De inflatie van het bieden

Vroeger was het bieden eenvoudig. Hoe hoger je bood, hoe sterker je was. Tijden zijn veranderd en we zien dat tegenwoordig sprongbiedingen juist zwak zijn. Dat openingen op drieniveau preëmptief zijn, is allang gemeengoed, maar ook in de twee-openingen komen we regelmatig zwakke varianten tegen. De bekendste exponenten zijn de Multi 2-opening (zwakke twee hoge kleur, sterke met lage kleur of sterke SA-hand) en de Muiderbergse 2/2-opening (zwak met een vijfkaart in geboden kleur en lage kleur erbij).

Een systeemtheorie die in dit kader interessant is om eens met u te bespreken is the principle of fast arrival (letterlijk: het principe van de snelle aankomst). Het wil zeggen dat in een manche-forcing situatie het direct bieden van de manche zwak is; het gebruik maken van een tussenstapje is sterker en toont derhalve (enige) sleminteresse.

Even een paar voorbeelden van dit principe:

1.West Noord Oost Zuid

2 pas 2 pas

2 1) pas 3?

4?

2.West Noord Oost Zuid

- - 1 pas

2 pas 3?

4?

3.West Noord Oost Zuid

- - 1SA pas

2 2) pas 2 pas

3 pas 3?

4?

1) Manche-forcing met schoppenkleur

2) Transfer

In de bovenstaande drie voorbeelden is 3 steeds sterker dan 4; met 3 probeert oost steeds de weg naar slem open te houden, met 4 gooit hij de deur in het slot.

Wat we met dit principe zien is dat juist hoe lager het bod, hoe sterker de hand. Het direct bieden van de manche is een shut out bod (,,Partner, hou verder je mond'').

Een voorbeeld uit de praktijk (Zie diagram 1).

West Noord Oost Zuid

2 pas 2 1) pas

2 2) pas ...3 3) pas

4 4) pas 4 4) pas

6 pas pas pas

1) Afwachtbod

2) Manche-forcing met schoppenkleur

3) Sterker dan 4

4) Controle

Al klinkt het misschien allemaal logisch, vooral beginnende bridgers hebben er veel moeite mee. Vele bridgers zullen met de oosthand over 2 direct 4 bieden, bang als men is dat partner zal passen op 3 (hoewel dat bij voorbaat uit te sluiten is, omdat west door 2 te openen de manche al geforceerd heeft). Juist door het bieden van 3 ontstaat de mogelijkheid om rustig een slemonderzoek te starten. De andere kant van de medaille is dat je met een hand als:

xxx Bxx xxx xxxx,

geen 3 kan bieden, maar direct 4 moet zeggen. Ook dat gaat tegen de natuur van menig bridger in.

Zelfs geroutineerde spelers weten vaak geen raad met de theorie. Zo legden in de A-lijn van een grote bridgeclub een NZ-paar deze biedserie op het bridgekleed (Zie diagram 2):

West Noord Oost Zuid

- - - 1

pas 2 pas 4?

pas 4SA? pas 5

pas 6 pas pas

pas

Het 4-bod van zuid is verschrikkelijk. Hij heeft weliswaar een minimum, maar met twee azen en troefvrouw in vieren kan dit minimale spelletje best heel mooi zijn. Daarom is 3 op zijn plaats. De directe sprong naar 4 suggereert eerder een hand als:

V76 V965 H6 AB92.

Had zuid deze hand gehad, dan is zelfs 5 al in gevaar (als de tegenpartij een hartenaftroever weet te organiseren).

Ook bij het 4SA-bod van noord vallen de nodige kanttekeningen te plaatsen. Als zuid één aas had aangegeven, weet je niet of er twee directe hartenslagen buiten zijn, zie de voorbeeldhand hier boven. Andersom, kan het nog steeds een goede 7 zijn, als zuid één aas aangeeft. Met een minimum hand als:

V843 A2 H62 VB85,

is, ondanks de verspilde klaverenpunten, 7 een uitstekend contract.

Hoewel the principle of fast arrival al veel langer bestaat, zien we de laatste jaren de tendens dat in zijn algemeenheid 'langzaam' bieden sterker is dan 'snel' bieden. Neem nu het sprongvolgbod, dat door de jaren heen aan een enorme inflatie onderhevig is geweest. Eerst was er het sterke sprongvolgbod. Met een hand als deze:

AVB964 A54 H4 A2,

kon je na een 1-opening mooi 2 volgen. Later kwam de intermediate jump overcall; de handen werden een stukje zwakker, dus met iets als:

AVB964 A54 H4 72

werd 2 gevolgd na een 1-opening. Nu is het zwakke sprongvolgbod in de mode. Er blijft iets over als:

AVB964 754 H4 72

om 2 te volgen na een 1-opening.

Tot welke rariteiten de inflatie van het volgbod kan leiden, is mooi te zien aan de hand van dit spel (Zie diagram 3) op de eerder genoemde clubavond.

West Noord Oost Zuid

- - 2 1) pas

2 2) 3? 4 pas

6 pas pas pas

1) Semi-forcing in harten

2) Positief met goede vijfkaart schoppen

Op het bieden van OW is het nodige aan te merken, maar dat je als OW in 6 belandt, is begrijpelijk. Waar het me om gaat, is het 3-volgbod van noord. Het is weliswaar vrij risicoloos, maar erg veel zin heeft het ook niet (na 2, pas, 2, kon noord wel nagaan dat zuid zo goed als poploos was). Zuid startte braaf in de kleur van zijn partner, waarna het slem achterelkaar gehaald werd. Aan de enige tafel waar noord wijselijk zijn mond hield, startte zuid met zijn natuurlijke kaart, een kleine ruiten. Nu was 6 even vlot down als dat het aan de andere tafels gemaakt werd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden