Beeld Trouw

Klein VerslagWim Boevink

De ideale lezer durft te verdwalen, misschien ben ik zo iemand

Ach, kom, even wat Brakman. Uit ‘Het zwart uit de mond van Madame Bovary’ (1979), een titel die ik vaak ritmisch voor mij uit lispel als in een versmaat van Homerus.

De in 2008 overleden Willem Brakman, van wie onlangs een prachtige bio­grafie verscheen van de hand van ­Nico Keuning. Daaruit opgepikt deze waarneming van de biograaf over Brakmans wereld:

“Een volstrekt autonome wereld die geheel losstaat van de actualiteit van de jaren zestig (...) Op radio en televisie vangt hij er weleens iets van op. Hij kijkt ernaar maar het raakt hem niet. Wim leest geen krant. (...) Evenmin is er plaats voor moderne beeldende kunst, of voor eigentijdse Nederlandse schrijvers. Hij en zijn werk staan op zichzelf, vormen een geïsoleerde wereld, die is opgebouwd uit flarden persoonlijke werkelijkheid. Zo creëert hij in een mix van verbeelding en autobiografische gegevens een eigen universum. Wars van de tijdgeest. Dat zal tot zijn laatste roman zo blijven.”

Buiten het wereldgebeuren

Een eigen verbeeldingswereld, wars van de tijdgeest – ik moest denken aan de buiten het wereldgebeuren levende Australische auteur Gerald Murnane, van wie nu voor het eerst een roman in het Nederlands is vertaald en die ik hier nu niet zal aanprijzen, omdat ik er al een voorwoord in mocht schrijven.

Er is iets in deze schrijvers wat ik bewonder en misschien is het juist deze onaangepaste wereldvreemdheid in hun werk – zonder consideratie voor de lezer.

Zo ontbreekt in hun romans niet zelden zoiets als een heldere, lineaire compositie. De ideale lezer, zo schrijft Keuning heel mooi, is iemand die durft te verdwalen. “Iemand die gevoelig is voor stijl, iemand die houdt van taalcapriolen en gedachtesprongen.”

Misschien ben ik zo iemand.

Lees Brakman

Hoe het ook zij, ik herlas enige passages uit ‘Het zwart uit de mond’ en genoot weer enorm van Brakmans stijl en beschrijvingen, die ik hier graag even rondstrooi ter vermaak en ook om u te stimuleren vooral nog eens wat van zijn enorme en eigenzinnige oeuvre te lezen. Daar gaan we.

“Vergeten ben ik nog te zeggen dat het aan het begin van de middag was, zomer, zeer warm. tikje wind, voldoende voor wat draaiende kranteflarden.

“Ik ging de supermarkt binnen. In het licht van roze ondergoed dreven hele families om mij heen, met kinderen. Rekken vol echtgenotes en verloofden, rijen roodgenagelde grijphanden, en tussen de tot stenen bevroren kippen lagen beringde vingers en polshorloges. De onvermijdelijke koters schoten van hot naar her. Een wolk lauwe adem dreef in het neonlicht, de warmte drukte op de schedel, een enkele maal liep men door mij heen.

“Mijn huwelijk was als een eindeloos handenwringen, dat wil zeggen van mijn kant. Aan haar kant gebeurde er absoluut niets, zij was de stilstand, de bodemloze onverschilligheid en de verveling zelf. (...) Je bent een slecht boek, zei ze, en ik heb het uit.”

Maar toen was er die nieuwe liefde.

“ ’s Avonds in bed nam ik mij voor in somber gepeins te verzinken en zo in een sombere slaap te vallen, maar zij was wit en blank als sneeuw in een donker bos, compleet met het mysterie van de knik der knie en de boog der ruggegraat, en mijn hart ging pizzicato.”

En dit pagina na pagina in de tiende van zijn 51 romans.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden