De IJssel is nu zo slank als een den

DEVENTER - OLST Voor deze wandeling van Deventer naar Olst (14km) is gebruik gemaakt van 'Wandelen door het IJsseldal en de Hanzesteden' van Isy en Evy Zwolle (uitgave Het Spectrum). Het is geen geweldig wandelgidsje, de informatie is uiterst summier en de kaartjes zijn verwarrend. Maar om ideeen voor een wandeling op te doen is het handig en het kost in de ramsj maar een paar gulden. Tussen Deventer en Olst rijden treinen en bussen (lijn 131). Voor informatie over het openbaar vervoer tel. 06-9292

Het aardige van De Haere is vooral dat ie zo plots verschijnt. Het kasteeltje ligt midden in een stukje bos. Het wordt omringd door een slotgracht en majestueuze knotlinden en gezelschap gehouden door een al even fraai koetshuis. Vlak voordat je oog in oog komt met De Haere, loop je nog zomaar door de moestuin van een boerderij die vast ook bij de havezathe heeft gehoord. Dat mag, er is zelfs geen hond die blaft of bijt. Dat is nou De Haere, zo aangenaam gewoon dat het niet eens in je opkomt om 'ns aan te bellen en te informeren naar de welstand van de bewoners. Die zal vast goed zijn.

Een uur of wat eerder zijn we het stadsgewoel van Deventer ontvlucht. Mooie stad, zonder twijfel. Maar een plaats aan een rivier wekt altijd het verlangen op om langs de stroom te gaan wandelen, weg uit de drukte. De rivier trekt. Voor de IJssel geldt dat zeker, in elk getijde van het jaar. Guillaume van der Graft dichtte er zo mooi over in 'Stad aan de rivier'.

De Deventer Onder de Linden daar schrijdt het water langs, hoogzwanger in de winter en in de zomer slank.

De IJssel is nu slank als een den, het water kabbelt vrolijk voort en de stuurlui aan boord van de vele plezierbootjes en vrachtvaarders hebben alle tijd om de hand op te steken. Het duurt even voordat IJssel- en Rembrandtkade ons loslaten, maar aan het eind van de bebouwing - ter hoogte van een grote zandkuil waar eens het ijsstadionnetje van Ard en Keessie stond - loop je ineens pats de uiterwaarden in. Een rode en blauwe route voert ons van weiland naar weiland, langs knotwilgen en meidoornhagen, en door afzettingen van prikkeldraad dankzij simpele overstapjes. Het is aan de rommel en de zompige plekken in het gras nog te zien hoe 'hoogzwanger' de rivier hier afgelopen winter is geweest, maar het gevaar is bezworen. 'Grote gebieden staan soms onder water', dichtte Enze Bouwers. 'De zomerdijken kunnen erover meepraten, de winterdijken zwijgen: zij doen gewoon het werk dat hun is opgedragen.'

Aalscholvers en andere sportvissers kijken even nieuwsgierig op van hun overpeinzingen als er wat door het weiland wandelt, maar de echte denkers onder hen zijn ons al weer gauw uit het oog verloren. Blauw wordt uiteindelijk geel, de route verlaat de rivieroever en honden moeten aan de lijn als we het hogerop zoeken. We steken de IJsseldijk/Zwolseweg over en maken daarmee een grote stap: van de landerige sfeer van grazende koeien en schapen naar de statigheid van bossen en buitens. Drie landgoederen op een achternamiddag, het is nauwelijks te bevatten hoeveel monumenten er op een kluitje liggen. Nieuw Rande is de eerste op ons pad, maar ze zijn er kennelijk niet erg gecharmeerd van vreemd volk. Het Randerpad oogt uit de verte al evenmin gastvrij ('Eigen weg'), maar een antiek bord dat het 'toegankelijk' is 'voor wandelaars en wielrijders' en 'verboden voor voertuigen en vee'.

Het kost een paar kilometer, voordat we na een huis uit 1774 aan de Bonckhorsterstraat links het bos inschieten - blauwe paaltjes achterna. Het wordt even geheimzinnig, het pad slingert wat, de moestuin roept de vraag op of we nog wel goed zitten en dan ineens is daar De Haere! Het is het snoepje van de dag. Acheraf lezen we dat het kasteeltje aan het einde van de achttiende eeuw hevig in verval geraakt was en daarna opnieuw is opgebouwd, dat er zich nog ondergrondse vestingwerken van de voormalige IJssellinie moeten bevinden en dat er nog een ruïne van een oude toren is.

Dit buiten staat in schril contrast tot het volgende huis, Groot Hoenlo, aan de andere kant van de spoorlijn. Twee leeuwen van zandsteen houden voor de ingang de wacht en alsof dat nog niet voldoende is, waarschuwt een groot bord 'Particulier eigendom' dat we absoluut niet welkom zijn. Het buiten heeft een lange adellijke geschiedenis (in 1233 gesticht), is zo'n honderd jaar geleden grotendeels verbouwd en telt nu aan de brievenbussen te zien een hele serie voordeurdelers.

Nog een paar kilometer en we lopen Olst binnen. Het is niet echt prettig over de asfaltweg - de Oude Allee was vast rustiger geweest - maar zo raken we nog even aan de Zandwetering, die over een grote lengte is rechtgetrokken om de verdroging van de bossen tegen te gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden