelopen jaren maar liefst 1,4 miljard gulden in Weimar gepompt, de helft opgebracht door de Duitse belastingbetalers, de andere helft door particuliere investeerders. Er is bijna geen gebouw dat niet is gerenoveerd. Bijna alle straten zijn opgeknapt zodat er vrijwel geen wegen meer zijn met die beruchte kinderkopjes uit de DDR-tijd, het openbaar vervoer is flink verbeterd, het vervallen station is prachtig gemoderniseerd.

De weg- en spoorverbindingen zijn zo goed, dat de horeca in Weimar als de dood is dat de meeste bezoekers dagjesmensen zullen zijn, die broodjes meenemen in trein of auto en die in de stad geen cent uitgeven. Terwijl de restaurants en hotels de extra inkomsten zo goed kunnen gebruiken. ,,Zeker in de wintermaanden is hier geen ene moer te doen', klaagt een inwoner. Daarmee blijkt op deze zaterdagavond, zes dagen voor de officiële opening van 'Weimar - Culturele hoofdstad van Europa', niks te veel gezegd. Je kunt in het centrum het bekende kanon afschieten zonder ook maar iemand te raken. In de restaurants zit ook al geen hond: achter de ramen staan obers verveeld en vergeefs op klanten te wachten.

Directeur Kauffmann is echter optimistisch. Hij verwacht de komende maanden minstens vier miljoen bezoekers (het gemeentebestuur zelfs zeven miljoen) van wie een behoorlijk deel langer dan één dag zal blijven. Wie het plan heeft ooit nog eens naar Weimar te gaan, moet dat dit jaar doen: 250 jaar geleden werd Goethe geboren, 240 jaar geleden Schiller, tachtig jaar geleden kwam de republiek van Weimar tot stand, en de organisatoren halen er ook nog bij dat dit jaar de Bondsrepubliek Duitsland vijftig jaar bestaat en dat de Berlijnse Muur tien jaar geleden viel. Dat laatste feit is in die zin interessant dat Weimar de eerste stad uit het voormalige Oostblok is die het stempel 'Culturele hoofdstad' heeft meegekregen.

En het zal ook de laatste stad zijn die op haar eentje het predikaat heeft. Volgend jaar zijn er maar liefst negen steden: Avignon, Bologna, Bergen, Brussel, Krakau, Helsinki, Praag, Reykjavik en Santiago de Compostela.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden