'De imam aan het ziekenhuisbed is geen manager'

UTRECHT - Het Academisch ziekenhuis Utrecht (AZU) begon in 1996 met het onderzoeksproject 'Multi-culturele geestelijke verzorging in zorginstellingen'.

Met behulp van onder meer enquêtes onder moslimpatiënten en medisch personeel wordt in dit proefproject onderzocht wat de behoeften zijn van moslimpatiënten aan geestelijk verzorging en wat de knelpunten zijn bij een multiculturele geestelijke verzorging. Ds. Ari van Buuren, hoofd van de dienst geestelijke verzorging in het AZU en vice-voorzitter van de VGVZ (Vereniging van geestelijk verzorgers in zorginstellingen) begeleidt het project en dr. Arslan Karagül is behalve als imam ook als onderzoeker aan het project verbonden.

Karagül heeft toegang tot alle patiënten die zich moslim noemen. De vragen die Karagül van patiënten moet beantwoorden, zijn naar zijn zeggen vaak van praktisch-rituele aard. Men vraagt hem bijvoorbeeld of en waar men zich ritueel kan wassen, wat vanuit hun ziekenhuisbed gezien de juiste gebedsrichting is, of het vlees uit de ziekenhuiskeuken wel 'halal' (rein) is. Verder reciteert Karagül de koran en bidt hij met veel patiënten.

Zijn benadering van patiënten is anders dan gebruikelijk, vertelt Karagül. Hij gaat veel omzichtiger en indirecter te werk dan zijn collega's. Vooral in het contact met vrouwelijke patiënten stelt hij zich heel afwachtend op. “Ik geef niet als eerste een hand wanneer ik bij een moslim-vrouw aan bed kom. Ik wacht eerst af of ze daar wel prijs op stelt. Ook zal ik niet zo snel over intieme zaken spreken.” Toch is het volgens Karagül niet echt nodig dat er speciaal vrouwelijke islamitische geestelijk verzorgers komen voor het bespreken van de intiemste levensvragen. “Het is misschien wel rustiger aan het bed en daarom wel wenselijk, maar noodzakelijk is het niet. We kunnen in ieder geval wel samen bidden en ik kan voor hen uit de koran lezen.”

Hoofd van dienst Ari Van Buuren vertelt over de manier waarop zijn dienst altijd werkt: “De geestelijk verzorging is de afgelopen decennia dermate geprofessionaliseerd, dat de protestantse, katholieke en humanistische geestelijk verzorgers tegenwoordig territoriaal werken. Elk van hen neemt een bepaald deel van het ziekenhuis voor zijn rekening waarvoor hij of zij verantwoordelijk is. Want een professionele geestelijk verzorger kan met alle patiënten, ongeacht hun levensbeschouwelijke achtergrond, praten over hun ernstige ziekte, over vragen over de dood, over wat er eventueel daarna komt. Vraagt iemand expliciet naar bijvoorbeeld een katholieke pastor, dan krijgt hij die natuurlijk, maar we zijn er in principe voor iedereen.”

Karagül werkt echter als enige geestelijk verzorger in het AZU categoriaal - hij bezoekt alleen moslimpatiënten. Denkt ook Karagül dat dit met een gebrek aan professionaliteit samenhangt, dat wel ingehaald zal worden? Karagül lacht ongemakkelijk. “Er zijn inhoudelijke grenzen tussen de verschillende levensbeschouwelijke tradities. Het gods- en mensbeeld van moslims en christenen verschilt nogal. Ook kijken moslims en christenen anders aan tegen de dood. Moslims geven zich gemakkelijker over, terwijl christenen zich vaker verzetten en opstandig zijn. Van de geestelijk verzorger vraagt dit dus een heel ander gesprek. Een predikant of een pastor kan een moslim maar moeilijk van dienst zijn. Moslim-patiënten zeggen vaak: dan moet ik christen worden of jij moslim. Omgekeerd wil een christen of humanist ook geen imam aan zijn bed.”

Of komt het, zoals sommigen suggereren, door een verschil in stijl: de humanist en christen die proberen aan te sluiten bij wat de patiënt zoal gelooft, en de imam die de gelovigen onderwijst en vermaant? Karagül ontkent de gesuggereerde tegenstelling. “Ik hecht juist veel waarde aan het gesprek met patiënten. De patiënt met zijn behoeften - aan gedachtenwisseling bijvoorbeeld of aan geruststelling - staat ook bij mij centraal.”

Arslan Karagül werd in 1983, op verzoek van de moslimgemeenschap in Nederland, door de Turkse overheid als imam uitgezonden, maar na een jaar imamschap in Breda en Tilburg hield hij het voor gezien. Hij ging studeren en promoveerde in 1994 als eerste moslim aan de Universiteit van Amsterdam. Hij noemt zich met recht een voorloper. Niet alleen in de dagelijkse praktijk van de dienst geestelijke verzorging van het AZU, waarin Karagül nu bijna twee jaar meedraait, openbaren zich knelpunten. Ook op organisatorisch niveau zijn er problemen.

Anders dan zijn protestantse, katholieke en humanistische collega's heeft Karagül nog geen speciale opleiding tot geestelijk verzorger gevolgd. Zo'n opleiding is er nog niet voor imams. De VGVZ heeft plannen om een leerroute uit te zetten voor imams en pandits, die lijkt op de klinisch-pastorale vorming, die katholieke en protestantse pastores moeten volgen om geestelijk verzorger te kunnen worden. Daarbij zal geprobeerd worden rekening te houden met specifiek islamitische en hindoeïstische opvattingen, zegt Van Buuren. Waarin die opleidingen dan zoal zullen verschillen kan Van Buuren nog niet zeggen. “Gaandeweg het proef-project ontdekken we dat àlle opleidingsroutes, ook die van de christelijke en humanistische geestelijk verzorgers zullen moeten veranderen. Meer toegesneden, aangepast op een multi-culturele, multi-religieuze, multi-etnische samenleving. Juist in de zorginstellingen ontmoeten we elkaar vanuit verschillende tradities veel intenser en ingrijpender dan bij officiële dialogen vanuit levensbeschouwelijke en godsdienstige instituten.”

Een bijkomend probleem is de eis van de VGVZ en de overheid, die beiden het proefproject steunen, dat deelnemers aan zo'n opleiding een vooropleiding hebben op academisch niveau. Gezien de grote conflicten die de oprichting van een islamitische universiteit of faculteit nu al veroorzaakt in de in zichzelf verdeelde moslimgemeenschap in Nederland, zal het nog wel even duren voordat de eerste imams van een Nederlandse universiteit komen.

Een centraal instituut waarin de verschillende vleugels zich vertegenwoordigd voelen is voor de overheid een eis om tot erkenning en financiering van islamitische voorzieningen over te gaan: geen aantoonbare achterban, geen geld.''

Overigens is het standpunt van de meeste geestelijk verzorgers nog steeds dat de patiënten door de aan de afdeling verbonden geestelijk verzorger - van humanistische, protestantse of katholieke traditie - bediend worden en niet door een ongebonden geestelijk verzorger zonder duidelijke achterban.

Hoewel de beroepsvereniging van Van Buuren dit principe altijd te vuur en te zwaard heeft verdedigd, wil die in deze fase van het emancipatieproces voor de moslims en hindoes een uitzondering maken: ondanks de moeilijk inzichtelijke achterban van de imams die zich als geestelijk verzorgers aandienen, vindt de VGVZ dat mensen met een moslim- of hindoe-achtergrond recht hebben op een imam of pandit aan het bed. Een recht echter dat volgens Karagül, gezien de vele hindernissen, pas over tenminste tien jaar in veel meer ziekenhuizen genoten zal kunnen worden dan in de drie in Amsterdam, Den Haag en Utrecht, die nu al een imam in dienst hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden