De inspiratie van de eeuwige student

In de jaren zestig was er in Utrecht bij doctoraalexamens en promoties op het Domplein vaak een oude heer of man, die de geslaagde of de jonge doctor na afloop van de plechtigheid van harte kwam gelukwensen. Zijn naam heb ik niet onthouden.

We spraken we altijd over Meneer die-en-die, niet onrespectvol, hij was een vast gegeven. Op de receptie in de senaatszaal haalde hij dan een toepasselijk krantenknipsel of systeemkaart met aantekening uit de diepten van een oude leren aktetas, informatie waar hij zojuist op was gestuit en die hij graag wilde delen, terwijl hij deelde in de versnaperingen van de bijeenkomst. Hij was nog niet afgestudeerd, het onderzoek was te omvangrijk, zei hij, er werd steeds meer ontdekt, het moest er allemaal in. Maar eens kwam de dag, en nu moest hij weg, er was nog zoveel te doen.

Wij, jonkies, vonden hem vreemd maar ongevaarlijk. We hadden, nou ja ik had, geen benul waar hij het over had of wat hem dreef, die eeuwige student.

In mijn toenmalige studierichting was er een dergelijke mevrouw aanwezig in sommige colleges op de zolder van het instituut aan de Maliebaan. Het toeval wilde dat zij dezelfde achternaam had als een van mijn studievriendinnetjes en twee van onze docenten. Mevrouw was op verschillende manieren speciaal. In de collegebanken stonden mevrouw en mijn clubgenote tegelijk op als er een beurt gegeven werd. (Voor de professor stond de hele zaal op als hij binnenkwam, toen). We vroegen ons af wat de mevrouw er deed, studeren na je 50e, je moest wel gek zijn.

In diezelfde studie kwam ik zo¿n gek tegen. Dat was bij Dickens, in zijn David Copperfield. Charles Dickens¿ tegenbeeld, (CD/DC) een jongetje nog maar, verblijft op zijn opgedrongen individuatie-reis een poosje bij zijn tante Betsey Trotwood, waar hij allerhande snuiters ontmoet; zelf is hij er ook een. Bij tante woont een oudere man op kamers, Mr. Dick, die altijd met pen en papier en geschiedenis in de weer is. Zijn boek komt niet af, want steeds komt het hoofd van King Charles ertussen, letterlijk, in zijn beleving. Dat hoofd wordt van de koning afgehakt en het rolt door de tijd als een aanklacht en door de eeuwigheid van het bestaan als een vraag zonder antwoord. Dus moet mr. Dick, de zachtmoedigste der mensen, aan de slag blijven. Hij moet in der eeuwigheid proberen te beschrijven wat er aan de hand is en proberen te duiden wat feit en zin met elkaar te maken hebben. De omgeving noemt dat gek. Ik raakte geboeid.

Eerst probeerde ik beter te zijn dan mr. Dick. Studerend, lezend, levend, probeerde ik een sluitend universum te denken. Alles zou kloppen, van A naar Zekerheid, het moest kunnen en koppen zouden niet hoeven rollen. Van een vroegere oude zeer geleerde vriend vond ik het indertijd vreemd dat hij twee werkkamers had, met werk in uitvoering op de respectieve bureau¿s - waar hij niet meer aan werkte. Er moesten nog data gecheckt en recente publicaties in de stukken verwerkt worden – maar nooit zou hij meer bij de tijd raken. Nu denk ik: hij was misschien de eeuwige student die niet kon inzien dat de kop van de zekerheid wel moet rollen. Ik kreeg een vraag. Waartoe wou ik leren?

Inmiddels ben ik zelf zo¿n ouwe collegeloper als de mevrouw op de zolder van de Maliebaan geworden en ook al weer geweest. In en na een tijd van ziekte en heroriëntering sprong ik in een nieuwe studie. Deeltijd collegelopen, voltijd geestelijk bezig zijn. Veel plezier in gehad, netjes afgestudeerd. Ik heb, vooral door een paar jeugdige docenten, systematisch leren denken. En ook de verwondering kunnen behouden. Ik had veel jonge studiegenoten, die ik hoorde spreken in colleges. Jongeren spreken en denken vlugger dan ik, heb ik gemerkt, maar niet per se dieper of breder of beter, of relationer. Ik leerde ik vele nieuwe mensen en hun gedachten kennen, via boeken en inspirerende docenten.

En ik nu lees door, ik lees boeken, mensen en toestanden. In nieuwe werkzaamheden kom ik existentiële vragen van mensen in toestanden tegen, en daarin natuurlijk ook die van mijzelf. En als ze spreken over waartoe er verandering in hun leven moet komen, en hoe, en waar het hen zal brengen, verbazen zij mij vaak en leer ik van hen. Mensen blijken vaak wendbaar en realistisch. Anderzijds, soms hebben zij een reden waardoor ze totaal niet van hun plek komen. Ik sprak iemand met groot inzicht in de achtergrond van haar depressieve stemming. Anderen kon zij door haar bevlogen woorden op papier en live begeesteren en in beweging brengen. Zelf kon zij, mogelijk uit loyaliteit aan en verlangen naar anderen in haar verleden, van wie zij te lijden had gehad, niet loskomen van haar neerslachtigheid. Zo kwam er geen ruimte voor verwondering, laat staan ontspanning. Helaas.

Er kan dus blijkbaar een barrière zijn die het iemand belet te leren. Je hart kan wel iets anders aan zijn kop hebben.

Ik wil graag blijven leren vanuit en tot mijn verwondering. En ik merk dat het leren a) leuk is, b) ik bijna niks weet, c) ik daarover graag met anderen uitwissel, d) dat verwondering nooit op raakt. Verwondering kun je leren honoreren door niet je schouders op te halen over een vraag die blijft hangen. Soms valt een vraag op te lossen. Dat doen dan vooral de grote wetenschappers, die de Nobelprijzen krijgen. Hoe doe je IVM met succes? Dezer dagen worden de uitnodigingen uit Stockholm weer verstuurd. Soms verschuif je een vraag alleen maar. Dan kom je op een punt waarvoorbij het denken niet iets uitvindt, maar je wel helpt iets te vinden en te gaan doen. Bijvoorbeeld: “Wat heb je aan literatuur?” “Hoe moet het met de kerken verder?” “Valt over smaak wel/niet te twisten?” Dat kun je eens uitproberen natuurlijk en er een goed gesprek van maken. De filosoof Sloterdijk zegt dat wat deftiger: dat mensen zijn aangelegd op nood en behoefte. Daarom maken ze die zelf maar, daar waar er ontspannen of genoten dreigt te worden. Wij zijn het die de vragen maken en dan iets te kluiven hebben, aan bureau of vriendentafel. Anders suffen we in, ik wel tenminste.

Toen ik merkte dat Wagner in mijn vriendenkring not done was, had ik me bij dat gevoelen kunnen aansluiten. Ja, inderdaad, nare man en het gaat maar door, die muziek. Het werd een HOVO-serie Wagner. En Donnington’s boek over de Ring. En nu ga ik naar de Walküre. Hoera, morgen mag ik al! Ik lijk wel gek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden