De identificatie van Heyboer met Christus

Te doorbreken grens, kleurenets uit 1984. (COLLECTIE ICN/MUSEUM RELIGIEUZE KUNST)

Een expositie in het Museum voor Religieuze Kunst in Uden toont werk van de in 2005 overleden kunstenaar Anton Heyboer. Wat blijkt? Christus aan het kruis is een veelvuldig terugkerend thema.

Bijna zes jaar na zijn dood lijkt de belangstelling voor leven en werk van Anton Heyboer (1924-2005) op een dieptepunt te zijn gekomen. Het is dan ook geen geringe verrassing om een aankondiging te zien van een tentoonstelling die het Museum voor Religieuze Kunst in het Brabantse Uden aan hem wijdt. Heyboer in een dergelijke omgeving bezichtigen doet misschien vreemd aan, al blijkt uit het thema van deze presentatie wel anders.

Het intrigerende werk van Heyboer wordt in Uden in een religieus kader geplaatst. Dat gebeurt op een zodanig overtuigende wijze dat je je meteen afvraagt waarom dat niet al veel eerder is gebeurd.

Het lag al lang voor de hand om bij een beoordeling van Heyboers oeuvre te verwijzen naar zijn kennis van de Bijbel, zijn psychofilosofische inzichten in de medemens en in zichzelf, waarbij hij zich sterk identificeerde met de Christusfiguur en diens entourage tijdens het lijden en de verlossing.

Tijdens zijn leven konden de belangstellenden voor Heyboer gemakkelijk in twee kampen worden ondergebracht, kampen waartussen een perfect functionerende waterscheiding bestond. Je had de geïnteresseerden voor Heyboers levenswandel, niet in het minst gevoed door de verhalen die op de roddelpagina’s van de Telegraaf verschenen en die er elke keer gewag van maakten als de zoveelste nieuwe bruid haar opwachting maakte in de werk- en leefgemeenschap in het Noord-Hollandse Den Ilp.

Wie zich voor Heyboers etsen (hij was vooral graficus) en schilderijen interesseerde, toonde weinig belangstelling voor al die vermeende sappige details. De kunstkenners bogen zich liever over het ontwarren van Heyboers beeldtaal, die hij zelf als zijn ’Systeem’ betitelde. In onhandige, soms broze en kwetsbare lijnen gaf hij een schematische opzet van de wereld waarin hij terecht was gekomen. Een rol in dit geheel speelde primair zijn opname in een inrichting vanwege een (vermeende) geestesziekte.

Heyboer was echter een slachtoffer van de oorlogsjaren. Als gevolg van deportatie vanwege de Arbeitseinsatz werd hij onder erbarmelijke omstandigheden in Berlijn te werk gesteld om aldus de oorlogsverschrikkingen en de naziterreur aan den lijve mee te moeten maken. Op sterven na dood keerde hij uiteindelijk naar Nederland terug, maar daar bestond voor dit soort oorlogsslachtoffers weinig of geen compassie.

Dat Heyboer de essentie van zijn lijden in deze periode tot uitgangspunt voor zijn werk maakte, doet sterk denken aan het werk van de Duitse beeldhouwer Joseph Beuys. Dat gaat in essentie over ’energie’ (dierlijke vetten, bloed, maar ook vilt en andere vormen van textiel, alsmede uiteenlopende reddingsmiddelen) naast een geprononceerde belangstelling voor het christelijke kruis. Ook Heyboer ging het niet zozeer om de fysieke hoedanigheid van het houten executie-instrument, maar om degene die het moet dragen. Heyboer identificeerde zich in hoge mate met Christus die vrijwel voortdurend het onderwerp van zijn etsen en tekeningen was.

De meeste kunsthistorici beschikten helaas over te weinig bijbelkennis om de Christustekeningen adequaat te analyseren; ze vormen nog altijd een weinig bestudeerd onderdeel van Heyboers oeuvre. Wie ze echter met een beetje inzicht in het lijdensverhaal bekijkt, ziet hoe de beschimpte, vertrapte en uiteindelijke deerniswekkende mens een figuur van hoop (in de vorm van de opstanding) wordt en daarmee een menswaardiger (want goddelijk geïnspireerd) leven kan leiden.

Uit de presentatie in het Museum voor Religieuze Kunst blijkt dat veel Christustekeningen terecht zijn gekomen bij twee belangrijke Heyboer-verzamelaars. Het is aan hen te danken dat de aandacht op dit onbekende aspect van Heyboers werk wordt gericht. De twee blijken over een goed gevoel te beschikken voor de uitstraling die Heyboer op zijn collega-kunstenaars had. Want kijk maar eens naar wat de graficus Jan Montyn heeft gemaakt, de immer intrigerende Viktor IV of de beeldhouwer Theo Niermeijer die in wegroestend ijzer een driedimensionale uitdrukking van het alomvattende lijden gaf.

Hun werk ontbreekt op de expositie in het Museum voor Religieuze Kunst. Niet ten onrechte, want de aandacht mag nu eens uitgaan naar het onbekende aspect in Heyboers werk. Maar het zet wel de deur open naar een tentoonstelling waarin Heyboers oeuvre nu eens over de volle breedte (en dus ook met betrekking tot degenen die zijn invloed ondergingen) wordt uitgemeten. Afgaande op de uitspraak van Heyboer zelf dat ’al zijn werk religieus is’ ontstaat immers vanzelf nieuwsgierigheid naar het werk dat nu niet in Uden is te zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden