De ideeën van D66 zijn gekaapt

De Thorbeckelezing vorige week van Mark Rutte had een aangenaam relativerende toon. Er valt met het huidige politieke stelsel nog altijd prima te werken, meende de premier vorige week in Zwolle. Wat hem betreft geen noodverbanden of, nog erger, echte vernieuwingen van het stelsel. Zo ongeveer alles wat de afgelopen 50 jaar - niet geheel toevallig ook de leeftijd die D66 deze maand bereikt - bedacht is, passeerde in zijn lezing de revue. Het districtenstelsel, de gekozen minister-president, allemaal bedachtsels die niet aan Rutte besteed zijn. Het referendum noemde hij niet, maar het is algemeen bekend wat Rutte daarvan vindt. Het bevordert in ieder geval niet de regeerbaarheid, voor hem kennelijk een belangrijk criterium.

Helaas boog Rutte zich niet over de vraag in hoeverre veranderingen in het stelsel de alom geconstateerde crisis in de verhoudingen tussen de institutionele politiek en de kiezer zouden kunnen helpen verminderen. Vijftig jaar geleden constateerden de oprichters van D66 die crisis al en ook de initiatiefnemers van Nieuw Links in de PvdA zagen daarin een belangrijke drijfveer voor hun Tien over Rood. Vijftig jaar crisis en Rutte beschouwt vooral het mogelijke verlies aan regeerbaarheid.

En toch had zijn rede iets verfrissends. Eindelijk iemand die niet mee wil doen met elkaar de put in praten. Nu zijn VVD'ers ook niet zo somber. Frits Bolkestein stelde ooit dat bijvoorbeeld niet-opkomen bij een verkiezing diende te worden gezien als een uiting van tevredenheid en instemming, zo ongeveer zoals Willem de Eerste de Belgische boycot van de stemming over de grondwet van 1815 uitlegde.

Voor anderen ligt dat een stuk problematischer. Voor democraten bijvoorbeeld. D66 pleitte weliswaar niet vanaf het allereerste begin van de partij voor invoering van het referendum, maar het scheelt toch niet veel. Inmiddels is er in de partijgelederen veel enthousiasme voor dat instrument verdwenen.

Achter het geloof van D66 in politieke vernieuwing zit een uiterst optimistisch mensbeeld. Steeds beter opgeleide kiezers leiden tot de logische eis van meer invloed. Ook rechtstreekse invloed, al stelde Thom de Graaf, dé man in D66 die vernieuwingen in het politieke stelsel in D66 levend houdt, onlangs in een ingezonden stuk in NRC Handelsblad dat rechtstreekse invloed de vertegenwoordigende democratie nooit of te nimmer vervangen kan.

Maar ook De Graaf krabt zich inmiddels achter de oren. Populistisch rechts heeft de rechtstreekse invloed van kiezers gekaapt van het weldenkende deel der natie. Het waanidee dat er zoiets zou bestaan als een één en ongedeeld volk en dat er dus ook een kenbare volkswil is, moet de modale D66'er een gruwel zijn. Het referendum is immers in de populistische wijze van zien niet het sluitstuk van een rationele discussie tussen vrijdenkende burgers, maar een formalisering van de volkswil.

Vijftig jaar bestaat D66 en inmiddels is in die kringen de grote vraag of ze door moeten gaan met het ijveren voor vernieuwingen in het politieke stelsel. En dat terwijl de ideeën door anderen worden overgenomen. Zelfs het CDA stelt nu in het verkiezingsprogramma vernieuwingen voor: een kiesdrempel en een tweede, regionale stem voor de kiezer. Zul je altijd zien: anderen nemen je ideeën langzaam maar zeker over, terwijl jij net begint te twijfelen aan de validiteit van de uitgangspunten van je jarenlange ijveren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden