De islam manifesteert zich nadrukkelijker in maatschappelijk leven

Dit is het eerste deel van twee afleveringen over de islam in Indonesië.

Kiki Kaluku (24) kijkt met gretige ogen de wereld in. Zij beziet haar door de bril van de orthodoxe islam waarvan de glazen zijn geslepen door de Muhammadiya-beweging, met 15 miljoen leden de op één na grootste moslimorganisatie in Indonesië. “De koran zegt het zelf in soerat 3, vers 110: Jullie zijn de beste gemeenschap die er voor de mensen is voortgebracht.” Wat volgens Kiki niet wil zeggen, dat hiermee onderdrukking van andere geloofsovertuigingen gelegitimeerd zou zijn. “De islam is juist een heel verdraagzame godsdienst. We kunnen ons daarom helemaal vinden in de staatsideologie van de Pancasila. Die verplicht het geloof in één God, maar geeft alle godsdiensten in het land dezelfde vrijheidsrechten.”

De gematigd-orthodoxe Muhammadiyah-beweging spreekt haar zo aan omdat deze zich inzet voor de rechten van vrouwen. Kiki ergert zich namelijk groen en geel aan “extremisten” die de vrouw verwijzen naar het aanrecht en de kinderkamer. “In de koran staat nergens dat vrouwen niet mogen studeren of geen baan buitenshuis mogen nemen.” Gelukkig denkt haar vriend er net zo over. Zelf wil ze na haar trouwen snel kinderen, maar niet meer dan drie. Desgevraagd: “Het gebruik van de pil druist niet in tegen de islam. Abortus wel. Die doodt de ziel. Net als seks vóór het huwelijk.”

Vroeger droeg ze nooit een jilbab, de sluier die haren, hals en schouders bedekt. Nu wel. Waarom? “In het begin deed ik het meer om er bij te horen dan uit overtuiging. Steeds meer van mijn vriendinnen dragen hem, sommigen om hun ouders te jennen. Geleidelijk ben ik gaan inzien dat het een moslimvrouw niet past haar lichaam te veel bloot te stellen aan de blikken van vreemde mannen.”

“Een groeiend aantal jongeren staat open voor de ideeën van de islam” constateert professor Rasjidi Oesman. “Hoe dat komt? In een wereld die zich in steeds razender tempo vernieuwt en ontwikkelt, biedt de islam een evenwicht dat het westers rationalisme niet verschaft. In Azië, dat de behoefte aan religiositeit eerder ziet toenemen dan afnemen, is dat een belangrijk feit. Zeker in een land als Indonesië waar hindoe-mystiek, boeddhistische tolerantie en animistische spiritualiteit binnen de islam hun sporen hebben nagelaten. Met de islam kun je echter ook in onze moderne tijd uit de voeten. Het zet zich niet, zoals soms het christendom, af tegen technologische vernieuwingen en wetenschappelijke ontdekkingen.”

Prof. dr. Rasjidi Oesman doceert aan de juridische faculteit van de Universitas Islam, een van de acht particuliere almae matres die de Indonesische hoofdstad telt. Er studeren zo'n drieduizend studenten, waarvan de helft vrouwen, aan vier faculteiten: rechten, economie, industrieel manegement en islamitische opvoeding. De colleges worden verzorgd door twintig hoogleraren.

'Oh, God'

De universiteit staat in een buitenwijk van Jakarta. Een kleurloos gebouw, omgeven door hekwerk en bewaakt door een ordedienst. In de hal heeft men in grote Arabische letters op de muur geschilderd: 'Oh God, vermeerder mijn kennis'.

Oesman (73) behoort met zijn broer Razali Usman (71) tot de oprichters, in 1951, van deze moslimuniversiteit, de oudste in Jakarta. Waarom hij zijn achternaam anders schrijft? Grinikend: “Ik ben orthodoxer.”

Professor Usman leidt het wetenschappelijk instituut van de universiteit. Hij legt uit: “Wij geven de studenten een wetenschappelijke opleiding, gekoppeld aan islamitisch onderricht. Wat dat laatste betreft leren we hen op verantwoorde wijze om te gaan met wetenschappelijke ontdekkingen en technologische uitvindingen. Wij brengen hen een manier van denken bij die nieuwe ontwikkelingen accepteert, maar ze tevens relativeert.

Zijn broer vult aan: “De islam is nooit tegen de wetenschap gericht geweest. Integendeel. Leren en studeren zijn een goddelijke opgave, al moet je niet de illusie hebben dat je ooit God zult kunnen doorgronden. Ja, dat geldt ook voor vrouwen. Die moeten ook kunnen studeren. Behalve wat gedrag en kleding betreft leggen wij onze vrouwelijke studenten daarom geen enkele studiebeperking op.”

Oesman tenslotte: “Tien jaar terug was het bij ons in intellectuele moslimkringen bon ton zo min mogelijk te laten blijken dat je gelovig was. Men bad niet, ging zelden of nooit naar de moskee. Thans zie je een totaal ander beeld. Geconfronteerd met het materialisme en nihilisme in het westen sturen veel ouders de kinderen naar pesantren (islamitische internaten) of andere moslimscholen en sporen hen aan meer aandacht te besteden aan religie.

Indonesië wordt weer gelovig. Nee, niet op een extremistische manier, dat gevaar is erg klein. Het ligt niet in onze volksaard extremist te zijn.''

Dr. ir. H. M. Amin Aziz zegt: “De tijd dat de moslims in dit land in hun schulp zaten, is voorbij. Wij hebben ons minderwaardigheidscomplex afgeschud.” Hij zetelt in een ruime werkkamer, omlijnd door foto's van prominente moslims. De vele boeken in de kasten om hem heen hebben alle één ding gemeen: “ze gaan over de leer van de Profeet”.

Amin Aziz behoort tot de leiding van de Ikatan Cendikiawan Muslimse-Indonesia (ICMI), het invloedrijke verbond van Indonesische moslim-intellectuelen, met de minister van onderzoek en technologie B. J. Habibie als voorzitter. Voornaamste doel: het versterken van de positie van de islam in alle onderdelen van de Indonesische samenleving.

“Ja”, geeft Amin Aziz na enige aarzeling toe, “ook in de politiek”, om vervolgens haastig te verzekeren dat de ICMI geen verkapte politieke organisatie is. Hij glimlacht wat vaag als hem de vraag wordt voorgelegd of het regime via minister Habibie de moslim-intelligentsia aan de leiband tracht te houden. “De president (Soeharto) is een eerlijk man, een gelovige moslim die vier jaar geleden zelfs ter heilige bedevaart naar Mekka ging.”

Over de achterliggende motieven van deze plotselinge geloofsijver van het Indonesische staatshoofd laat Amin Aziz zich niet uit. Wel over de vraag of hij de Pancasila niet liever vervangen zou zien worden door de shari'a, de islamitische wetgeving: “Met het afschaffen ervan zou je enorme spanningen creëren tussen de diverse religieuze stromingen in ons land en daarmee is niemand gediend.”

Amin Aziz zegt dat ook binnen de islam de meerderheid er niet op zit te wachten. “De jongere generaties zijn via school zo 'doordrenkt' met de ideeën van de Pancasila dat het een deel van henzelf is geworden. Afschaffen zou niet worden begrepen. De Pancasila is niet anti-islam.”

Achterstand inhalen

Hij constateert: “De moslims in dit land zijn in snel tempo de relatieve achterstand aan het inhalen die ze van oudsher hadden op katholieken en protestanten. Was in de jaren '30 tot '70 het merendeel van de Indonesische intellectuele elite opgeleid aan openbare of christelijke middelbare scholen en universiteiten, nu melden zich steeds meer afgestudeerde santri's (orthodoxe moslims) bij de poorten van het patriculiere bedrijfsleven en de overheid.

Zelfs binnen de top van de ministeries, de strijdkrachten en de grote bedrijven tref je nu moslims aan. Dat hoort ook zo in een land waar de bevolking (ruim 194 miljoen) voor 85 procent (165 miljoen) islamitisch is. Ik vind het daarom normaal dat 36 van de 40 ministers moslim zijn.'' Dat de helft van de moslims in Indonesië nimmer een moskee van binnen ziet, vermeldt Amin Aziz niet.

Hij somt met ingehouden trots de verworvenheden op die de islam de laatste jaren in Indonesië ten deel zijn gevallen: het sluierverbod op openbare scholen is opgeheven en voor conflicten over huwelijksrecht kan men nu terecht bij islamitische rechtbanken. Daarnaast beschikken de moslims over een eigen bank, scholen, hospitalen en zelfs over een eigen krant (Republika).

“De islamisering van onze samenleving is echter ook op andere manieren zichtbaar. Zo lopen iedere vrijdag de moskeeën vol, doen op die dag steeds meer bedrijven en instellingen na elf uur 's morgens de deur dicht - al is zondag hier nog steeds de officiële rustdag -, wordt het puasa (vasten tijdens de Ramadan) steeds meer gepraktiseerd, neemt het aantal Mekkagangers toe.”

De redactie is gehuisvest in een ruime villa, gelegen aan een rustieke zijstraat van de Jalan Selamba Raya, een van de meest drukke verkeersaders die Jakarta 'rijk' is. Aan de voorgevel een sticker met de tekst Islam, the best way of life. Hier zetelt het tweewekelijkse familietijdschrift Amandah, bestemd voor de moslim-middenklasse “en alles wat daar boven zit”. Deze omschrijving van de doelgroep komt van H. Armar Aroisi (45), adjuncthoofdredacteur en in een vorig leven werkzaam als islamitisch prediker-progandist.

Hij zit vanaf de oprichting, juli '86, bij het blad dat in een oplage van ruim 60.000 tot in Maleisië en Singapore verschijnt. De redactie bestaat uit 16 journalisten, onder wie één christen, 5 eindredacteuren en 2 fotografen. Aan hen de taak het blad om de week in de kiosk te krijgen. Daar maakt het met zijn beperkte kleurstelling en stijve layout niet bepaald de blitz temidden van de vele andere tijdschriften.

Niet te sexy

Aroisi is zich dat bewust: “Advertenties en foto's mogen in ons blad niet al te profaan of te sexy zijn, dat pikken de lezers niet. Die policy kost ons aan het advertiefront geld en is de hoofdoorzaak waarom we ons geen full colour kunnen permitteren.” In het blad staan aanbiedingen voor gebedssluiers en alcoholvrije bodylotions naast foto-reportages over de Busana Islam, de islamitische haute couture met oriëntaals ogende creaties van zijde en brocaat, en beschouwingen over de gronden waarop aan moslim-mannen

polygamie is toegestaan.

Aroisi: “We gaan geen enkel onderwerp uit de weg, schrijven over alles: over gezondheid en gezin, over seks en politiek. Een en ander bekeken vanuit islamitisch zicht. Daarbij dringen wij de lezer geen bepaalde richting op. De reacties wijzen uit dat we op de goede weg zijn. Allah zij geprezen, Indonesië luistert weer naar Zijn stem.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden