De jacht van Isis op christenen in Mosoel

Religieuze minderheden moeten het ontgelden in de Iraakse stad Mosoel, waar Isis de scepter zwaait. Christenen zijn bijna allemaal gevlucht.

Vervolging en verdrijving van christenen, zware krenking van soefimoslims en sjiieten, vrouwenonderdrukking en cultuurvernietiging, dat lijkt de voorlopige prioriteitenlijst van de strijdbende Isis in de Iraakse stad Mosoel. Op een mensenleven meer of minder kijkt de organisatie daarbij niet.

De eerste klap, de verovering van de stad en de overwinning op het Iraakse leger was weliswaar een daalder waard, maar helemaal zonder slag of stoot bereikt Isis zijn doelen toch niet. Er brak vorig weekeinde zelfs volksverzet uit in Mosoel. Isis wilde een plaatselijke versie van de toren van Pisa opblazen. Burgers verhinderden dat. Ze vormden een beschermende mensenhaag rondom de beroemde, achthonderd jaar oude 'scheve minaret'.

Mensenhagen waren er niet voor de christenen in de stad. Zij zijn vrijwel allemaal gevlucht, geschrokken van een bar ultimatum van Isis. Verhalen over plundering, verkrachting, moord en zelfs kruisiging wakkerden de angsten verder aan. Het is nu nog niet na te gaan welke van die verhalen kloppen. Internet is een bron van informatie maar ook van misleiding. Uitgesloten is niets, want berichten over kruisigingen door Isis in Syrië komen uit betrouwbare bron. Sinds kort stenigt Isis ook. Maar waar, half waar of niet waar, de vreselijke verhalen doen hun werk en in Mosoel hebben ze de overgebleven christenen, zoveel waren het er al niet meer, op de vlucht gejaagd.

Isis beheerst sinds enige tijd grote gebieden in Syrië en Irak, en stichtte ongeveer een maand geleden in die regio een 'kalifaat'. Het woord kalifaat verwijst naar een roemruchte periode in de islamitische geschiedenis, toen de islam de staatsgodsdienst was in een wereldrijk dat zich uitstrekte van Pakistan tot de Pyreneeën.

Dat nieuwbakken kalifaat van Isis liet vooral de afgelopen paar weken zijn ware aard zien. De inwoners van Mosoel kregen, de christenen uitgezonderd, even de tijd om aan de nieuwe situatie te wennen. Maar nu moeten ze toezien hoe Isis hun beroemde oude gebouwen opblaast. Ieder mensenleven is meer waard dan welk gebouw ook. Het probleem is alleen dat mensen die culturele monumenten vernietigen doorgaans ook de ergste moordenaars zijn. Elk opgeblazen gebouw is daarom niet alleen een daad van barbarij maar ook van enorme intimidatie, een aankondiging van bloedvergieten. Doelwit zijn monumenten of plaatsen waar mensen een gevoel bij hebben - in Nederland zou dat het Vrijthof in Maastricht kunnen zijn, of de Sint-Jan in Den Bosch, de Martinitoren in Groningen of de grachtengordel in Amsterdam. Zulke symbolen zijn nu in Mosoel een prooi voor Isis, soms omdat ze verbonden zijn met 'verkeerde' religieuze ideeën en soms omdat ze een nationalistische gevoelswaarde hebben, want ook dat is 'verderfelijk'.

Vooral graven van heiligen moeten het ontgelden. Op YouTube prijkt een film, uitgebracht door Isis, waarin de laatste rustplaats van de profeet Jona aan stukken spat. De voice-over gilt bijna jankend van blijdschap: "De islamitische staat!" Jona overleefde een verblijf in de buik van een walvis en mocht vervolgens namens God de ondergang van de voorloper van Mosoel, de stad Nineve aankondigen. Tot zijn teleurstelling ging toentertijd die ondergang niet door, maar door toedoen van Isis lijkt de voorspelling alsnog uit te zullen komen.

Ook moskeeën zijn niet veilig voor Isis, vooral als ze oud zijn en er legendes omheen zijn geweven. Zoals het verhaal dat de 'scheve minaret' een buiging maakte voor Mohammed, toen die een reis naar de hemel maakte. De Isisstrijders zien in die legendes geen grappige oude verhalen maar gevaarlijke aanzetten tot verering van heiligen en dus polytheïstisch heidendom, strijdig met het belangrijke dogma van de islam dat er maar één God bestaat.

Afbraakprogramma

Wat Isis doet is overigens niet nieuw, in Saoedi-Arabië deden de wahabitische moslims in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw precies hetzelfde. Ook daar vernietigden ze alle graven van heiligen. Zelfs het vermoedelijke graf van de profeet Mohammed in de stad Medina is een doorn in het oog van veel salafistische en wahabitische moslims. In Timboektoe begonnen geestverwanten van Isis twee jaar geleden aan een soortgelijk afbraakprogramma.

Voor de 'gewone' islamitische orthodoxie is het moeilijk om een theologische weerlegging te formuleren van de ideeën van extremistische scherpslijpers. Ook de orthodoxie is tegen heiligenverering en vindt dat vrouwen 'decent' gekleed moeten zijn. En christenen moeten 'hun plaats' kennen, want godsdienstvrijheid in de moderne westerse zin kent de islam niet en heeft ze nooit gekend.

Net als de Isis-strijders kunnen ook gematigde moslims een warm gevoel krijgen bij het woord 'kalifaat', maar ze zullen nooit even ver gaan als de extremisten. Hun belangrijkste theologische argument tegen extremisme lijkt te zijn dat overdrijving in godsdienstige zaken even erg is als nalatigheid en nog erger zelfs, want de extremist denkt dat hij het extra goed doet en dat is hoogmoed. Maar scherpslijpers kunnen daar als krachtig klinkend argument tegen inbrengen dat je, met een beroep op gematigdheid, onmogelijk het Woord van God met een korrel zout kunt nemen.

Op dit moment trappen de Isis-strijders ongeveer alle inwoners van Mosoel hard op hun ziel. Met de vernietiging van heilige monumenten treft Isis vooral de mystieke soefi-moslims. Als ergste afgodendienaren beschouwt Isis de sjiitische moslims. Er wonen weinig sjiieten in het overwegend soennitische Mosoel. Hun gemeenschapsgebouwen, hoesseiniya's, krijgen een behandeling met springstof. Vrouwen moeten vanaf hun dertiende een gezichtssluier dragen. Ze moeten lopen in loshangende gewaden die de lichaamsvormen verhullen en die geen opvallende kleuren mogen hebben. Ze kunnen vermoeden dat het niet bij deze ellende alleen zal blijven, want in Syrië heeft Isis onlangs zijn eerste steniging uitgevoerd, van minstens één 'losbandige' vrouw, volgens andere berichten waren het er twee. Voor schrik zorgde een gerucht over een fatwa die de besnijdenis van meisjes verplicht zou stellen. Over de echtheid daarvan bestaan vooralsnog twijfels.

De vlucht van de christenen betekent het einde van een oeroude christelijke traditie in Mosoel. Isis stelde hen voor de keuze: of moslim worden, of een speciale belasting betalen, of vertrekken of anders de doodstraf. Die speciale belasting heet djizya. In de oude tijden van het klassieke 'kalifaat' moesten christenen en joden die betalen. De betaling ging vaak gepaard met vernederende rituelen. De djizya verdween in de loop van de negentiende en in sommige moslimlanden twintigste eeuw. Het tarief dat Isis hanteert voor de djizya liegt er niet om. In Syrië moeten christenen goud aan Isis afdragen, want dat was in de tijd van de profeet ook het betaalmiddel, zeggen ze. Opmerkelijk genoeg geldt dat argument niet voor Mosoel, want daar moeten de christenen per volwassen persoon 250 ongelovige dollars betalen, voor velen moeilijk op te brengen in de beroerde economie van dit moment.

En opnieuw is het voor de islamitische orthodoxie moeilijk om tegen de djizyabelasting voor christenen te protesteren, want in dit geval kan Isis zich beroepen op een expliciet koranvers (9:29), zelfs voor de vernederende rituelen. De afschaffing van de djizyabelasting geschiedde bovendien onder druk van Europese koloniale mogendheden, zo kunnen extremisten betogen.

Vóór de Amerikaanse inval van 2003 zouden in Irak een miljoen christenen hebben gewoond. Velen weken uit naar bijvoorbeeld Syrië. Na het uitbreken van de Syrische oorlog keerde een aantal terug naar Irak, waar ze nu dus opnieuw met Isis te maken krijgen. In 2003 zouden in Mosoel nog 130.000 christenen hebben gewoond. Dat aantal was al gedaald tot ongeveer 10.000 toen Isis zijn 'kalifaat' stichtte. Op dit moment schilderen Isis-strijders op huizen van christenen een onheilspellende letter N. N staat voor Nasara, het koranwoord voor christenen.

Minderheden hebben het altijd extra moeilijk in tijden van chaos, wanneer de bescherming van de overheid wegvalt. De tribale structuur van de Iraakse samenleving, met zijn clans en stammen, maakt de christenen nog kwetsbaarder. Isis moet ervoor oppassen dat het geen machtige moslimclans tegen zich in het harnas jaagt en moet daardoor enigszins terughoudend zijn tegenover moslims. Maar Isis hoeft niet bevreesd te zijn voor machtige christelijke clans, want die zijn er niet. Andere minderheden hebben hetzelfde probleem. In 2007 kwam bij een aanslag op de aanhangers van de Yazidi-godsdienst, een minuscule goep, vijfhonderd mensen om. Ook de Mandaeërs, die Johannes de Doper als verlosser vereren, hebben Irak goeddeels verlaten.

Saddam Hoessein

Over de in 2006 opgehangen ex-dictator Saddam Hoessein kan veel slechts worden gezegd, maar de niet-islamitische minderheden, ook de christenen, genoten onder hem bescherming. Van de huidige versie van Saddams Baathpartij, een bondgenoot van Isis en een machtsfactor binnen het 'kalifaat', hoeven de christenen weinig goeds te verwachten. Aanvoerder is Izzat Ibrahim Al-Douri. Hij was een kroonprins van Saddam en wist na de inval van 2003 wél uit handen te blijven van de Amerikanen. Onlangs betuigde hij in warme bewoordingen zijn steun aan Isis. De Baathpartij heeft daarmee zijn seculiere veren afgeschud, waardoor er over deze club met zijn gruwelijke verleden helemaal niets goeds meer is te melden, ook niet vanuit de gezichtshoek van de christenen.

Actie van het Front National in Parijs ter ondersteuning van vervolgde christenen in Mosoel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden