'De inspectie maakte het verschil niet, onze aanpak wel'

Interview | Samenwerking gemeente en schoolbesturen succesvol

Het bestaan van zwakke scholen werd in Amsterdam lange tijd bijna gewoon gevonden. Tot toenmalig wethouder Lodewijk Asscher vijf jaar geleden alarm sloeg. Het moet beter, vond hij. En het kan ook beter, is intussen gebleken, dankzij een gemeenschappelijke aanpak op kwaliteitsgebied. Samen met de gemeente zetten de schoolbesturen daar nu een onafhankelijk bureau voor op. Wethouder Pieter Hilhorst en Diane Middelkoop, voorzitter van het grote katholieke schoolbestuur Asko, leggen uit hoe belangrijk dat is.

Waarom is zo'n kwaliteitsbureau nodig? Doet de onderwijsinspectie niet genoeg?

Middelkoop: "De inspectie heeft een eigen rol. Die bezoekt een school en kijkt naar een groot aantal gegevens. Als een school daar voldoende op scoort, krijgt die een groen bolletje, en dan is ze er vier jaar van af.

Prachtig, daar heb ik niets op tegen. Maar het kwaliteitsbureau wil een spade dieper graven, vooral als het gaat om wat er in de klas zelf gebeurt. Dat leidt tot heel concrete adviezen aan de schooldirecteur: deze leerkracht zou meer zus, en die andere meer zo."

Hilhorst: "De inspectie was er al toen er 33 scholen in Amsterdam zwak waren en ze is er nog nu er vijf zwak zijn. Maar het verschil is gemaakt door de kwaliteitsaanpak in de stad. Dat komt omdat onze experts veel langduriger in de klassen hebben gekeken en omdat onze verbeterplannen veel ambitieuzer waren."

Is het niet de taak van de besturen zelf om voor kwaliteit te zorgen?

Middelkoop: "Dat zou moeten, ja, en dat doen we ook. Maar wij kunnen nu daarnaast profiteren van de ervaringen die we hebben opgedaan door vijf jaar samen op te trekken. Die hebben veel opgeleverd en dat willen we niet kwijt. Het is de bedoeling dat besturen ervan blijven leren."

Hilhorst: "Toen we begonnen met die kwaliteitsaanpak zagen scholen die als iets van buitenaf. Dit bureau wordt echt iets van henzelf. Scholen beseffen: we hebben onafhankelijke experts nodig om beter naar onszelf te kijken. Als het bureau zijn waarde bewijst - en daar ga ik van uit - is het van belang dat we ermee doorgaan."

Aanvankelijk riep de bemoeienis van Asscher veel weerstand op. Is die verdwenen?

Hilhorst: "Als iets lang bestaat, loop je het gevaar dat je het gewoon gaat vinden. Zo was het ook met zwakke scholen: toen we begonnen, werd het gewoon gevonden dat die er zijn. We hebben 'nu eenmaal' lastige buurten, dacht men, en we hebben 'nu eenmaal' leerlingen met achterstanden.

Maar zo mag het niet blijven, vonden wij. Dat leverde aanvankelijk een clash met de schoolbesturen op, maar daarna is er heel goed samengewerkt. Besturen staan nu toe dat er bij hen in de keuken gekeken wordt. Dat is dapper."

Middelkoop: "Besturen zaten niet te wachten op bemoeienis van de gemeente, nee. Maar tegenwoordig hebben we de gemeente niet nodig om doordrongen te zijn van het belang van een gemeenschappelijke aanpak. Ik ben er trots op. Dit is in het belang van goed onderwijs en dus van heel veel kinderen. En daar gaat het om."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden