'De ideale mix van Booker T en Motörhead'

AMSTERDAM - Achteraf is het toch nog goed gekomen met de trage gang van The Propellerheads. Hun eerste cd 'Decksanddrumsandrockandroll' zou afgelopen zomer al hebben moeten verschijnen, maar liet door het getreuzel van de muzikanten zo lang op zich wachten dat met name veel popjournalisten dachten dat zij de boot van de 'big beat' definitief hadden gemist.

Maar het liep anders. Mede dankzij de verrassende steun van de koningin van de lichte muziek Shirley Bassey, zestig jaar inmiddels, veroverden de twee Propellerheads, Alex Gifford en Will White, eind vorig jaar Engeland met het nummer 'History repeating', een zeer originele mix tussen het gedreun van de dance en de typische soul-sfeer van de late jaren zestig. En hoewel een deel van de pers het niet laten kon hun cd af te doen als een slap aftreksel van wat er vorig zomer al te beleven viel, kregen de pessimisten ongelijk: het succes van het duo lijkt dat van The Chemical Brothers en The Prodigy te evenaren. En wie woensdagavond in de Melkweg White achter zijn drumstel en Gifford achter zijn draaitafels en zijn hammond-orgeltje in de weer zag, begreep ook meteen waarom. Hoewel niet zacht, was het Propellergeluid duidelijk minder radicaal en toegankelijker dan dat van hun collega's. Het was ook goed te zien. Alles wat er aan dance-volk te bedenken valt, was aanwezig in de afgeladen grote zaal. En hiphop, rave of pop: iedereen danste.

Net als de cd komt White (24) de middag na het optreden te laat. En alleen. Noodgedwongen heeft hij zijn maatje Alex in het hotel achtergelaten. Ziek. Het eerste wat hij verzoekt is of hij de bank mag nemen. Want ook is al hij nog wel op de been, vermoeiend en warm was het zeker. Over de vertraging van de plaat zegt hij: “Wij hadden het zo druk vorig jaar, we hadden maar liefst 180 optredens.

Helemaal onzichtbaar waren we dus ook weer niet. Maar goed, we traden op en waren volop aan het experimenteren. En dat is, denk ik ook, typerend voor dit genre. Niemand weet precies wat hij doet, de ruimte, het aanbod dat je hebt om uit te putten is zo groot, dat je steeds wat anders en altijd weer wat nieuws kunt ontdekken en gebruiken. Zo ging het ook met onze plaat. Tot het laatste moment hebben we dingetjes veranderd en aangepast.” “Alex en ik kennen elkaar uit Bath waar we allebei zijn opgegroeid. De eerste club waar we vier jaar geleden speelden was The Hub-club. Ons thuishonk. De programmeur trok al heel vroeg Amerikaanse dj's en live-bands aan. En niet alleen underground of house maar ook funk-namen als Grover Washington Jr. In dat klimaat vonden wij dus onze liefde voor Amerikaanse invloeden zoals de funk, maar ook soul en zelfs jazz en Herbie Hancock.” Warm: “Mijn vader speelde drums in een jazzband en dan zat ik bij hem op schoot en mocht ik meetikken. . .” Live vielen vooral de soulklanken van de sixties op. Soms was het zelfs net of je Booker T and the MG's weer hoorde spelen. Bestaat die verwantschap ook echt? White, verrast: “Yeah! Absolutely! Iemand noemde ons laatst eens de ideale mix van Booker T en Motörhead!” Dan quasi-serieus: “Waar we hiermee van doen hebben is het verschijnsel dat Alex een kind is van de jaren '60 en ik een van de jaren '70.

Ons scheiden tien volle jaren en hebben dus heel andere invloeden ondergaan. We zitten op hetzelfde spoor maar om daar te komen, hebben we zeer verschillende routes afgelegd. Alex, die nog met The Stranglers heeft gespeeld, heeft een typische 'live'-achtergrond. Ik daarentegen ben opgegroeid met elektronica, met hiphop en techno. En die combinatie is uniek.” “Anders dan The Prodigy, die een hele show hebben opgebouwd, of The Chemical Brothers, die vooral naar perfectie lijken te streven, houden wij erg van improviseren. Wij hebben minder pretenties. Voor ons blijft het toch een spel om die naald goed op de plaat te laten vallen. Die live-mix, daar gaat het om. Als de naald verkeerd stuitert, kan ik wel ophouden achter mijn drumstel. Dat samenspel, plus het idee dat wij het publiek dat na een week hard werken en een boel sores van elke dag willen vermaken. Meer hoeven we niet.” En de samenwerking met Bassey? Was dat dan alleen een pr-grap? White lacht: “Er was zo'n hype rond die Big Beat. Nooit was er zoiets gemaakt! Toen dachten wij, als we Shirley, die zo tijdloos is, eens 'Repeat History' konden laten zingen, dan relativeren we de boel een beetje.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden