DE INTERNET-CURSUS

Zonder de Internetcursus had Marijke de Jongh (43) nooit geweten wat een chatbox is. En, babbelt ze veel met haar babbelvriendinnen? “Nooit.”

De Jongh, medewerkster van een conferentiebureau in Nijmegen, werd enkele jaren geleden door haar werkgever op cursus gestuurd. “Anders zaten we met een gapend gat in ons kennisplaatje, zeiden ze.” Haar oordeel over de Internetcursus is niet mals.

“Ik heb er nauwelijks iets aan gehad. De helft van de stof werd vervuild door informatie over homepages van bedrijven, hoe je reclame organiseert op Internet, hoe je illustraties importeert. Voor mijn vak heb ik er weinig van meegekregen.”

Het bureau van De Jongh organiseert bijeenkomsten op uiteenlopende terreinen als milieu, lokale politiek en vrijwilligerswerk. ''Als we een conferentie organiseren over stadsvernieuwing moet je doelgericht kunnen zoeken, anders verzuip je in tweeduizend steekwoorden. En juist dat gedeelte van de cursus was veel te kort.'' De Jongh houdt de naam van de opleiding liever voor zich, want haar bureau heeft er nog steeds connecties mee.

“Achteraf denk ik dat de cursus eerder te vroeg dan te laat kwam. Ik had er op dat moment geen behoefte aan, omdat ik het niet kende. En tegen de tijd dat alles hier op kantoor was geïnstalleerd was het anderhalf jaar later. Mijn know how was grotendeels weggezakt, maar al die tijd draaide ik uitstekend, met of zonder Internet.” Inmiddels gebruikt ze de sites zoals een encyclopedie: als er een conferentie aan komt print ze alles dat over het betreffende onderwerp te vinden is, en de rest van de informatie vergaart De Jongh middels de vertrouwde knipseldienst.

“In de jaren van de hype, 1994-95, zaten de seminars en workshops afgeladen vol” vertelt Alex Otten, trainer van het Praktijkcentrum voor informatietechnologie Advies & Training (PAT). Het PAT verzorgt cursussen over Internet en andere digitale wetenswaardigheden, met als belangrijkste doelgroep het beroepsonderwijs. In die eerste periode waren het echter vooral managers uit het bedrijfsleven, die 'alles opzogen over het Net uit angst anders de boot te missen', aldus Otten. Uit alle hoeken en gaten stroomden ze toe, van de commercieel directeur van de Efteling tot de baas van Uniekaas. “Alles begon en eindigde op Internet, dachten ze. Dat moesten we een beetje relativeren.”

Enthousiast gekwebbel op verjaarsfeestjes verhoogden de verwachtingen aanzienlijk bij de cursisten, en ook daarin moesten zij afgeremd worden.

“Ze hadden de illusie dat dat het Internet een onbeperkte bron van informatie is. Misschien wel over marmotten, maar ook hier kan je het geheime recept van Coca-Cola niet vinden. Bovendien geldt er de wet van de Database: als je iets vindt wil dat niet zeggen dat dat alles is, en als je niets vindt, betekent dat niet dat er niets ìs.” Ondernemers kregen bij PAT toegespitste stof: over de psychologie van de Internetgebruiker, de commerciële voordelen van een homepage of een website, Internet als reclamezuil - precies die onderwerpen die De Jongh voor haar werk niet nodig heeft.

Docenten kwamen weliswaar gestuurd door hun school, maar niet minder enthousiast naar de workshop. Otten: “Van de docent Nederlands tot en met informatica zaten ze hier, met tientallen. Ze waren aanmerkelijk serieuzer dan de meeste bedrijfsmanagers. Hoe moet ik mijn leerlingen laten zoeken naar exportcijfers, kan ik met de klas het net op, dat soort vragen.”

Vandaag de dag is de animo voor de Internetcursus van PAT aanzienlijk afgenomen. “Men weet meer”, is Ottens simpele verklaring. De cursisten begonnen toen nog from scratch: wat is een modem? “Veel docenten maakten tijdens de cursus voor het eerst kennis met de muis.”

Nu zijn er kant en klare softwarepakketten, waarmee je na drie klikken weet wat je moet doen, maar toen heerste er nog verwarring alom. Het verschil tussen Internet en E-mail bijvoorbeeld. ''Wat is jouw Internetadres, vroegen ze.'' De subsidie binnen het onderwijs gaat tegenwoordig naar andere types van bijscholing: financieel management, personeelsbeleid.

Nog steeds laten bedrijven zich bijscholen, meldt Alexander van Haaften van opleidingsinstituut TTP/Intronet. Het zijn niet meer de directeuren die van alles op de hoogte willen blijven, maar het middenkader van grote ondernemingen en kleine bedrijven met specifieke vragen. “Ze willen weten hoe ze hun produkt op het Net kunnen verkopen of hoe ze kunnen vergaderen op afstand.” De cursisten beginnen niet meer bij nul, maar ze blijven komen, constateert Van Haaften.

Toch blijven er nog groepen in de samenleving die de weg op het net niet kunnen vinden. Het kabinet streeft ernaar om elke burger op de digitale snelweg te krijgen. Daarvoor zijn verschillende organisaties gevraagd om de behoeftes bij hun achterban onderzoeken. Zoals vrouwen boven de veertig, doelgroep van de Nederlandse Vereniging Voor Huisvrouwen (NVVH). Er verscheen een oproep in het ledenblad, om te inventariseren of de animo voor een cursus groot genoeg zou zijn. Veel huisvrouwen waren nog lang niet toe aan Internet, bleek uit de reacties. “Eenderde van onze leden wilde weten hoe je überhaupt met een p.c. omgaat, eenderde was benieuwd naar andere mogelijkheden dan tekstverwerken en de laatste groep vroeg wat het Internet voor haar voor nut zou hebben”, vat beleidsmedwerker Tos Baalman samen. Onlangs opende de Vereniging voor Huisvrouwen zelf een website, ter gelegenheid van het 85-jarig jubileum. Maar voor vele oudere vrouwen is de drempel naar het digitale leven groot: ”Sommigen hadden er al moeite mee om voor die enquête in de pen te klimmen.”

Wat heeft een huisvrouw aan het net? “We moeten voorkomen dat ze achterblijft bij de ontwikkelingen binnen de communicatie, dat ze niet op de digitale snelweg terecht kan terwijl hele groepen van de bevolking daar al jaren vertrouwd mee zijn.” De vrouwen zelf storten zich niet, zoals de ondernemers vijf jaar geleden, vol gretigheid op de muis en het modem. Baalman: “Het zijn kritische consumenten. Heb ik daar ook wat aan, vragen ze eerst. Het Internet moet ze echt wat aan te bieden hebben, anders beginnen ze er niet aan.” Via het net moeten consumenten kunnen beschikken over informatie over goedkoop energiegebruik of aanbiedingen. Winkelen op Internet wordt een groot succes, voorspelt Tos Baalman. 'De digitale Wehkamp slaat enorm aan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden