De Indonesische paradox

Na de omwenteling in Egypte valt de naam van Indonesië steeds vaker. De overgang op de archipel van dictatuur naar democratie geldt als een 'succesverhaal'. Het land is lid van de G20 en pro-sharia partijen krijgen geen voet aan de grond in de grootste moslimdemocratie ter wereld. Maar de Reformasi is tot stilstand gekomen, en een stabiel en seculair Indonesië lijkt nog ver weg.

Het filmpje dat op internet circuleert, is misselijkmakend. Een bebloede man ligt dood op de grond van een omheind veldje. Mannen met knuppels en machetes staan om hem heen. Iemand schreeuwt: ¿Allahu Akbar¿. Een man in een sarong begint op de man te slaan. Steeds weer. Het bebloede lichaam wordt zo hard geslagen dat het een aantal centimeter omhoog komt, om vervolgens weer levenloos op de grond te ploffen. Ter plekke geroepen politieagenten kijken werkeloos toe, ze ondernemen geen poging de mannen te stoppen.

Een van de omstanders filmde deze aanval op de Ahmadiya, een islamitische minderheid die niet Mohammed maar hun oprichter als de laatste profeet ziet. Drie mannen werden vermoord en van de duizend aanwezigen werden slechts twee gearresteerd.

Het terrorisme is met de eerdere arrestatie van honderden extremisten misschien hard neergeslagen onder president Susilo Bambang Yudhoyono. Toch is er veel kritiek op het deradicalisatie-programma van de Indonesische regering. Veel van de radicalen vervallen na vrijlating weer in oude gewoonten. Het extremistische gedachtegoed blijft bestaan. SBY, zoals de president in Indonesië wordt genoemd, keurt de aanvallen op de Ahmadiya openlijk af en roept op tot vrede tussen de verschillende geloven, maar hij weerhoudt zijn minister van religie er niet van hardop te zeggen dat de sekte verbannen moet worden.

Heru Hendratmoko, hoofdredacteur van Indonesisch enige onafhankelijke radiostation KBR68H, ziet in de religieuze aanvallen een groot gevaar. ¿We hebben nu vrijheid van meningsuiting en je kunt SBY bekritiseren, maar wee je gebeente als je aan godsdienst komt. En dat is een groot probleem in Indonesië: de vrijheid geldt blijkbaar voor sommige, maar lang niet voor alle gebieden.¿

Na de aanval op de Ahmadiya werden op een andere plek twee kerken in brand gestoken en ook lijkt de verhouding tussen de soennitische en sjiitische gemeenschappen verstoord. Organisaties als het Setara Instituut en Human Rights Watch waarschuwen voor een sterk verminderde tolerantie voor andere religies in Indonesië. Zij wijzen naar het Islamitisch Verdedigings Front (FPI), dat steeds vaker achter het aanstichten van religieuze conflicten zit. Deze groep, die steeds luidruchtiger is, heeft heel recent nog gedreigd SBY af te zetten nadat hij zei groepen die oproepen tot geweld, te willen verbannen.

De opkomst van extremistische elementen na het gedwongen aftreden van dictator Soeharto is niet verwonderlijk, tijdens het 32-jarige dictatoriale bewind waren uitingen van religie niet geoorloofd. Het was een manier van de despoot om de verschillende religies in de uitgestrekte archipel onder controle te houden.

Na de val van het regime gingen mensen massaal op zoek naar hun religieuze identiteit. Meer dan ooit maken hoofddoekjes deel uit van het straatbeeld, televisiezenders onderbreken de avondprogrammering voor de oproep tot gebed. In luxueuze shopping malls worden het Suikerfeest, Kerstmis en Chinees Nieuwjaar overdadig gepresenteerd met levensgrote kamelen, metershoge kerstbomen en complete Chinese tuinen.

Toch hebben kerken grote moeite met het verkrijgen van een bouwvergunning; iets meer dan de helft van een wijk moet het er mee eens zijn, een percentage dat moeilijk te halen is in een land waar 90 procent van de 236 miljoen inwoners moslim is. Er vinden dan ook met regelmaat religieuze conflictjes plaats tussen moslims en christenen in dit soort buurten.

¿De Indonesische democratie leeft in een paradox: de ruimte van vrijheid van meningsuiting wordt gekaapt om dit principe aan te vallen. Een groep als de FPI kan bestaan dankzij de vrijheid van meningsuiting, maar wordt bij misbruik niet gestraft¿, meent de 40-jarige Nezar Patria.

Patria vocht jarenlang tegen voormalig dictator Soeharto. De angst om vrijuit te spreken was groot in het Indonesië van dertien jaar geleden. Bijeenkomsten van meer dan tien mensen werden uit elkaar gehaald, overal liepen informanten rond, critici van Soeharto verdwenen vaak net zo snel als dat ze waren opgekomen.

Tijdens de studentenprotesten in 1998 werd Patria in maart al opgepakt, samen met veertien andere studentenleiders. Terwijl de protesten aanzwollen en het land veranderde van een strak georganiseerde staat in totale anarchie zat Patria in een isoleercel. Daar bleef hij, ook toen Soeharto aftrad, in mei 1998, negen dagen na het begin van de eerste massademonstraties. De president liet het land achter in een chaos met torenhoge schulden en een grenzeloze corruptie.

Patria werd twee weken na die dag in mei vrijgelaten. Zeven van zijn vrienden zag hij nooit meer terug. Verdwenen. Vermoord. ¿Dat was de prijs die ik bereid was te betalen, toen ik daar alleen in die cel zat¿, zegt hij nu. ¿Ik weet alleen niet of het dit waard was. We kunnen de autoriteiten bekritiseren, maar dit leidt niet tot het afleggen van verantwoording. Kijk maar wat er is gebeurd met de plegers van de wandaden in 1965, 1998 of met de moordenaar van mensenrechtenactivist Munir. Niemand is gestraft. Er heerst een gevoel van straffeloosheid in dit land.¿

Naast het niet kunnen garanderen van veiligheid en gerechtigheid voor iedereen speelt ook corruptie een dominante rol in Indonesië. In de afgelopen tijd heeft de anti-corruptie commissie 24 voormalige parlementsleden gearresteerd op verdenking van omkoping.

Ook het justitiële apparaat gaat zwaar gebukt onder corruptie. Een van de duidelijkste zaken is die van Munir Said Thalib. Deze mensenrechtenactivist werd in 2004 vergiftigd op een vlucht van Jakarta naar Amsterdam. Slechts één persoon werd gearresteerd, deze zit een straf uit van twintig jaar. ¿De pop¿, zegt Suciwati, de weduwe van Munir. Zij vecht al jarenlang voor gerechtigheid. ¿De poppenspeler, het voormalige hoofd van de Indonesische geheime dienst, loopt nog steeds vrij rond.¿

Toch weigert Suciwati het gevecht op te geven. Iedere donderdag staat zij in het zwart gekleed met andere mensenrechtenactivisten voor het paleis van de president om opheldering te vragen over alle slachtoffers tijdens het Soeharto-bewind, maar ook over de slachtoffers daarna. De demonstranten zeggen niets; het is een stille demonstratie. ¿Ze kunnen ons de mond wel snoeren, maar niet verhinderen dat we doorgaan met onze onderzoeken¿, verklaart Suciwati strijdvaardig.

Mensenrechtenkwesties liggen zeer gevoelig in Indonesië. Ook wanneer deze uit het verleden worden vertaald naar het heden. Een recente Australische film (Balibo, 2009), die de verantwoordelijkheid voor de moord op vijf Australische journalisten in Oost-Timor in de jaren zeventig bij het Indonesische leger neerlegt, mag niet worden vertoond in de archipel. Filmmakers wijzen naar de tijd van de 'nieuwe orde', de tijd onder Soeharto, toen de media volledig aan banden lagen. Een herziening van de filmwet in 2009 bracht niet de verwachte vrijheid, de censuurcommissie bleef bijvoorbeeld gewoon bestaan. 'Teleurstellend', meent regisseur Nia Dinata.

¿Na de val van Soeharto ontwaakte de Indonesische filmindustrie uit haar coma. Het was een geweldige tijd, de meest creatieve tijd voor Indonesische films tot nu toe. We hadden het gevoel dat we alles konden doen, alles konden maken. Ik kon met de censuurcommissie mijn films bediscussiëren en hun vragen waarom ze kozen voor het wegknippen van bepaalde delen¿, vertelt de onafhankelijke filmmaker die in haar films vooral vrouwen en homoseksuelen een stem geeft.

Analisten zijn het er over eens: de eerste jaren van de Reformasi waren fantastisch. Er heerste een gevoel van euforie in Indonesië: de president werd democratisch gekozen, het parlement en het hooggerechtshof ondergingen een complete hervorming. De macht van het militaire apparaat werd enorm ingedamd. En decentralisatie zorgde in theorie voor een betere verdeling van de macht. Toch vonden al deze hervormingen plaats in de tien jaar na Soeharto, in de afgelopen drie jaar is de euforie van de Reformasi weggeëbd.

Dinata: ¿Uit mijn laatste film werden hele stukken weggesneden. Die mastertape is als een baby die je weggeeft terwijl je geen idee hebt hoe mismaakt die perfecte baby weer terug komt. Onder Soeharto had ik misschien nooit een film kunnen maken, dus dit is beter. Maar veel beter dan dat is het momenteel niet.¿

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden