De imams van Aboutaleb lusten wij niet

Het reciteren van de Koran als eis voor een imam is geen punt, want er zijn legio kinderen die dat kunnen. Maar deze eis te stellen aan de imam is primitief. Moslims doen er beter aan eerst te streven naar een goede rechtspositie voor de imam. Dan komt een goede imam vanzelf.

Abdulwahid van Bommel

Ahmed Aboutaleb raakt in zijn column over imams (Podium, 18 juli) niet éénmaal aan de werkelijke vragen. Hij spreekt vanuit een primitief soort kennis van de islam en de moslimsamenleving.

Hij beweert aan de ene kant dat een imam alle zestig hoofdstukken van de Koran (dat zijn er 114) uit zijn hoofd moet kennen en zegt even verderop dat een kind van twaalf dat kan. Inderdaad, en er zijn ook in Nederland kinderen die gewoon naast de lagere- en middelbare school in de moskee de Koran uit het hoofd leren. Op hun veertiende of vijftiende kunnen zij dat bewijzen op één van de koranrecitatiewedstrijden die zelfs hier in Nederland worden gehouden. Dus daarmee hebben we naar Aboutalebs maatstaven al heel wat potentiële imams in huis.

Het is juist die uit het hoofd geleerde kennis en mentaliteit die een deel van de imamproblematiek vormt. Aboutaleb komt uit de cultuur waar wordt gezegd: vraagt het aan de imam, want die kent de hele Koran uit z'n hoofd. Maar daarnaast is gedurende veertien eeuwen die tekst voortdurend geïnterpreteerd. Wij hebben de contextuele interpretatie voor deze tijd en plaats nodig.

Tijdens opleidingen die een beetje aan een imamopleiding doen denken, bijvoorbeeld de opleiding tot leerkracht islamitisch godsdienstonderwijs aan de Educatieve Faculteit Amsterdam, die lange tijd hardnekkig 'imamopleiding' werd genoemd, zoeken leerlingen tijdens de opleiding vaak nog naar zekerheid, een rolmodel, een geleerde, die hen de weg kan wijzen in moslimland.

Een imam is iemand die voorgaat in gebed. Dat is zijn enige taak. In Marokko is de koning de oppergeleerde en in Turkije is dat het hoofd van de Diyanet, het directoraat voor godsdienstzaken, een soort onderminister voor islam. Zij mogen over twee kennisterreinen uitspraken doen. Dat van de eredienst en dat van familiebetrekkingen.

Daarbuiten hebben zij geen bewegingsvrijheid om via officiële islamitische antwoorden aan eigentijdse discussies over bijvoorbeeld maatschappelijke, politieke, economische of ecologische problematiek deel te nemen. Dat is nu een grijs terrein van moslimintellectuelen geworden.

Als iemand als de bekende moslimgeleerde Hassan Hanafi in Egypte zegt dat moslimmeisjes met niet-moslimjongens mogen omgaan, omdat liefde belangrijker is dan de wet, wordt hij nadrukkelijk een filosoof genoemd, anders zou hij van zijn vrouw moeten scheiden na zo'n uitspraak.

In Nederland zagen we dat in het klein terug toen Marokkaanse imams zich druk gingen maken en handtekeningen gingen inzamelen tegen wetswijzigingen op het terrein van het islamitisch familierecht, waarbij in de moedawwana -een bundel geschriften over klassieke moslimjurisprudentie- aan vrouwen onder andere het recht tot scheiden zou worden toegekend. De uitspraak van Hanafi is trouwens het antwoord op de meest gestelde vraag van Marokkaanse jongeren, dus dan hou je nog maar 8000 vragen aan de imampostbus over.

Laten we er terwille van deze discussie van uitgaan dat de ideale imam in Nederland wordt opgeleid. Welke moskee wil die imam dan hebben? Er zijn op dit moment vier initiatieven tot hoger onderwijs, met als hoofd- of minstens bijbedoeling een opleiding tot eigentijdse Nederlandse imam.

Al die instituten zullen het grote probleem kennen van de ideaal opgeleide imam die zal dienen tegemoet te komen aan zowel de Nederlandse ideeën van imamschap als die van de moslimgemeenschap. Waarbij het dan weer net niet de imam hoeft te zijn die voldoet aan de eisen van Aboutaleb, Cherribi of Rabbae. Een dergelijke eis wordt overigens aan geen enkele dominee, priester of rabbijn gesteld.

Inderdaad wordt het imamprobleem vanuit Nederlandse optiek behandeld, maar de Marokkaanse optiek, welke Marokkaanse optiek ook, voegt daar niets aan toe. De geïmporteerde Marokkaanse imam is een rechteloos burger, overgeleverd aan de willekeur van zijn bestuur, omdat de Hoge Raad in Nederland hem heeft gelijkgesteld aan priesters, dominees en rabbijnen. Hij valt hiermee buiten de bemiddelingsmogelijkheden van het gewestelijk arbeidsbureau.

De moslimgemeenschap heeft overal waar besturen bestaan een bestuursprobleem.Misschien moet dat opgelost worden voordat we rechteloze en ongewenste imams gaan opleiden. Een imam is nog steeds een redelijk vogelvrije figuur, die zelf nauwelijks kan uitleggen wie of wat hij binnen de Nederlandse context is of betekent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden