De iep is weer gezond

De iep is alle schimmelziektes te boven. Hoog tijd voor eerherstel van een nuttige én beeldbepalende boom.

Vrij stil heeft zich in de tweede helft van de 20ste eeuw een ware kaalslag voltrokken; naar schatting vier miljoen iepen werden door de iepziekte geveld. Inmiddels zijn er resistente rassen. Proefbeplantingen compleet met moedwillige besmettingen moeten het vertrouwen in de soort herstellen. "De beste vervanging van een iep blijft nou eenmaal een iep", zegt Jelle Hiemstra

Hiemstra kun je met recht iepenliefhebber noemen. "Schitterend hè, zelfs kaal in de winter. Die losse, bijna broccoli-achtige kruin, de gegroefde stam en het robuuste en toch elegante voorkomen. Zo'n iep heeft echt karakter!" Als bosbouwer en plantenziektekundige is hij bij Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO), onderdeel van Wageningen UR, al jaren bezig met de iepziekte en dan met name met het terugkrijgen van de boom.

De iep (of olm) is eeuwenlang beeldbepalend geweest in de kustprovincies, in grote steden als Amsterdam en Den Haag, en op stadswallen van bijvoorbeeld van Groningen, Utrecht en Enkhuizen. De Romeinen gebruikten ze al om wijnranken mee te ondersteunen. "Het is een ideale boom, zowel in de stad als daarbuiten', zegt Hiemstra, leunend tegen een stevig exemplaar op een van de Amsterdamse grachten. "En dat niet alleen. Ook uit cultuurhistorisch én biologisch oogpunt verdient de iep een ruime plek in ons land. Natuurlijk, er staan er nu vermoedelijk nog een kleine drie miljoen in Nederland, maar zo beeldbepalend als vroeger is ze nog lang niet."

De inheemse boom kwam hier 5000 jaar voor Christus al voor en wordt ook al eeuwen bewust gebruikt. Kwekers zijn spontane kruisingen van twee inheemse soorten gaan vermenigvuldigen en al in de Middeleeuwen werd deze zogenaamde Hollandse iep veelvuldig aangeplant. Én geëxporteerd. Zo bracht Willem III haar rond 1690 naar Engeland. Het ras is er nog steeds bekend als de Dutch elm (en iepziekte dus ook als Dutch elm disease).

De deskundige: "De Hollandse iep is bestand tegen wind, zelfs zilte zeewind, kan relatief goed tegen droogte, luchtvervuiling en tegen beschadigingen. Superfunctioneel ook. Bast en bladeren waren veevoer - in nood zelfs mensenvoedsel - het hout werd gebruikt voor wielen en wapens, van de bast kon kleding worden gemaakt. De perfecte boom. Tot rond 1920 de iepziekte uitbrak."

Deze schimmelziekte komt oorspronkelijk uit Azië en is vermoedelijk tijdens of vlak na de Eerste Wereldoorlog met verpakkingshout meegekomen naar Europa. Aziatische iepen zijn resistent, Nederlandse niet. De gevolgen waren desastreus: kort na 1920 sneuvelde 40 procent van de iepen. Herplant had weinig zin want ook de nieuwe iepen vielen 'bij bosjes'.

Er kwamen minder vatbare rassen, maar omdat de bomen eenmaal traag groeien kostte dat een paar decennia. Ook die nieuwe rassen hielden geen stand toen er rond 1970 een nieuwe 'Aziatische' schimmelstam binnenkwam. In heel Europa werd vrijwel het hele iepenbestand 'besmet' met de iepziekte. Ons land verloor tweederde van zijn iepen. Engeland - waar de bestrijding nooit goed van de grond kwam - verloor er 24 miljoen van de 30 miljoen. Honderdduizenden gesneuvelde iepen werden in ons land vervangen door eiken, linden, kastanjes en essen. "Geen van die soorten had alle uitmuntende eigenschappen van de iep. De een gaf te veel schaduw, de ander produceerde kleverige honingdauw, een volgende legde het loodje zodra het te droog werd", vertelt Hiemstra, een rij jonge iepen keurend.

De veredelaars gingen verder en ontwikkelden inmiddels meer dan tien nieuwe rassen die ook tegen de nieuwe variant van de iepziekte bestand waren. Het mocht niet baten; het wantrouwen tegen de iep was enorm, de aanplant minimaal.

Tijd voor actie, vindt een groepje Wageningse wetenschappers. Uit cultuurhistorisch, pragmatisch maar zeker ook biologisch oogpunt is eerherstel nodig, vinden zij. De iep is belangrijk voor de biodiversiteit. Duits onderzoek heeft uitgewezen dat er ten minste 77 soorten insecten van de iep afhankelijk zijn en dat er tal van (korst-)mossen op groeien. Onlangs nog zijn er in Amsterdam twee echt zeldzame aangetroffen - het witkopvingermos en hamsteroortje.

Onder aanvoering van Hiemstra zijn onderzoekers van Wageningen Universiteit het project 'Toekomst voor de iep' gestart. Doel: het vertrouwen herwinnen. "Dat kan alleen kan door de resistentie van de nieuwe iepen grondig te testen en de gebruikswaarde ervan in de praktijk te tonen", aldus de projectleider.

Voor de resistentietest is een proefveld met meer dan 1000 bomen aangelegd in de omgeving van Wageningen. Een groot deel van de bomen is opzettelijk met de iepziekte besmet. "We hebben met messen kerven in de bomen gemaakt en er een flinke hoeveelheid schimmel in aangebracht. De bomen bleken daar veel beter tegen bestand dan de oude rassen". Daarnaast zijn in Amsterdam enkele jaren geleden op IJburg en in het Westelijk Havenkwartier honderden iepen van verschillende rassen geplant om hun groei-eigenschappen te demonstreren. De goede resultaten blijven niet onopgemerkt en inmiddels heeft ook een aantal andere gemeenten een of meerdere proefbeplantingen.

Het overgrote deel van 'boomplantend Nederland' bekijkt de iep echter nog steeds met argusogen, zegt Hiemstra. "Na al die miljoenen slachtoffers vergt het herstel van vertrouwen tijd. Begrijpelijk. Maar heus, de iep verdient het weer beeldbepalend te worden."

bijgeloof
Door de eeuwen heen hebben mensen die iep bijzondere krachten toegedicht. In de Himalaya worden iepen gezien als heilige bomen, ze werden bij graven van 'heilige' mannen aangeplant. In Frankrijk werd in de Middeleeuwen rechtgesproken onder groepen iepen. Bij een uitbraak van de pest in de zestiende eeuw, geloofde men in de helende kracht van de boom. In het Vlaamse Nieuwkerke, bij Ieper, werd in de Middeleeuwen een meisje bedreigd door woeste Engelse soldaten die de stad belegerden. In doodsangst riep ze Lieve Vrouwe van de Iep ten hulp en werd gered.

De iep bij Kraantje Lek in Haarlem werd dezelfde functie als tegenwoordig de ooievaar toegedicht. Bakers zouden bij deze boom de baby's ophalen.

Iepziekte
De iepziekte, wordt veroorzaakt door de schimmels ophiostoma ulmi en ophiostoma novo-ulmi. De schimmel groeit in de houtvaten van de boom, de vaten die water vanuit de wortels naar boven transporteren. De iep reageert daarop door het besmette deel van het houtvat met een gomblaas af te sluiten om de schimmel te isoleren, maar is eigenlijk steeds net te laat. De schimmel blijft voortwoekeren. Een steeds groter deel van het houtvatennet wordt afgesloten en de boom verwelkt. De schimmel wordt overgebracht door de iepenspintkever. De kever legt haar eitjes in besmette bomen. De larven die zich onder de bast met hout voeden, nemen schimmelsporen mee als ze als volgroeide kevers de 'broedboom' verlaten en dragen deze over op de vitale bomen waar ze vervolgens voedsel gaan zoeken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden