’De inrichting was geen gevangenis’

Joost Vijselaar (1957) is historicus van de psychiatrie

’Dertig jaar geleden kwam ik te werken in het museum van het bekende psychiatrische ziekenhuis in Santpoort en zag dat daar in de catacomben tienduizenden dossiers waren opgeslagen. Ik mocht destijds een onderzoeker assisteren die toegang had tot de dossiers uit het einde van de negentiende eeuw. Die bevatten zeer uitvoerige levensbeschrijvingen en behandelgeschiedenissen. Die lotgevallen van de patiënten intrigeerden me geweldig. De dossiers gaven een vrij compleet beeld van wat die mensen mankeerden, wat ze bezighield, waar ze bang voor waren, wat voor ideeën of wanen ze ontwikkelden, en wat daarop het antwoord was van de psychiatrie.

Ik las in die tijd veel verslagen van de inspectie voor de volksgezondheid, jaarverslagen van psychiatrische inrichtingen of artikelen van psychiaters, maar die bleven altijd op afstand van de patiënten. Terwijl in die dossiers hun leven zich ontvouwt; je kunt erin lezen waarom iemand naar een inrichting ging, wat de beweegredenen van de familie waren. Je kunt nagaan wat de artsen voor behandeling voorschreven, of er dwang aan te pas kwam, en wanneer. Het is al met al prachtig materiaal.

In 1999 ben ik begonnen met het analyseren van dossiers in drie verschillende ziekenhuizen, verspreid over het land, uit het tijdvak 1890 tot 1950. Je weet dat je een gouden bron in handen hebt, maar het vergt ongelooflijk veel tijd en geduld. Laag voor laag moet je die dossiers doorspitten, ik heb ze afgekloven tot op het bot, en zo kom je op patronen en rode draden in de ontwikkeling van de behandeling en de criteria voor opname van 160 psychiatrische patiënten.

Het zijn pure lijdensgeschiedenissen. De tragiek van de patiënten was nog groter dan ik dacht. Ze waren angstig, depressief, verpletterd door een schuldgevoel, mentaal en fysiek in verval geraakt, hun leven was totaal verscheurd. Ook bij de familieleden was er sprake van tragiek, want zij moesten zien om te gaan met conflicten en agressie.

De tragiek van hulpverleners, artsen en verpleegkundigen is tot nu toe weinig belicht. Ze stonden eigenlijk met lege handen. Toen was er nog geen psychofarmaca.

Verder viel mij op – en dat zit in de titel van het boek – dat er toch een aanzienlijk aantal mensen herstelde en gewoon weer naar huis ging. Terwijl vroeger de overheersende gedachte was dat patiënten voor de rest van hun leven in de inrichting zouden blijven en daar ook zouden overlijden. Maar het was geen ’enkele reis Meerenberg’ of ’enkele reis Venray’, zoals het in de volksmond heette, het was ook vaak retour.

Als je kijkt naar degenen die voor genezing in aanmerking kwamen – dan praat je bijvoorbeeld over mensen met schizofrenie of manische depressie – dan mocht uiteindelijk de helft van hen naar huis. Vaak al in het eerste jaar, dus dat viel erg mee. Artsen luisterden ook naar familieleden of dat verantwoord was, of er goede opvang voorhanden was. En ze waren vrij snel geneigd iemand met proefverlof te sturen. Dat wisten we helemaal niet, dat proefverlof vroeger al zo belangrijk was.

Deze uitkomsten zijn een weerlegging van de kritiek van de zogeheten antipsychiatrie uit de jaren zeventig. Die verkondigde de opvatting dat psychiatrische inrichtingen in het verleden totaal gesloten instituten waren, waar de mensen nooit meer uitkwamen. De resultaten van mijn onderzoek stroken niet met het idee dat de psychiatrie een instrument voor de repressie was, onderdrukking van een soort non-conformisme, van mensen die abnormaal gedrag vertoonden. Ik hoop dat mijn boek laat zien dat in de psychiatrie juist de bekommernis voor de patiënt de overhand had.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden