Review

'De islam loopt zeshonderd jaar achter bij het christendom'

VVD-leider Frits Bolkestein deed in december 1994 een uitspraak waarin hij zijn zienswijze op politiek en samenleving kernachtig samenvatte. De verbetering van de maatschappelijke toestand in Nederland, zei hij, vergt een combinatie van economisch liberalisme en cultureel conservatisme.

De economie is volgens hem star en door regels overbelast, reden voor een liberale aanpak. Op cultureel vlak daarentegen vormen, door de komst van migranten met hun eigen normen en waarden, instabiliteit en verbrokkeling een groter gevaar dan starheid. Dat vraagt om een conservatieve benadering.

Bolkestein zei dat op een conferentie van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD. Voor wie zich nog mocht afvragen op welke migranten hij doelde, voegde hij ter onderscheiding toe dat de christelijke en humanistische traditie in zijn visie het 'samenbindend element' in Nederland vormt.

De uitspraak over de gewenste combinatie van economisch liberalisme en cultureel conservatisme vormt, hoewel hij er niet letterlijk in voorkomt, de rode draad in 'Het brein van Bolkestein' van de jonge Nijmeegse historici Ad Maas, Gerard Marlet en Rutger Zwart. Het boek geeft in onderkoelde, zakelijke stijl een overzicht van Bolkesteins denkbeelden. De auteurs hebben voor die stijl gekozen om Bolkesteins filosofie getrouw en waardenvrij te kunnen weergeven, zonder haar te verdedigen of te bekritiseren. Zij willen de lezers de ruimte bieden voor een weloverwogen oordeel, los van de gevoelsargumenten en instinctieve reacties die Bolkesteins stellingname vaak oproept.

De figuur van de conservatieve liberaal is geen nieuw verschijnsel in het Nederlandse liberalisme. De beweging kent sinds haar ontstaan twee, soms conflicterende stromingen, de klassiek-liberalen en de sociaal-liberalen, met ieder haar specifieke opvatting van vrijheid.

De conservatieve, klassiek-liberale benadering houdt in dat hoe minder iemand last heeft van de bemoeizucht van anderen, hoe groter zijn persoonlijke vrijheid is. De sociaal-liberalen veronderstellen juist de bemoeizucht van anderen, in dit geval de overheid. Omwille van de vrije ontplooiing van het individu moet de overheid hem middelen als onderwijs en sociale zekerheid ter beschikking stellen. Hoe beter hij zich dankzij die overheidssteun ontplooit, hoe beter hij op eigen benen kan staan en het genot van zijn individuele vrijheid ervaren.

Deze laatste opvatting was dominant bij de naoorlogse liberalen, wat hun actieve steun aan de opbouw van de verzorgingsstaat verklaart. Bolkestein daarentegen hangt de klassiek-liberale vrijheidsopvatting aan. Het is daarom niet verwonderlijk dat hij in een reeks publicaties zijn pijlen richtte op de Nederlandse verzorgingsstaat.

Het 'Brein van Bolkestein' geeft helder weer wat de kern van Bolkesteins bezwaren tegen de 'therapeutische benadering' van de verzorgingsstaat is. Door het volgens hem te genereuze sociale stelsel heeft het idee postgevat dat de mens hulpbehoevend is. Dat heeft de dynamiek uit de samenleving gehaald. Royale sociale voorzieningen verhinderen dat mensen risico's nemen en hun creativiteit aanspreken: “Te veel bescherming maakt zwak.”

In het Nederlandse consensusmodel slaapt de economie volgens Bolkestein langzaam in. Hij beperkt zich niet tot de ontvangers van een uitkering. Door de zorg van de staat is volgens hem ook in het bedrijfsleven een risicomijdende mentaliteit ontstaan, met negatieve gevolgen voor de economische dynamiek. Vanwege die mentaliteit trok hij ooit de vergelijking tussen Nederland en het feodale Frankrijk vóór de Revolutie, met de saletjonkers als zinnebeeld van een ingeslapen maatschappij.

De VVD-leider is daarom voor uiteenlopende maatregelen die met elkaar gemeen hebben dat ze mensen dwingen meer risico te nemen, variërend van afschaffing van het minimumloon, versoepeling van het ontslagrecht tot het stellen van een maximum aan het aantal commissariaten dat iemand mag bekleden.

Bolkestein erkent dat aan de onderkant van de samenleving sommigen het slachtoffer zullen zijn van zijn aanpak. Dat neemt niet weg dat zij volgens hem altijd opnieuw de concurrentiestrijd kunnen aangaan, in de hoop ooit winnaar te worden. Bolkestein: “De mens loopt niet één maar vele wedstrijden. Het ene meisje is mooi maar dom, het andere slim maar zo lelijk als de achterkant van een bus.”

In contrast met dit economisch liberalisme staat Bolkesteins cultureel conservatisme. De maatschappij staat door de immigratie van moslims onder toenemende invloed van een cultuur die volgens hem 'natuurlijk onverenigbaar' is met westerse waarden. De overheid moet daarom het bewustzijn van de eigen cultuur vergroten. De 'mythe van de goede vreemdeling' heeft een onderwaardering van de Nederlandse cultuur in de hand gewerkt, gepaard aan een verheerlijking van het exotische.

Dit 'cultureel masochisme' gaat volgens Bolkestein ten koste van de kennis van de Nederlandse cultuur, de taal en het Wilhelmus. De kern van zijn overtuiging is dat de Europese beschaving waarvan onze cultuur deel uitmaakt, juist hoger staat dan de islamitische. De idee dat alle culturen op hun eigen wijze streven naar het volmaakte en daarom gelijkwaardig zijn, is volgens hem een linkse erfenis van de jaren zestig die onvermijdelijk tot verval van westerse waarden moet leiden.

Hoewel zij zich in hun waardenvrije beschrijving van Bolkesteins gedachten bewust hebben onthouden van een oordeel, stonden de schrijvers zich bij de presentatie van hun boek één conclusie toe. Volgens hen vertoont Bolkesteins denken geen tegenstrijdigheden.

Maar dat valt te bezien. Juist in de hoofdlijn van zijn benadering, de combinatie van economisch liberalisme en cultureel conservatisme, schuilt een tegenstrijdigheid die zijn hele theorie op losse schroeven zet. Zou de radicale vrijmaking van de economie die hij bepleit, in de maatschappij niet de instabiliteit en verbrokkeling vergroten die hij met zijn cultureel conservatisme nu juist zegt te willen beteugelen?

De conservatieve Amerikaanse econoom George F. Will zag dat verband tussen economisch liberalisme en maatschappelijke ontwrichting al in 1980. In een commentaar op Reagans verkiezingsprogramma betoogde hij dat het kapitalisme een 'nietsontziende vernieler' is van waarden en tradities. Will: “Kapitalisme is een motor van veranderingen die nooit aflaat, een revolutionaire opjutter van verlangens. Het wakkert verwachtingen aan en vermindert het geduld.”

Bolkesteins denken is af en toe ook bijna lachwekkend schematisch. Zo betoogt hij dat de islam als jonge religie zo'n zeshonderd jaar achterloopt bij het christendom. De islamitische cultuur bevindt zich daarom volgens hem op hetzelfde niveau als de westerse in het jaar 1400, nog vóór Reformatie en Verlichting. Moslims zullen daar tegenoverstellen dat zij met Mohammeds komst het voorrecht van de laatste Openbaring hebben en daarom zijn uitverkoren boven niet-moslims. De gemeenschappelijke lijn in de zienswijze van zowel Bolkestein als deze moslims is dat de eigen cultuur superieur aan de andere wordt geacht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden