De jacht op dorpjes

Topografie staat voor sommigen gelijk aan jeugdtrauma. Het aanhoren van een serie plaatsnamen als Hoogezand-Sappemeer-Zuidbroek rijt soms oude wonden open. Het verwerven van die kennis wordt vaak gezien als tijdverspilling. Dat geldt niet voor Frank van den Hoven. Hij gaat van elke onbekende plaatsnaam wel een beetje uit zijn bol en verzamelt alles wat in de topografie excentriek klinkt.

Van beroep is hij automatiseerder, deze 36-jarige Amersfoorter. Maar als kind spaarde hij al van alles; van suikerzakjes, kwartetten, stenen en fossielen tot postzegels en prentbriefkaarten. En nu leeft Van den Hoven al een hele tijd samen met zijn verzameling plaatsnamen en is daarin een gelukkig mens. Plaatsnamen in Nederland uiteraard, zegt hij erbij, want waarom zou je naar het buitenland gaan, als hier nog zoveel onbekend is. En waarom zou je met een vliegreis Schiphol nog drukker maken, waardoor straks nog meer buurtschappen en dorpen moeten worden afgebroken.

In een pil van 800 pagina's heeft Van den Hoven 15 000 namen van gemeenten, steden, dorpen en buurtschappen gerangschikt. Geen vlek zo gek of het staat in De Topografische Gids van Nederland. Zelfs oorden die hun bestaansrecht bij de officiële instanties al lang hebben verloren, heeft Van den Hoven weer een plekje op de kaart van Nederland gegeven.

Vanwaar die passie? Waarom zo 'plaatselijk gestoord', zoals hij in een krant werd aangeduid? Z'n pa werkte 42 jaar bij de PTT, en sorteerde post in een tijd dat er nog geen postcode was. Frank verzamelde als vanzelf stempels van alle postkantoren in Nederland en kwam zo namen tegen die niet meer in de atlas voorkomen. Vooral die kleine plekjes fascineerden hem: waar waren ze gebleven en hoe kwamen ze aan hun eind? Opgegaan in grotere plaatsen, verdwenen door herindelingen of door grote bouwprojecten (Europoort, Schiphol).

“Ik rust niet voor ik weet waar ze gelegen hebben”, zegt Van der Hoven en zo had hij er weer een nieuwe hobby bij: de opkomst en ondergang van een plaats traceren, de herkomst van de naam achterhalen en de interessantste bezienswaardigheden verzamelen. Hij kon natuurlijk een aardrijkskundig woordenboek raadplegen, maar het jongste exemplaar dateerde van 1968 (Van Goor). “Dat is nog van voor de grote herindelingen; sindsdien is de helft van de Nederlandse gemeenten opgeheven. Als het zo lang geleden is, dacht ik op een gegeven moment, moet ik zelf maar een nieuwe topografisch woordenboek maken. Vanwege mijn eigen informatiebehoefte. Een droge opsomming leek me minder interessant.” Zo rijpte het woordenboek onder zijn handen. Zijn flat bouwde hij om tot een bibliotheek, hij struinde antiquariaten en boekenmarkten af en vond stapels naslagwerk. Een van zijn topstukken is de 13-delige serie aardrijkskundige woordenboeken van Van der Aa uit 1850. “Het standaardwerk voor topografen. Het frustrerende is alleen dat die na 1850 inhoudelijk nooit grondig is herzien. Wat is verschenen, is voornamelijk overgeschreven. Ik wilde de eerste herziene 'Van der Aa' uitbrengen, met alle herindelingen tot nu toe.”

Van den Hoven ging bijna net zo tewerk als zijn beroemde voorbeeld. Hij schakelde mensen uit de verzamelaarswereld in. “Die zitten vaak in heemkundige kringen of genealogische verenigingen en weten heel veel. In de tijd van Van der Aa gebeurde alles per postkoets en trekschuit; hij liet zich uit het hele land verhalen opsturen. Zoiets heb ik ook gedaan. In mijn dankwoord noem ik wel honderd vrijwilligers die me vaak per streek informatie gaven.”

Een uitgever was geen punt. Van den Hoven: “Ik hoefde alleen nog het contract te tekenen - op voorwaarde dat hij de eindredactie deed en de afbeeldingen koos. Daar is het op afgeketst. Dit is mijn kindje. Ik wil niet dat een ander daarin gaat knippen of dat er bij Amersfoort een plaatje komt van de overbekende Koppelpoort. Ik heb liever een afbeelding van een nietig buurtschap. Ik wilde buiten de sfeer van die toeristische uitgaven blijven. Daarom heb ik het boek zelf uitgeven.”

Zijn eigen boek. Dus met het bord van Westerhaar-Vriezenveensewijk, wat volgens Van den Hoven de op een na langste plaatsnaam van Nederland is, als de gemeente Gasselte de borden Gasselternijeveensemond-Eerste Dwarsdiep niet meer in ere herstelt. En met de verhandeling over De Poffert, ook zo'n favoriet van Van den Hoven omdat het één Gronings gehucht is maar onder drie verschillende gemeenten is valt. Breezanddijk noemt hij als kleinste 'plaats' van Nederland, omdat het gehucht op de Afsluitdijk maar één woning telt en toch in het postcodeboek voorkomt. Hij verklapt het verhaal van Slikgat dat sinds de paters Capucijnen in 1910 in deze Brabantse modder een seminarie stichtten in Langeweg werd omgedoopt.

Met zijn topografische gids wil Van den Hoven filatelisten, genealogen, heemkundigen en verzamelaars van prentbriefkaarten en poststempels bedienen, maar ook mensen bereiken die meer van eigen land willen zien dan de Efteling of Madurodam. “Daar staat men massaal voor in de rij, terwijl ze dat aardige dorp of buurtschapje vlak om de hoek niet eens kennen.”

Over de grote steden en toeristische toppers schrijft hij summier, daar is volgens hem al genoeg literatuur van. Hij betreedt liever zijpaden. Zo fulmineert hij tegen het fenomeen airmiles, dat volgens hem alleen maar het vliegverkeer bevordert en schade berokkent aan het milieu. Het gehucht Ruigoord, boegbeeld van milieuactivisten, krijgt onevenredig veel aandacht. “Daarmee demonstreer ik tegen de vanzelfsprekendheid waarmee polders en natuurgebieden verdwijnen voor banen van Schiphol. Ik geloof niet dat dat een politieke boodschap is in mijn boek. Ik wil alleen aandacht voor randverschijnselen. Van der Aa was 99 procent zakelijk en schreef verder over 'idyllische' en 'wonderschone' plaatsjes. Daar ben ik niet subjectief in. Bij Ruigoord wel, maar dat is het ei dat ik in dit boek kwijt wilde. Van der Aa meldde bij een plaats of er een schapenmarkt was, dat paste in zijn tijd. Ik wil weten of in een plaats een asielzoekerscentrum is.”

Vijf jaar heeft het samenstellen Van den Hoven gekost. De eerste editie is hij bijna kwijt, in een tweede uitgave wil hij de informatie nog completer maken. “Compleet wordt zo'n boek nooit, al is dat voor een verzamelaar wel het uiteindelijke doel. Ik heb mijn flat ervoor gereorganiseerd. Mijn video, de tv en de romans gaan er uit - zo hou ik ruimte over voor meer naslagwerken en archiefkasten met krantenartikelen. Ik hoop ooit topografische woordenboeken per regio te maken. Dat is mijn ideaal, een tweede Van der Aa worden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden