De ingenieur van het Romeinse imperialisme

Augustus vestigde zijn gezag tot in alle hoeken van het Romeinse Rijk door zijn soldaten en ambtenaren met gunsten aan zich te binden. Het benodigde geld kwam uit oorlogsbuit– slaven zorgden voor goedkope arbeid.

Anthony Everitt: Augustus. De eerste keizer. Vertaald uit het Engels door Rob Hartmans; Ambo, Amsterdam. ISBN 9789026320644; 472 blz. euro 29,95

Aan het begin van onze jaartelling had de antieke wereld niet langer de keus uit twee soorten despotisme: de volkse dictatuur van Rome had de elitaire tirannie van de Helleense vorsten rond de oostelijke helft van de Middellandse Zee voorgoed onder de voet gelopen.

De Engelse kunsthistoricus Everitt schreef een boek over Augustus (63 vóór, tot 14 na Christus), wel niet de ontwerper – dat was zijn adoptievader Julius Caesar – maar de ingenieur van het Romeinse imperialisme. Het boek balanceert op de grens tussen een levensbeschrijving van de eerste keizer en een analyse van het heerschappijsysteem dat Augustus de Romeinen en de aan hun onderworpen naties opdrong.

Net als van latere dictators is Augustus’ rijksbestuur moeilijk los te zien van zijn eigen huishouding en budget. Maar zoetjesaan verving hij de persoonlijke en lokale klantenbinding die de Romeinse Republiek had bedreven door een keizerlijk keurmerk dat aan officiële relaties en transacties gehecht werd. Een bovenmenselijke supervisie tekende zich af die over de wereld beschikte. „In die dagen ging er een bevel uit van Augustus, dat het gehele rijk moest worden ingeschreven” (Lucas 2:1). Voor die alomtegenwoordige bemoeienis waren de inspanningen van duizenden soldaten en ambtenaren noodzakelijk. Die loyaliteit was kostbaar, en werd betaald uit oorlogsbuit. Het imperium draaide op roof en zorg.

Julius Caesar en Augustus hadden zelf hun macht ’verdiend’ door hun goedgeefsheid tegenover de soldaten en Romeinse kiezers die zich voor hun zaak hadden ingespannen. Anders dan de oosterse vorsten die zich zozeer op hun familie verlieten dat de Egyptische farao zijn eigen zuster trouwde, schiepen de keizers een verwantschapssysteem op basis van verdienste door trouwe medewerkers met opname in de keizerlijke familie te belonen. In het groot gold dat promotiestelsel ook voor de onderdanen, inclusief de ’allochtonen’: gehoorzaamheid werd onderscheiden met burgerschap en ambtelijke rechten.

Het kosmopolitisme gedijde door de gelegenheidscoalities die Augustus aanging met partijen – in Italië en elders – om zijn rivalen te bestrijden. Zo ontstond een toegewijde bureaucratie. Want – en dat is ook typisch voor de totalitaire hervormers van de twintigste eeuw – de keizers vergoddelijkten het leiderschap. Die ’Führer’-status stelde Julius Caesar en Augustus in staat met bloedige zuiveringen de oude elite in Rome opzij te schuiven, en wraak te nemen op concurrenten binnen de familie. Ook de provincialen die de zegeningen van Rome versmaadden, wachtten ’goddelijke’ straffen.

Die opeenvolging van dynastieke en massamoorden maakt de geschiedenis van de vroege keizers tot zo’n dankbaar onderwerp van schrijvers en filmers. Everitt is daarop geen uitzondering, ook bij hem de huiver van afschuw én bewondering voor de harde represailles waarmee de keizer orde schiep en handhaafde.

Regelmatig probeert de schrijver Augustus van schuld te ontlasten. Meestal zonder succes, en bovendien ten onrechte. Het bloedige geweld was de keerzijde van de tastbare welvaart en rust die de keizer aan zijn dienaren te bieden had. De Romeinse orde had met het fascisme gemeen dat ze de verlangens van de onderklasse begunstigde ten koste van een traditionele elite, zonder de oude macht en het oude geld geheel uit te schakelen. Net als in fascistische staten berustte de Romeinse productie grotendeels op slavenarbeid. Onder Augustus en zijn opvolgers werden slaven weliswaar vaker vrijgemaakt dan onder de republiek, aan de andere kant voorzagen de veroveringen en opstanden aan de periferie van het rijk in de constante aanvoer van nieuwe slaven.

Everitt heeft nauwkeurig beschreven hoe het losbreken uit het Romeinse stamverband tot een persoonlijkheidscultus leidde. Voor het eerst leidde de verwereldlijking van een uitgebalanceerd plaatselijk bestuur tot een staatsreligie. Latere ’Duces’ zouden dankbaar in Augustus’ voetstappen treden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden