De islam gaat boven alles...

Europese moslims zijn in hun opvattingen fundamentalistischer dan christenen, blijkt uit onderzoek van socioloog Ruud Koopmans. Arabist Eildert Mulder nuanceert die uitkomst.

Europese moslims zijn aanzienlijk fundamentalistischer in hun geloof dan christenen. Dat betoogt de Nederlandse socioloog Ruud Koopmans, die verbonden is aan het Wissenschaftszentrum Berlin für Sozialforschung (WZB).

Na de aanslagen in Amerika van 11 september 2001 is wel beweerd dat islamitisch fundamentalisme een randverschijnsel zou zijn. Koopmans rekent met die visie af. Hij leidde een onderzoek onder negenduizend moslims in Nederland, België, Frankrijk, Oostenrijk, Duitsland en Zweden en vergeleek de uitkomsten met een christelijke controlegroep. De ondervraagde moslims waren Turken en Marok- kanen. In een artikel op de website van het WZB noemt Koopmans het zorgelijk dat er geen verschil blijkt te zijn tussen moslimjongeren en -ouderen. Onder beide groepen is fundamentalisme even sterk vertegenwoordigd. Het onderzoek hanteert een definitie van fundamentalisme die draait om drie hoofdzaken: (1) de noodzaak van een terugkeer naar de oude 'wortels' van de godsdienst, (2) de opvatting dat er een eenduidige, bindende uitleg van de Koran of de Bijbel is en (3) dat religieuze regels belangrijker zijn dan wereldlijke wetten.

Ruim veertig procent van de ondervraagde moslims onderschrijft alle drie de stellingen. Van de christenen doet minder dan vijf procent dat. Een kleine zestig procent van de moslims gelooft in de terugkeer naar de oude wortels tegen twintig procent van de christenen.

Ruim zeventig procent van de moslims gelooft dat er een bindende ondubbelzinnige uitleg van de godsdienstige regels is, tegen twintig procent van de christenen. Zestig procent van de moslims vindt religieuze regels belangrijker dan wereldlijke wetten, bij christenen is dat ruim tien procent.

Koopmans voerde een correctie uit die er rekening mee hield dat christenen het mogelijk materieel beter hebben dan moslims en daardoor minder vatbaar zijn voor fundamentalisme. Maar die correctie veranderde het beeld niet wezenlijk. Wel zijn er per land verschillen. Duitse moslims scoren het laagst. Koopmans vindt dat opmerkelijk omdat volgens de gangbare opvatting fundamentalisme een reactie kan zijn op buitensluiting. Uitgerekend in Duitsland heeft de islam formeel minder rechten dan christelijke groepen, in tegenstelling tot de situatie in de andere onderzochte landen. Maar juist daar is er meer fundamentalisme dan in Duitsland, terwijl je het omgekeerde zou verwachten.

Ongeveer tien procent van de ondervraagde christenen zal geen vriendschap sluiten met homo's. Bij moslims ligt dat percentage op zestig. Ruim veertig procent van de moslims vindt joden onbetrouwbaar, iets minder dan tien procent van de christenen denkt hetzelfde. Verder bestaat er onder moslims meer angst voor christenen dan omgekeerd. Meer 'christofobie' dan islamofobie dus.

Ruim twintig procent van de christenen denkt dat de islam uit is op vernietiging van het Westen. Omgekeerd denkt iets meer dan de helft van de moslims dat het Westen de islam wil vernietigen.

Koopmans hanteert een definitie van religieus fundamentalisme die toepasbaar is op elke religie met heilige geschriften. Die algemene toepasbaarheid maakt wantrouwig. Koopmans lijkt vooral te bewijzen dat Europese moslims orthodox zijn gebleven.

Inhoudelijk verschilt orthodox niet zo veel van fundamentalistisch, maar dat laatste woord heeft wel een zware politieke bijklank en roept beelden op van ontploffende bommen, al waarschuwt Koopmans dat fundamentalisme en geweld geen synoniemen zijn. Orthodox klinkt minder alarmerend, trekt natuurlijk ook minder aandacht.

De bedenkers van de door Koopmans gebruikte definitie van fundamentalisme, de Canadese psychologen Bob Altemeyer en Bruce Hunsberger, zien drie belangrijke kenmerken: de overtuiging dat gelovigen terug moeten naar de oude bronnen van hun religie, dat er één bindende uitleg is van hun godsdienst en dat religieuze regels belangrijker zijn dan aardse wetten.

Maar is elk zo gedefinieerd fundamentalisme wel hetzelfde? In ieder geval verschillen de contexten. Koopmans vergelijkt Europese moslims met een christelijke controlegroep. En wat blijkt: Europese moslims zijn, volgens de maatstaven van Altemeyer en Hunsberger, een stuk fundamentalistischer dan Europese christenen.

Het is een kreupele vergelijking. Binnen de Europese moslimgemeenschap bijvoorbeeld zijn godsdienst en geloof vanzelfsprekendheden. Er zijn wel moslims die openlijk met hun geloof breken, maar die tendens is vooralsnog niet te vergelijking met de massale ontkerstening in Europa. Is dat misschien ook een reden waarom moslims de vragen van Altemeyer en Hunsberger vaker positief beantwoorden? Minder dan christenen hoeven moslimmigranten, althans binnen hun eigen gemeenschap, hun geloof te verdedigen tegen rationalisme en atheïsme. Ze hebben daardoor ook minder reden om te breken met een orthodoxie die nog niet, onder een breed publiek, intellectueel in het nauw is gebracht.

Europese christenen daarentegen behoren tot een snel krimpende groep. Ze moeten hun geloof verantwoorden in een omgeving van vaak ex-christenen die vlijmscherpe vragen stellen. En dan krijg je het moeilijk als je blijft volhouden dat de wereld in zes dagen is geschapen, zesduizend jaar geleden en dat de slang echt heeft gesproken in het paradijs. Geen wonder dat veel mensen, die ondanks alles toch kerkelijk blijven, vrijzinniger zijn dan hun geloofsgenoten een paar generaties geleden.

Hoe zouden Europese christenen zestig jaar geleden, toen het christendom nog een hoofdstroming was, de vragen van Altemeyer en Hunsberger hebben beantwoord? Misschien zouden de percentages wel hebben geleken op die van de moslims nu. Ook als het gaat over homohaat bijvoorbeeld. Nog eens dertig jaar eerder zou Jodenhaat eveneens hoog hebben gescoord. De nuanceringen van geloof en moraal waren mede een reactie op de ontkerstening en een vergelijkbare ontwikkeling is er onder moslims niet of nog niet.

Het voorbeeld Algerije maakt duidelijk hoe matig je uit de voeten kunt met Altemeyer en Hunsberger. In de jaren negentig richtten extremisten gruwelijke bloedbaden aan in Algerijnse dorpen. Ze verweten de dorpelingen dat ze afvallige moslims waren omdat ze niet in opstand kwamen tegen hun 'goddeloze' regeerders. Als je aan die moordenaars en hun slachtoffers de vragen van Koopmans had gesteld, dan hadden ze waarschijnlijk ongeveer dezelfde antwoorden gegeven. Beide groepen zouden uit de bus zijn gekomen als fundamentalisten. Soortgenoten dus, wat ze natuurlijk niet waren.

Een begrip dat moslims zelf hanteren brengt meer helderheid in het Algerijnse voorbeeld: takfiri. Een takfiri is een moslim die een andere moslim tot een kafir, een ongelovige afvallige verklaart die de dood verdient. Het begrip fundamentalist is te stomp om duidelijk te maken wat er in de moslimgemeenschap echt aan de hand is. Er is een wolk aan vervolgvragen nodig.

Op dit moment woedt er bijvoorbeeld een soort godsdienstoorlog tussen soennitische en sjiitische moslims. Slagvelden zijn Syrië, Irak en Pakistan. Onderzoek eens wat soennitische moslims in Europa vinden van sjiitische moslims en vice versa. Stel vragen over de djihad, over Al-Kaida, over Europese moslimjongeren die in Syrië gaan vechten. Wat vinden ze van salafisten? Wat vinden ze van de mystieke soefi's? Juichen ze het vernielen van heiligengraven toe? En hoe denken ze over de scheiding van staat en religie? Het is een hele klus, zo'n onderzoek, maar al die vragen kunnen misschien een begin van echte kennis opleveren.

... net als vroeger het christendom

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden