Review

De jacht op de ideale dirigent is geopend

Hij moet jong zijn, veelzijdig, inspirerend en zich voor langere tijd aan het orkest willen verbinden. Bovendien moet dit jonge genie zich kunnen neerleggen bij het feit dat de orkestmusici meepraten over het artistieke beleid. Wie o wie is dit muzikale schaap met de vijf poten?

Met argusogen werd uitgezien naar het programma voor het nieuwe seizoen van het Koninklijk Concertgebouworkest. Hoewel dit programma al werd samengesteld ver voor Riccardo Chailly zijn vertrek per 2004 bekendmaakte, kan uit de keuze van gastdirigenten worden opgemaakt wie de favorieten zijn en wie dus tot de kanshebbers voor zijn opvolging behoren.

De orkestdirectie heeft al laten weten op zoek te zijn naar een jonge dirigent die zich voor langere tijd aan het orkest wil verbinden, liefst al voor deze zomer te benoemen. In het profiel dat uit de uitlatingen van KCO-directie opdoemt, staan naast een affiniteit met het laat-romantische repertoire, een meer dan gemiddelde interesse voor twintigste-eeuwse en hedendaagse muziek.

Om de potentiële opvolgers te zoeken is het niet voldoende om alleen naar het volgende seizoen te kijken. Een goede relatie met het orkest hoeft niet te betekenen dat de dirigent elk jaar terugkeert. Maar wie de lijst met regelmatig terugkerende gastdirigenten doorneemt en een zijdelingse blik werpt op de andere belangrijke concertpodia, komt een heel eind. Daarbij is het gemakkelijker namen te schrappen dan om de kanshebbers te benoemen. Zo zal de Amerikaan Leonard Slatkin het zeker niet worden: te oud, te weinig Bruckner-Mahler-ervaring en te Amerikaans-oppervlakkig. Te oud zijn ook: Hans Vonk, Colin Davis, Kurt Masur en Paavo Berglund.

Eveneens vallen af diegenen die net aan een nieuwe belangrijke baan beginnen, zoals Antonio Pappano (Covent Garden), Simon Rattle (Berliner Philharmoniker), James Levine (Boston). Een man als Valery Gergjev is te verknocht aan het Kirovtheater om een ander chefschap er serieus naast te doen. En sommigen zijn nog te onervaren. Dat geldt voor alle jonge Nederlanders, inclusief Jaap van Zweden, hoewel die een opvallende opmars maakt.

Wie blijven er over? In het nieuwe seizoen keren Mariss Jansons en Christian Thielemann terug en hun namen worden in analyses over de opvolging veelvuldig genoemd. Van de jonge generatie dirigenten komen David Robertson, Alan Gilbert, Markus Stenz, Ivor Bolton, Ed Spanjaard en George Benjamin. Wie niet komen maar ook niet doorgestreept kunnen worden, zijn de betrekkelijk jonge Fin Esa-Pekka Salonen (nu Los Angeles Philharmonic), die een platencontract bij Sony op zak heeft en veel in Nederland heeft gewerkt, de 26-jarige Daniel Harding (nu Kammerphilharmonie Bremen) die zeker tot de categorie 'jong en veelbelovend' behoort, en Michael Tilson Thomas (San Francisco Symphony Orchestra), die al regelmatig voor het orkest heeft gestaan, een voorliefde voor twintigste-eeuwse muziek (Ives, Copland) heeft ontwikkeld en in San Francisco een heuse Mahler-cyclus dirigeert. Tilson Thomas heeft in San Francisco bovendien een nieuw jong publiek aan zich weten te binden met avontuurlijke programma's.

Mariss Jansons is zeer geliefd bij orkest en publiek. Hij wordt wereldwijd gezien als een van de beste dirigenten. Hij heeft één nadeel: een hartkwaal. Hij leeft na een hartaanval in extra tijd, zoals hij het zelf noemt, en dat maakt hem kwetsbaar. Jansons is sinds 1997 chef-dirigent van het Pittsburgh Symphony Orchestra en neemt volgend jaar bovendien het chefschap op zich van het Radio Orkest van de Beierse Omroep. Christian Thielemann is gezond en goed. Maar hij staat bekend als een ouderwetse, zo niet reactionaire Duitser, die niet goed viel bij de democratisch ingestelde orkestleden. Hij dirigeerde in zijn jonge carrière al 45 keer 'Tristan und Isolde' en 50 maal 'Die Meistersinger von Nürnberg', maar ervaring met moderne muziek heeft Thielemann nauwelijks. Desalniettemin worden hij en Jansons als favorieten bestempeld.

David Robertson is jong, heeft jarenlang het Ensemble Intercontemporain geleid en daardoor grote kennis op het gebied van modern repertoire. Of hij al ervaring genoeg heeft, is de vraag, maar hij is niet kansloos. Net zomin als Jonathan Nott, zijn opvolger bij het Ensemble Intercontemporain en chef van de Bamberger Symphoniker, die vorige week een indrukwekkend concert met werk van Strauss en Wagner dirigeerde. Nott maakte met de Berliner Philharmoniker bovendien opnames van werk van Liget. Een andere kanshebber is Ingo Metzmacher, die veel moderne muziek dirigeert en een opvallende Generalmusikdirektor is van de Opera van Hamburg.

Degene die het best in het profiel past is Tilson Thomas. Even veelzijdig als Chailly, in staat om jong publiek te trekken met modern repertoire, Mahler-dirigent van formaat en nog redelijk jong (51). Grootste kanshebber evenwel lijkt Thielemann, die geen vast orkest heeft, maar wél een belangrijk platencontract met Deutsche Grammophon; hij is jong en heeft veel ervaring met het laat-romantische repertoire. Daniel Harding is een belangrijke outsider die eveneens een goed platencontract heeft bij EMI. Laten we profiel, leeftijd of gezondheid buiten beschouwing dan zou waarschijnlijk iedereen de voorkeur geven aan Mariss Jansons. Hij haalde in zijn schaarse gastoptredens het beste in het KCO naar boven.

Op het eerste gezicht lijkt het een onmogelijke opgave om iemand te vinden met de brede inzetbaarheid en het charisma van Chailly. Maar zestien jaar geleden werd Chailly ook met de nodige reserves binnengehaald. En dat terwijl hij in 2004 met de eretitel 'dirigent emeritus' als bijna-heilige zal vertrekken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden