Column

De ironie van de bakfiets is eindeloos

Beeld anp

Een van de flauwste grapjes die ik ooit gemaakt heb, had betrekking op de ETA en mijn fiets. De Baskische terreurbeweging vermoordde nogal eens mensen door onder hun auto een kleefbom te plaatsen. Ik had geen auto maar stapte, zo vertelde ik mijn Spaanse vrienden, 's ochtends toch wat minder onbekommerd op mijn fiets: je weet maar nooit. Ze vonden het erg grappig - of deden alsof.

De mededeling, vlak voor Oudjaar, dat de Amsterdamse politie bakfietsen als mogelijke bomvehikels extra in de gaten zou gaan houden, bracht die herinnering terug. Het bizarre schuilt in de tegenstelling tussen gevaar en onschuld. De bakfiets is misschien wel hét symbool van vreedzame verplaatsing, zo merkte mijn collega-columnist Sylvain Ephimenco op. Daar horen geen helse machines bij.

Lieveheersbeestje
De fiets is het lieveheersbeestje onder de transportmiddelen: kleinschalig, milieuvriendelijk en ondanks zijn ijzeren staketsel op een vertrouwde manier aaibaar. Wie fietst móet wel oké zijn, zegt de kleine catechismus van de Nederlandse deugdzaamheid. De wetgever heeft die gedachte inmiddels rechtskracht gegeven. Bij een botsing tussen een fiets en een auto is die laatste per decreet altijd de schuldige - wat er ook gebeurd mag zijn.

Ik weet niet of ik dat zo'n gelukkige beslissing vind. Het pragmatisme waaruit die bepaling kennelijk voortkomt (de automobilist let voortaan wel dubbel op), lijkt me nogal riskant. Het nodigt fietsers uit tot nóg gevaarlijker capriolen dan waaraan ze zich - met lak aan alle verkeersregels - sinds jaar en dag toch al overgeven.

Rudy Kousbroek heeft er, toen hij uit Frankrijk naar Nederland terugkwam, nog eens een knorrig stukje over geschreven. De Nederlandse fietser ziet zichzelf, puur op grond van wat hij is, als boven ieder kwaad verheven. En dus, aldus Kousbroek, meent hij dat alles hem is toegestaan en maakt zo het verkeer tot een anarchistische chaos - voornamelijk ten koste van wie nog net iets kwetsbaarder is dan hijzelf: de voetganger.

Beeld anp

Gevrijwaard van alle zonde
Maar de fietser blijft heilig - en dus gedraagt hij zich als een kathaarse 'perfectus' (een volmaakte ketter, red.) die zich in zijn onberispelijkheid gevrijwaard weet van alle zonde. Voor de bakfiets geldt dat intussen niet meer, zo begrijp ik uit het stukje van Ephimenco. In zijn moderne variant staat hij model voor het soort binnenstedelijke hoogopgeleiden waar PVV-ers een bloedhekel aan hebben en GeenStijl de term 'bakfietsenenclave' voor heeft bedacht.

Misschien is het niet toevallig dat foto's van gehoofddoekte moslima's op een met kinderen gevulde bakfiets een paar jaar geleden nog als schoolvoorbeeld van geslaagde integratie golden. De Gutmensch en de 'goede' moslima: die twee horen bij elkaar, moet de PVV-er gedacht hebben. Misschien dacht de politie net zoiets: waar kinderen zitten kan een kwaaie moslim ook een bom verbergen. De ironie van de bakfiets is eindeloos.

Symbool van armoede
Want hoe lang is het nog niet geleden dat de hij gold als het symbool van armoede bij uitstek? De bakfiets was het transportmiddel voor voddenhandelaren, marktkooplieden en mensen die geen geld hadden voor een echte verhuizer. In de jaren zeventig gebruikten studenten hem nog om van de ene kamer naar de andere te verkassen; takel en blok huurde je er voor een paar gulden bij. Nog weer een decennium later werd de bakfiets het attribuut van alternatieve krakers. Het imago verschoof langzaam naar de linker- en vervolgens extreme linkerkant van het politieke spectrum, om tegelijk met die parallelmaatschappij in de jaren negentig te verdampen.

Bij burgerlijk links in goede doen kwam de bakfiets weer terug - al vermoed ik dat hij ook bij menig jong VVD- of D66-gezin voor de deur staat. De fiets van de slagers- of bakkersjongen, met bestelmand voor op het stuur, was al eerder heruitgevonden als boodschappenvehikel met afneembaar mandje. De melkbussenfiets, met verlengd voorstel en laadruimte tussen zadel en wiel, kwam terug als 'Babboe-City', de echte driewielige bakfiets als 'Babboe-Big'.

Bedrijvigheid
Een heel spectrum aan Oudnederlandse bedrijvigheid kun je inmiddels op de steeds drukkere fietspaden zien langsrijden. Populair zullen ze wel zijn vanwege hun praktische handigheid en ecologische verdiensten, maar vlak de verborgen nostalgie niet uit.

De oma-fiets ging de Babboe al voor: een herinnering aan de eenvoudiger maar gelukkiger tijden waarin zelfs het leger er nog een fietsbrigade op na hield, compleet met bereden militaire kapel. Ook daarvoor moesten de rijwielen soms worden aangepast. Het klokkenspel was gemonteerd op de stang van het voorwiel en werd bediend met één hand: zoiets als een vroege variant van sms'en achter het stuur, voor volk en vaderland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden