Review

De Ilias als pacifistisch epos

De Ilias is het beroemdste oorlogsepos van onze cultuur. Maar dachten de Grieken ook al zoals wij? In een prikkelend boek verbindt de Amerikaanse classica Caroline Alexander de Trojaanse Oorlog met de loopgraven van Yperen en met Vietnam. Maar dat gaat wel wat ver.

Het valt niet te ontkennen dat de Amerikaanse classica Caroline Alexander een empathisch boek heeft geschreven over de Ilias, Homerus’ epos over de oorlog tussen Grieken en Trojanen. ’De oorlog die Achilles het leven kostte’ is bovendien met vaart en kennis van zaken geschreven en heeft alles om een breed publiek aan te spreken.

Empathisch is het boek allereerst door de intense manier waarop Alexander de gebeurtenissen in de Ilias verbindt met moderne oorlogsimpressies, vooral met die van de Eerste Wereldoorlog en de oorlog in Vietnam. Ook de uitspraken die de Griekse helden in de Ilias zelf doen, over krijgsroem en dood, plaatst ze in een modern kader. Dat is niet helemaal nieuw, maar de classica geeft hierin wel blijk van haar grote betrokkenheid bij het onderwerp. In de tweede plaats toont zij zich zeer betrokken bij Achilles, toch wel de hoofdpersoon van de Ilias, al is hij in grote delen van het epos afwezig.

Alexanders ideeën over Homerus zijn evenwel zo uitgesproken dat ze om enige tegenspraak vragen. Over de vraag of iemand als ’Homerus’ werkelijk bestaan heeft (zie kader) is Alexander duidelijk: voor haar is Homerus een historische figuur, die de ’epische traditie’ heeft omgevormd tot een gedicht met een duidelijke boodschap: dat de oorlog een zinloze catastrofe is met een vernietigende uitwerking op ieder die er bij betrokken is.

Over die boodschap kun je het natuurlijk van harte met haar eens zijn. De vraag is wel of de zangers en toehoorders van het heldendicht destijds een dergelijke boodschap hadden kunnen overdragen of begrijpen.

Natuurlijk is het Achilles droef te moede dat hij weldra zal moeten sterven. Hij heeft er immers voor gekozen de dood van zijn dierbare makker Patroklos te wreken en weet dat hij kort daarna zelf gedood zal worden. Maar je moet dat wel zien in de context van het epos. De wraak van Achilles is meedogenloos. Niet alleen omgeeft hij de crematie van Patroklos met een barbaars bloedbad, waarbij hij naast massale dierenoffers ook twaalf Trojaanse prinsen de keel doorsnijdt, hij schendt ook het lijk van de door hem gedode Hektor op een gruwelijke manier.

Achilles’ weerzin tegen de oorlog is daarmee ambigu, en het had Alexander ongetwijfeld geholpen als zij de theorieën over ’focalisatie’, het perspectief van de verteller en de personages in het epos – zoals de Amsterdamse hoogleraar Griekse letterkunde Irene de Jong dat uitvoerig heeft onderzocht – zich meer had eigengemaakt. Haar relaas van Alexander heeft iets naïefs.

Daarbij blijft het niet. Het grootste deel van het boek behelst een navertelling van de plot van de Ilias, waarbij ruimschoots wordt geciteerd uit het gedicht zelf. Daarmee biedt het boek een uitstekende opstap aan de lezer die ertegenop ziet de hele Ilias ter hand te nemen. De vertaler is zo gelukkig geweest de prachtige vertaling van H.J. de Roy van Zuydewijn te mogen gebruiken; het hoofdstuk over de dood van Hektor (boek 22) is daarin zelfs integraal opgenomen. Maar ook in deze navertelling treden vertekeningen op. Het opmerkelijkst is Alexanders voorstelling van de Griekse legercommandant, Agamemnon van Mycene.

De beschrijving van zijn daden op het slachtveld is, met permissie, malafide. „Dit is niet zozeer een groots portret van een door strijdlust voortgedreven krijger als wel van een niet meer bij zinnen zijnde man”, schrijft Alexander. Zo hoopt ze zicht te bieden op Agamemnons conflict met Achilles, die hem woedend had gemaakt door hem zijn oorlogsbuit, het meisje Briseïs, te ontnemen. Maar Agamemnon is meer dan een corrupte generaal met de trekken van een bevelhebber uit de Eerste Wereldoorlog die zijn manschappen in de kazematten van Yperen laat creperen. Hij is ook de held die in de aan hem gewijde zang zijn aristeia – ’dappere daden’ – beleeft.

Buitengewoon wonderlijk is Alexanders voorstel om het personage Patroklos, Achilles’ hartsvriend, te beschouwen als een creatie van Homerus, als zijn ’schepping van Achilles’ alter ego’. Patroklos is immers de spilfiguur in het hele wrokdrama. Wanneer je zijn optreden voorstelt als een eigen vinding van de dichter aan het eind van de eeuwenlange mondelinge overlevering van het epos, maak je eigenlijk die hele overlevering tot een farce die de dichter Homerus tot een consistent geheel wist te smeden. Dat is zeer onaannemelijk.

Verder kon ik in het boek weinig slordigheden vinden. Al is de opmerking dat de Ilias zich beperkt tot een ’periode van ruwweg twee weken’ vreemd, als op bladzijde 134 al gesproken wordt van ’de vijfentwintigste dag van de Ilias’, en de werkelijke ’vertelde tijd’ van het epos rond de veertig dagen bedraagt.

Verontrustender vind ik Alexanders voorwoord. Daarin weet zij het epos van de Latijnse dichter Vergilius, de Aeneis, weg te zetten als een werk dat ’somtijds grenst aan plagiaat’. De hoofdpersoon Aeneas noemt zij ’het lichtende voorbeeld van het fascisme’, maar dan zonder die bewering in de context van Mussolini’s propaganda te plaatsen. Hier is sprake van een essentieel manco aan begrip van mimesis, de navolging van illustere voorbeelden in de klassieke literatuur.

Er is dus wel wat af te dingen op Alexanders conclusies, al valt niet te ontkennen dat de Ilias gaat over de mens die sterven moet, hon potmon goöoosa, zijn lotsbestemming bewenend. Dat zij met zoveel compassie naar de Griekse helden kijkt, is aantrekkelijk, gedurfd en prikkelend. Maar je mag een groot vraagteken plaatsen bij de woorden waarmee ze haar boek besluit: ’De dood laat zich door niets vergoeden’. De Grieken dachten daar waarschijnlijk anders over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden