De invloed van de zuster van Shakespeare

De grote Nederlander in de reeks Tijdsgewricht was onvermoeibaar, scherpzinnig, baanbrekend, bewogen en bovenal een heer. Maar het werk van die grote mannen was afhankelijk van aardse zaken: gezondheid, geld, een eigen kamer en een vrouw die voor de kinderen zorgde.

Onder de noemer Tijdsgewricht heeft Trouw haar lezers het afgelopen jaar op een reeks portretten getrakteerd van Nederlanders met een grote invloed op de twintigste eeuw. Wie hebben er een wending in onze levenswijze of een doorbraak in ons denken veroorzaakt, vroeg Trouw, en beantwoordde die vraag met korte biografieën van een vijftigtal meer of minder beroemde Nederlanders.

De Nobelprijswinnaars waren goed vertegenwoordigd (Lorentz, Crutzen, Kamerlingh Onnes, Tinbergen), evenals de pedagogen (Jan Ligthart en Jan Waterink), de kunstenaars en vooral de politici (Sicco Mansholt, Mr. J. Terpstra, Joop den Uyl, Anton Mussert, A.S. Talma, H. Goeman Borgesius, F. Wibaut, P. Lieftinck, D.J. de Geer, Willem Drees, Marga Klompé).

Het lezen van hun portretten was leerzaam en vermakelijk. Even was er een inkijkje in andere levens en werden we herinnerd aan interessante mensen met opvallende prestaties. Hoewel hun successen voorop stonden, bleven de problemen die zij moesten overwinnen niet onvermeld. Al werd de rol van het toeval een enkele keer genoemd, de portretten suggereren dat, naast talent, vooral een sterk karakter doorslaggevend was voor het bereiken van de top. De grote Nederlander, zo lazen we, was niet te vermurwen, onvermoeibaar, bedreven, bestand tegen marathonzittingen, voortvarend en geslepen, moedig, eminent, scherpzinnig, een geestelijk vader, een held, streng, de onbetwiste meester, een aartsvader, baanbreker, energiek, ambitieus, bewogen, een heer; hij beschikte over revolutionaire ideeën, visie en lef, grote werkkracht, karakter en initiatief; hij was geen man voor sterallures maar dwong respect af, bezat een samenbindende, stimulerende persoonlijkheid en een karakter met adembenemende uitstraling; zijn eigen persoon was doorslaggevend voor het succes.

Mocht u bij deze opsomming het beeld voor ogen krijgen van een Grote Mannen-galerij, dan klopt dat, want de beschrijvingen zijn afkomstig uit portretten van 43 mannen in de reeks. Die portretten laten dan ook niet alleen de prestaties van een aantal bijzondere mensen zien, maar onderstrepen vooral hoe aantrekkelijk het beeld van de individuele mannelijke held nog steeds is: wetenschapper, uitvinder, politicus, sportman of ondernemer, die dankzij sterk karakter, leiderschap en doorzettingsvermogen onze wereld in verregaande mate beïnvloedt. ,,Pasteur hield voet bij stuk, net zo lang tot men wel naar hem luisterde.'' Dat artsen nu uitsluitend werken met steriele instrumenten, hebben we dus ook aan Pasteur te danken. Het is een vergelijkbaar voorbeeld, dat ik in een wijd verspreid reclameblaadje tegenkwam en dat het beeld van de mannelijke held in al zijn romantiek neerzet.

Minder passend in dat beeld van sterke, individuele, men zou bijna zeggen, vrijzwevende, mannelijke held (die in de Trouw-reeks moeder noch echtgenote heeft) zijn wat aardse feiten - die met sekse, klasse, etniciteit te maken hebben. Want hoezeer het ook lijkt alsof hun succes te danken was aan karakter en talent, er kwam meer bij kijken. Het werk van al die grote mannen was afhankelijk van aardse zaken als gezondheid, geld, dagelijkse verzorging, dak boven het hoofd, goede opleiding, eigen laboratorium, eigen kamer, iemand die voor de kinderen zorgde, werk van bedienden en assistenten, steun van peers en hogergeplaatsten, toegang tot lobby-circuits en centra van de macht - allemaal zaken, zoals we ons tegenwoordig wellicht beter realiseren dan vroeger, niet gelijkmatig over verschillende bevolkingsgroepen verdeeld.

Met betrekking tot vrouwen heeft niemand dit scherper beschreven dan Virginia Woolf. Haar nog steeds beroemde 'A Room of Ones Own' uit 1929 gaat over zaken als het verband tussen sekse en geld, en over de vraag wat welvaart, of het ontbreken daarvan, voor invloed heeft op de geest. Woolfs verhaal over een zeer getalenteerde jonge vrouw die zich tegen het door haar vader geregelde huwelijk verzette en wegliep om net als haar broer toneelschrijver te worden, blijft indrukwekkend. Eenmaal in Londen werd deze Judith Shakespeare, want dat was haar naam, uitgelachen en bespot. De man die zich uiteindelijk over haar ontfermde, maakte haar zwanger, en Judith maakte een einde aan haar leven. Vrouwen werden, zoals Virginia Woolf in datzelfde essay schreef, in proza en poëzie vereerd, maar in het dagelijks leven 'opgesloten, geslagen en door de kamer gesleurd'. Lang geleden? Jaarlijks hebben 200 000 vrouwen in Nederland te maken met fysiek geweld van hun mannelijke partner. Minder dramatisch, maar net zo effectief was de wetgeving die vrouwen en anderen eerder in de eeuw in hun mogelijkheden belemmerde, doordat ze niet mochten stemmen, geen burgemeester of rechter worden, niet hun woonplaats bepalen, of, zodra ze trouwden, hun baan kwijtraakten.

Er is wat dit betreft veel veranderd, en in een serie over 'wendingen in onze levenswijze' en 'doorbraken in ons denken' was het zinvol geweest om daar meer aandacht aan te besteden; zinvoller allicht dan een bijdrage over J.E. Triebels-Koens, aangeduid als 'zwemmoeder' omdat ze met veel succes het schoolzwemmen bevorderde.

Ik miste een portret van Aletta Jacobs (1854-1929), de eerste vrouwelijke student en arts en degene die de strijd om het vrouwenkiesrecht aanzwengelde en jarenlang leidde. Dat Nederlandse vrouwen in 1919 het kiesrecht en in 1922 hun staatsrechtelijke gelijkstelling verwierven was weliswaar niet alleen aan Jacobs te danken, maar dat geldt, zoals gezegd, net zo zeer voor de prestaties van vele 'grote mannen' die wel aan bod zijn gekomen. In dezelfde lijn denk ik ook aan Corry Tendeloo (1897-1956), de PvdA-politica die zich inzette voor zaken als de toegang van vrouwen tot ambten, beroepen, en opleidingen (dankzij haar werden vrouwen vanaf 1954 (!) toegelaten tot de Rijksbelastingacademie), gelijke beloning voor gelijkwaardige arbeid, opheffing van de handelingsonbekwaamheid van gehuwde vrouwen, en, last but not least, afschaffing van het ontslag van huwende en gehuwde ambtenaressen (haar motie hierover werd in september 1955 aangenomen).

Zouden de door Tendeloo bepleite en deels gerealiseerde veranderingen in de sekseverhoudingen 'ons denken en ons dagelijks leven' niet meer veranderd hebben dan de aanpak van Rinus Michels als voetbaltrainer, of de invoering van de schoolmelk door Terpstra (van wie het bovendien twijfelachtig is of hij dat inderdaad gedaan heeft)? Toch lazen we wel over Michels en Terpstra, maar niet over Tendeloo. En als laatste, zou Anja Meulenbelts autobiografische best-selling roman 'De schaamte voorbij' uit 1976 niet meer levens veranderd hebben dan welk ander boek, of welke wet ook, uit de laatste decennia? Jacobs, Tendeloo en Meulenbelt behoren tot de sterke vrouwen van wie we de naam kennen en die we voor hun verdiensten kunnen eren. Hoe dan ook gaat mijn bewondering uit naar alle vrouwen en mannen die zich ooit tegen onderdrukkende systemen hebben verzet. Er zullen heel veel sterke karakters bij geweest zijn, al kennen we hun namen niet. Hun 'invloed op de geschiedenis' is niet vast te stellen, hun bijdrage aan de mensheid is er niet minder om.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden