De islam brengt Mukarta naar de top

De islam is in opkomst in Indonesië, er zou zelfs sprake zijn van een 'rage'. De meest extreme uiting daarvan is het religieus geweld tussen moslims en christenen, waarbij op Ambon al meer dan tweehonderd doden zijn gevallen. En groepen gesluierde moslimvrouwen riepen met gebalde vuisten op tot een 'jihad', een heilige oorlog. De doorsnee-moslim kijkt verbijsterd naar zulke fanatici. Voor de gewone man is islam vooral een kwestie van emancipatie.

Wilma Kieskamp

Op zijn verjaardag kreeg Mukarta Zulfakor een geschenk van Saddam Hoessein. Helaas kon Saddam zelf niet komen, hij stuurde zijn ambassadeur naar het roze huis van de jarige, in de kampong Kalibaru, Jakarta. De auto van de ambassadeur baarde er heel wat opzien.

Aan de muur hangt nu het ingelijste portret van Saddam. Mukarta Zulfakor (44) wijst de bezoekers: ,,En het kind op schoot is Saddams dochtertje.'' Minstens zo trots is de koranleraar Mukarta op de uitnodiging die de ambassadeur meebracht om eens een bezoek aan Irak te brengen. Saddam zou het erg op prijs stellen. Maar Mukarta heeft geen tijd. Hij is te druk met zijn onlangs opgerichte éénmans-moslimpartij 'Twee Verzen', naar de eerste regels uit de koran. De koranleraar uit Jakarta's havenbuurt hoopt over een paar maanden in het Indonesische parlement te komen - een primeur, in een land waar het tot voor kort verboden was om partijen op te richten, laat staan religieuze partijen.

Voor het eerst in dertig jaar mogen eenvoudige burgers in Indonesië dagdromen over politieke macht. Voorlopig gaat het meer om de dromen zélf dan om de haalbaarheid ervan. Vooral moslimpartijen zijn sterk in opkomst. Dat mag bijna geen verrassing heten in een land waar negentig procent van de bevolking moslim is. Maar het is ook een teken van een algemene revival van de islam. Het Amerikaanse tijdschrift Newsweek heeft de islam al uitgeroepen 'een rage in Indonesië, en niet alleen in de politiek'. Islam is het nieuwe zelfbewustzijn voor de middenklasse en de kleine man.

Maar het geweld op Ambon is een exces, iets dat ver af staat van de leefwereld van de doorsnee-moslim in een doorsnee-dorp in Indonesië. Voor de gewone man is de revival van de islam vooral een zaak van emancipatie. Neem Mukarta. In het dagelijks leven is hij, ondanks een studie economie, slechts een eenvoudige houthandelaar, het type zwoeger waar de steenrijke zakenmannen en de corrupte politici uit Jakarta op plachten neer te kijken. Zowel in de economie als in de politiek moesten de Mukarta's genoegen nemen met de kruimels die van de tafel vielen nadat de Soeharto-clan het zijne had genomen.

Connecties heeft hij niet. Zijn kantoor ligt in het sjofelste deel van de haven van Jakarta, ver voorbij de moderne containerterminals van de Soeharto-clan. Hij neemt ons via een steil houten trapje mee naar boven. Vanaf het balkon is te zien hoe arbeiders met blote voeten door het water plonzen en de vracht op hun schouders aan land dragen. Het is op de kade een wirwar van arbeiders, gammele vrachtautootjes, duwkarren. Alles wordt hier nog aangevoerd per houten zeilschip. Dit lijken de tijden van de VOC.

Maar Mukarta is een optimist. Ooit zal hij een mooier kantoor hebben. Een paleis. ,,Steeds meer mensen vertellen me dat ze hebben gedroomd dat ik de volgende leider zal worden van Indonesië. Zelf ontvang ik ook tekenen'', zegt hij stralend. ,,Dat er een krant uit Nederland naar mij toekomt, dat moet toch een boodschap van Allah zijn.'' Hij schenkt flesjes limonade van 40 graden, net zo warm als het kantoortje zelf.

Vroeger, onder Soeharto, was het ondenkbaar dat een mannetje uit de kampong op eigen kracht invloed zou kunnen verwerven. Als geestelijke mocht Mukarta alleen religieus actief zijn, en zelfs dat was nog een probleem omdat hij aanvankelijk niet officieel aan een moskee was verbonden. In die tijd was Mukarta vooral bezig met het genezen van zieken, met preken in de moskee, en zelfs met het blussen van uitslaande branden. ,,Ik riep de mensen op tot gebed, en het vuur doofde. Ik begrijp nog steeds niet hoe het kan.''

Maar zijn echte gloriedagen begonnen pas na de val van Soeharto. In nog geen tien maanden tijd is de houthandelaar-koranleraar uitgegroeid tot de informele burgemeester van de kampong Kalibaru. Ditmaal zonder het verrichten van wonderen. De gave verdween even plotseling als zij kwam. Allah zag blijkbaar ook wel dat zijn trouwe dienaar zich dankzij de reformasi nu zelf kan redden.

Mukarta zorgde dat de Chinese toko's in de kampong gespaard bleven tijdens de rellen in mei. Hij organiseerde activiteiten voor de werkloze jeugd. ,,Ik ben ook met een luidspreker naar het politiebureau gegaan om de agenten op te roepen hun gebeden te zeggen.'' Zijn koranschool, sinds een half jaar legaal gevestigd, heeft al vijfhonderd leerlingen. Zelfs in het centrum van Jakarta was Mukarta in de weer. Hij trad er, in mei, op als bemiddelaar tussen de studenten en het leger. De foto haalde de kranten. Bij openbare optredens kleedt Mukarta zich als de legendarische Javaanse prins Diponegoro. Een betere PR-stunt is er niet. Het Javaanse publiek is verzot op zijn historische helden.

Volgens het partijprogramma van Mukarta's Twee Verzen-partij moet Indonesië een eerlijk bestuur krijgen, onder soevereiniteit van het volk. De heidense Amerikanen mogen zich niet meer met Indonesië bemoeien. Op termijn moet het land een islamstaat worden, met een religieuze leider als president. ,,Maar ook voor christenen blijft hier plaats. Ik geloof in dialoog'', aldus de partijoprichter.

De religieuze minderheden in Indonesië, de christenen en hindoes, worden desondanks behoorlijk zenuwachtig van de opkomst van dit soort islam-politici. Mukarta Zulfakor is nog niet eens de meest radicale. Zijn collega van de islamitische Kromme Maan-partij is zo streng in de leer dat hij weigert met vrouwelijke journalisten te praten. De Kromme Maan-partij beschuldigt openlijk de 'christenen, vooral de Chinezen' van het recente geweld in het land.

Maar al zijn de orthodoxe moslims in opkomst, hun aanhang is klein. Voor de overgrote meerderheid van de Indonesische moslims is een islamstaat een schrikbeeld. Zij stemmen in juni massaal op de moderne islampartijen van liberale moslimleiders als Gus Dur en Amien Rais. Die partijen zijn voor strikte scheiding van staat en godsdienst, en reppen in hun partijprogramma's zelfs niet van de koran. ,,Politiek moet rationeel zijn, niet emotioneel'', zegt een aanhanger van de nieuwe moslimpartij PAN. ,,Dat ik naar Mekka ben geweest, wil nog niet zeggen dat ik iedereen moet bekeren. In Indonesië is ruimte voor iedereen.''

Geloof is in Indonesië een privézaak. Maar privé grijpen ook 'gewone' moslims meer dan voorheen terug op het geloof. Niet eerder schreven zoveel ouders hun kinderen in voor streng-islamitische middelbare scholen, waar de vrouwen en meisjes witte hoofddoeken dragen. In Jakarta is momenteel een van de bestlopende modezaken een winkel met designkleding voor moslimvrouwen. Ontwerpster Ida Royani merkt nauwelijks iets van de crisis. Haar zijden kaftans met bijbehorende hoofddoek vliegen weg. Kopers zijn vooral de moslims uit de nieuwe middenklasse. Op tv werft een bank klanten met reclamespotjes over de islam.

Het is vooral dankzij interim-president Habibie dat de moslims, de orthodoxen voorop, hun nieuwe zelfbewustzijn openlijk tonen. Habibie is zelf een prominent moslim. Hij draagt de islamisering van de Indonesische samenleving een warm hart toe. Al jaren profileert Habibie zich als moslim-intellectueel, met de nadruk op het eerste. Maar vooral de laatste maanden gaat er geen dag voorbij of de president bezoekt islamitische scholen, islamitische vrouwenclubs, islamitische geestelijken, islamitische kinderen. Het liefst nodigt Habibie daarbij véél fotografen uit. In het werkpaleis van de president geldt de regel dat zelfs vrouwelijke bezoekers een rok moeten dragen.

Des te opmerkelijker - of verontrustender - is het dat juist president Habibie zich zo afzijdig houdt bij het geweld op Ambon. En wat zou de president vinden van de massa's geloofsgenoten die deze week in Jakarta de straat opgingen om met gebalde vuisten op te roepen tot een 'jihad' tegen Molukse christenen? Habibie zwijgt. Net als Habibie, zien ook andere leden van de oude elite in de islam een reddingsboei. Niet omdat de elite zelf per se zo gelovig is, maar omdat ze hoopt met steun van moslims de macht veilig te stellen.

Minister Adi Sasono van coöperaties en het midden- en klein bedrijf denkt zelfs met hulp van een moslimachterban president te kunnen worden. Onlangs lanceerde hij een project voor 'volkseconomie', waarbij kleine bedrijven voor het eerst in jaren financiële steun van de overheid kunnen krijgen. Vooral moslims hebben zulke kleine bedrijven. Sasono mobiliseert handig de frustraties van de 'kleine man' in Indonesië, die jarenlang buiten de kongsies van Soeharto werd gehouden. De ex-president werkte op zakengebied nu eenmaal het liefst samen met de Chinese, christelijke minderheid, die hij als een buffer tussen hem en het volk kon schuiven. Van de Chinezen wíst hij dat hij ze kon uitspelen, van de islamitische massa durfde hij dat niet te hopen. Ook in het leger vertrouwde Soeharto jarenlang graag op christelijke generaals, al telde het oppermachtige militaire apparaat ook altijd veel moslims. Nu Soeharto in de coulissen is verdwenen, is ook daar de religieuze spanning opgelopen.

De militaire commandant van Jakarta zoekt tegenwoordig openlijk politieke steun bij korangeleerden. Onlangs nodigde hij een aantal geestelijken uit voor de thee. Niet alleen Vips, ook kleine luyden uit de kampong waarvoor de commandant vroeger nul komma nul interesse had. Ook Mukarta Zulfakor, alias Prins Diponegoro, hoorde tot de gasten. Bij het weggaan kreeg iedereen een envelop met vijftig gulden, een klein maandloon. Mukarta beweert: ,,Ik was de enige die weigerde.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden