De ideologie van de afwerkplek

De auteur is cultureel antropoloog.

JERRY MAGER

Leven volgens de calvinistische moraal betekent vooral: werken. Daarom gaat in Nederland iedere discussie over werkloosheid in wezen over de laakbare, lees: zondige, instelling van de werkloze. 'De kilheid van een uitkering versus de warmte van een baan', is een slogan van onvervalst calvinistisch gehalte.

'Mededogen' en 'medemenselijkheid' zijn begrippen die in het calvinistisch idioom onvermijdelijk een schijnheilige bijsmaak krijgen. Zo wordt enerzijds de kwaliteit van het leven van de armen (vooral ouden van dagen en werklozen) door voortdurende bezuinigingen steeds verder aangetast, terwijl dezelfde politici die daarvoor verantwoordelijk zijn zich tegelijkertijd publiekelijk en schaamteloos beijveren om een humane uitweg middels euthanasie juridisch tot op de komma te regelen.

Het prostitutieproject aan de Amsterdamse Theemsweg levert een recent en sprekend voorbeeld van calvinistisch bestuurlijk denken.

Verslaafd

Op 2 januari van dit jaar werd aan de Theemsweg een 'permanente tippelzone' geopend, de eerste in de geschiedenis van Amsterdam. De bedoeling is dat alle Amsterdamse straatprostituées voortaan op deze locatie hun handwerk zullen uitoefenen. Het merendeel van de tippelaarsters is aan verdovende middelen verslaafd, vooral aan heroïne. Door de verslaafde straatprostituées op deze plek te concentreren, verwachten de magistraten haar uit andere plaatsen in Amsterdam te kunnen weren. Bovendien zou de tippelzone aan de Theemsweg de hoeren veiliger en humaner werkomstandigheden garanderen.

De Amerikaanse historicus Simon Schama vertelt een verhaal waarmee hij de hypocriete meedogenloosheid van de calvinistische ideologie in Nederland treffend illustreert. Vierhonderd jaar geleden gaven, aldus Schama, Amsterdamse vroede vaderen een staaltje van vindingrijkheid ten beste, waarvan de Theemse tippelzone een volmaakte afspiegeling is. Het gaat om de zogeheten 'verdrinkingskamer' van het gemeentelijke Tugthuis; toeristen uit vele landen vertelden hierover.

Aan de Heiligeweg werd in 1595 het Tugthuis geopend. In eerste opzet was dit instituut vooral bedoeld als correctieve instelling. De (vaak minderjarige) gedetineerden zouden er, behalve hun straf uitzitten, tevens moeten worden voorbereid op een terugkeer in de burgermaatschappij. Zeker vergeleken met de destijds heersende toestanden in de penitentiaire inrichtingen van West-Europa, was het Amsterdamse Tugthuis qua opzet verlicht en humaan te noemen.

Natuurlijk moesten de gedetineerden er hard werken voor de kost. Daarnaast werd een niet gering deel van hun energie opgeslokt door bijbelonderricht en zondagschooloefeningen. Lijfstraffen behoorden weliswaar tot het pedagogisch instrumentarium, maar geëxecuteerd werd niemand.

Echter, in 1599 verleende de stad Amsterdam het Tugthuis het monopolie op het produceren van zaagsel van Braziliaans hardhout. Dit zaagsel leverde de grondstof voor verfpigmenten en deed een goede prijs. Al snel werd het instituut voor het overgrote deel van haar inkomsten afhankelijk van de opbrengsten van dit lucratieve produkt. De calvinistische koopmansgeest won het nu moeiteloos van de humane intenties; verlichte pedagogische inzichten legden het af tegen commerciële belangen. Voortaan moesten de gevangenen steeds langer hardhout raspen. In de volksmond werd het Tugthuis gauw bekend als het Rasphuis.

Verdrinkingskamer

Het raspen was een zwaar en geestdodend werk, waar de gedetineerden niet bepaald happig op waren. Werkweigering kwam steeds vaker voor. De geldelijke belangen waren echter te groot om zo'n ontwikkeling te tolereren. Voor werkweigeraars werd een even ingenieuze als afschrikwekkende straf bedacht: de verdrinkingskamer, een vertrek dat men langzaam kon laten vollopen met water. De gestrafte die in deze kamer werd opgesloten kreeg een pomp mee. Zolang hij bleef pompen nadat de sluizen waren geopend, kon hij het hoofd boven water houden. Hield hij met pompen op dan verdronk hij. Het was dus letterlijk: pompen of verzuipen. De gevangene die zich murw had gepompt, mocht - nadat hij berouw had beleden - alsnog gaan raspen.

De listige hypocrisie van deze straf school in de gedachte dat het slachtoffer de verantwoordelijkheid voor zijn lot uiteindelijk zelf in handen had. Hij móest hoe dan ook hard werken wilde hij het hoofd boven water houden.

Ten aanzien van de heroïnehoeren geldt hetzelfde principe. Natuurlijk kan de overheid de verslaafde prostituées geen vrije heroïne verstrekken, zodat ze zich niet zouden hoeven prostitueren om aan hun dagelijkse dosis te komen. Dat zou niet ethisch zijn! Neen, de vrouwen mogen er eerlijk voor werken.

Daartoe krijgen ze van overheidswege de beschikking over een veilige arbeidsplaats, met doelmatige afwerkplekken (zelfs aan een 'pijpela' is gedacht), een warme 'huiskamer' waar ze kunnen bijkomen, douchen, soep en condooms kopen. Ze kunnen er zelfs onder hygiënische omstandigheden een shot plaatsen of scoren. Daarna moeten ze evengoed weer de baan op, hoe zeer dat de magistraten ook aan het hart gaat. Is het symbolisch dat de tippelzone in januari bij vrieskou in gebruik werd genomen? Calvinisten zijn echt ijskoud.

Tenslotte draagt iedereen, ook verslaafden en dus ook heroïnehoeren, immers zelf de verantwoordelijkheid voor zijn bestaan. Een praktische bijkomstigheid van deze constructie is ongetwijfeld, dat zij de gemeente in staat stelt bij te houden hoeveel omzet de hoeren draaien en dus hoeveel belasting ze moeten kunnen opbrengen.

Tegen het verschijnsel prostitutie als zodanig hoeft niemand morele of andere bezwaren te koesteren. Wanneer wilsbekwame mensen zich uit vrije wil in deze branche van dienstverlening begeven, is dat hun zaak. Maar of je heroïneverslaafden tot vrije keuze in staat moet achten, is heden ten dage in een zich beschaafd noemende maatschappij - althans een niet-calvinistische - natuurlijk een retorische vraag.

Voor deze vrouwen zal het dan ook in de meeste gevallen uitdraaien op pompen en desniettemin verzuipen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden