De ideale leeftijd

Wie zelfmoordterroristen wil kweken moet vroeg beginnen, aldus Qanta Ahmed. De Brits-Pakistaanse moslima en arts beluistert aanstekelijke kleuterdeuntjes en kijkt naar Hamas-tv. „Kinderen in de leeftijd van vijf tot zeven jaar staan daar het meest open voor.”

Afgelopen voorjaar kreeg ik een brief van een Saoedische vader. Zijn dochter van twaalf was uit school gekomen en had achteloos laten vallen dat haar onderwijzer zelfmoordaanslagen goedkeurde. En dat de islam erachter stond. Het ging daarbij over Palestijnen. De vader schreef: „Ik dacht altijd dat je, om een goede ouder te zijn, je kind goed onderwijs moest laten genieten. Nu besef ik dat ik mijn kind er juist tegen moet beschermen!”

Hij stuurde een link mee naar een liedje op internet, van een meisje in bruidsjurk met een engelachtige stem, in duet met een man met een sexy bariton, een Libanese Ricky Martin met licht overgewicht. Ze werden geflankeerd door een heel stel zingende kinderen die executies door Israëliëers naspeelden. Ik luisterde naar het catchy melodietje. En hoorde de tekst, over de wens om de bruid te worden van de Palestijnse grond, uitkijkend naar het fatale martelaarschap, ik zag wapens en een ophanging. Het meisje sprak elk woord van deze ontroerende lofzang op de marteldood perfect uit.

Ik stuurde de link door naar een oud-collega in Riad; we werkten ooit samen als artsen, nu zit ze thuis met drie dochters. Ze herkende het wijsje meteen: haar dochtertje van vijf zong het deuntje de hele dag. „Ze moet het op school hebben opgepikt”, schreef ze me. „Weet je, Qanta, bij kinderen van vijf kun je beter niet ingrijpen, ze vergeten alles toch weer snel en ze snappen er sowieso niets van. Ik geloof niet dat een kind kan worden gehersenspoeld als de ouders ertegen zijn. Want het zijn de ouders die kinderen overtuigingen bijbrengen.”

Vreemd genoeg was mijn oud-collega niet geschokt door de strekking van het liedje. Ze zag niet dat de song precies was toegesneden op kinderen in de leeftijd van de hare.

Ontwikkelingspsychologen weten dat kinderen helemaal niet snel vergeten. Er is zelfs geen beslissender periode om je te verbinden met onzichtbare personages als God dan de kinderleeftijd van vijf tot zeven jaar. Het verbaast me niet dat regimes die martelaren gastvrijheid bieden zich juist op deze leeftijdscategorie richten. Neem Gaza. Daar is Hamas-tv te zien, met programma’s die op het eerste gezicht lijken op Sesamstraat. Kinderen krijgen daarin voorgeschoteld dat shahadat, de islamitische geloofsbelijdenis, goed is. De programmamakers benadrukken dat het beter is om je te verbinden aan Allah dan aan iets anders, en dat de gekozen dood nodig kan zijn om aan dat verlangen uitdrukking te geven.

Gaza – en andere streken met grote problemen – wordt uiteengereten door conflicten, de mensen worden in beslag genomen door verdriet, velen zijn verdreven. In die wanorde zendt Hamas-tv uit. Daar gaat de stelling dat televisie ’de tweede ouder’ is, niet op; hier is het de enige ouder. Die als dominant massamedium de islam van wapens voorziet.

Hamas-tv bombardeert jeugdige kijkertjes met verhalen over de Israëlische vijand, over onmenselijke Joden (opgegeten door grote pluchen konijnen), over het verlies van Palestijnse levens en wraak in de vorm van sterven als martelaar, over de zegeningen van het hiernamaals en vooral de beloning die niet alleen volwassen plegers van zelfmoordaanslagen daar wacht, maar ook de kinderen die het lef hebben dat voorbeeld na te volgen.

De radicale islam is erin geslaagd een nieuw theologisch concept te maken voor aanslagen; die passen nu in het spirituele streven van de moslim. Islamisten beginnen hun werk – jong geleerd, oud gedaan – bij kinderen in de vroegste ontwikkelingsstadia. Ze ondervinden daarbij weinig weerstand van ouders die denken dat het allemaal geen kwaad kan. Steun krijgen ze van ouders die menen dat ze zelf een beetje ’goddelijke goedkeuring’ meepikken van de jihad, ook al zijn de acties van zelfmoordterroristen zo laf als maar kan.

We kunnen onszelf sussen met het idee dat een zelfmoordterrorist eigenlijk een psychiatrisch geval is, psychotisch of gehersenspoeld. Daar houden we aan vast, ook al ontbreekt de wetenschappelijke onderbouwing ervoor, want het voelt lekker rustig. Zo ontlopen we de angstaanjagende idee dat zo’n zelfmoord weliswaar fout is, maar ook rationeel. En hoeven we er geen moreel oordeel aan te verbinden. De daad is natuurlijk verkeerd, maar de dader wordt niet veroordeeld – die was ziek. Zo wordt deze zelfmoord amoreel, niet immoreel.

De aanslag die dood en verderf zaait, is juist het resultaat van overwogen en uitgekiende keuzes. Dat zie je bij zelfmoordterroristen, die nog even een rekening betalen, die erg aardig zijn voor hun familie, die een video opnemen, zich netjes aankleden, hun vervoer voorbereiden, hun doel bepalen zonder opgepakt te worden – en ten slotte hun bom laten exploderen. Dat vergt een hele serie rustige, weloverwogen en rationele handelingen; een zelfmoordaanslag is een keus om te sterven tussen anderen. En dus is het immoreel, gericht tegen de menselijkheid, los van welke overtuiging ook.

De doelwitten van aanslagen – mensen in New York, Londen, New Delhi, Bali, Madrid, Israël, Irak en zeker in Pakistan – ervaren de aanslag als weerzinwekkend en moreel verwerpelijk, erger dan welke andere immorele gebeurtenis ook. In de maatschappijen waaruit de daders voortkomen – Palestina, Pakistan, Irak, Afghanistan, Sri Lanka, Libanon – hebben de daders een ander imago: dat van lichtend voorbeeld. Ze worden meteen na hun dood heilig verklaard, hun begrafenis wordt een processie, straten, scholen, voetbalteams en laboratoria worden naar hen vernoemd; de gemeenschap werkt in zijn geheel als een terreurgedenkplaats. Zulk zichtbaar en onbewust eerbetoon maakt dat het morele fundament van een gemeenschap rust op de onthoofde schouders van martelaar-moordenaars.

In de islam heeft de ideologische zelfmoordenaar niet alleen een ’altruïstisch’ doel door vijanden te doden, hij heeft ook publiek om zijn bloedvergieten aan te slijten. Dat publiek is de ware reden om het martelaarschap te kiezen.

Om de martelaar heen staan niet alleen de mensen die hem voluit steunen, maar ook de zwijgende, afkerige meerderheid. Ze blijven neutraal op veilige afstand. Het is precies deze groep mensen die de martelaar wil mobiliseren. Bekeren, dat is het echte doel. Met beeldende verslagen, video-opnames, cassettebandjes en internetfilmpjes spreekt de martelaar de lauwe gelovigen aan, hij wekt hun schuldgevoel over hun slappe houding die niks waard is, die de zuiverheid en het heldendom van de martelaar mist. Daarom worden de woorden en daden van de martelaren steeds weer in herinnering geroepen, als in een mechanisch ritueel. Dat heeft een grote doorwerking op de bevolking die erdoor gemanipuleerd wordt. Islamitische terroristen weten dat heel goed en zijn meesters in het toepassen van die kennis.

Voor de moderne terrorist is één korantekst de geliefdste mantra. „Denk niet dat zij die op Allahs wijze zijn gedood, dood zijn; nee, ze leven bij de Heer die goed voor hen zorgt. Ze verheugen zich in wat de Heer hun in zijn gulheid heeft geschonken, en ze verheugen zich in hen die zijn achtergebleven, in de wetenschap dat ze niets te vrezen of te rouwen hebben.”

Het was ayatollah Khomeini die de geesten van de moderne islam rijp heeft gemaakt voor het martelaarschap. Hij verlegde de belangstelling naar het hart van het sjiitisme, naar het martelaarschap van Al-Hoessein, volgens Khomeini geen tragisch slachtoffer, maar een man die de martelaarsdood zelf wilde. Dat leverde een nieuwe, agressieve kijk op de islam op. Met veel aandacht voor bloed. „Martelarenbloed gaat nooit verloren, het loopt niet de grond in, maar elke druppel wordt duizenden druppels, nee, hectoliters bloed dat het lichaam van de maatschappij invloeit. Vooral de maatschappij met religieuze bloedarmoede.”

De kleur rood speelt daarom een centrale rol; zo wordt in Gaza menige zelfmoordlocatie ververst met lamsbloed, om de herinnering levend te houden. Dat doen moderne dichters ook. De onlangs overleden Saoedische minister Ghazi Al-Qusaybi schreef in 2002 (toen hij nog ambassadeur in Groot-Brittannië was) het gedicht Li-l-shuhada – ’Voor de martelaren’:

Allah heeft gezien dat jullie martelaren zijn; ook de profeten en (Allahs) vrienden zagen het.

Jullie zijn gevallen om het woord van de Heer te eren.

Hebben jullie zelfmoord gepleegd?? (Nee,) wij zijn het die bij leven zelfmoord hebben gepleegd, terwijl de doden leven.

O volk, we hebben de schoenen van (toenmalig premier) Sharon gelikt tot de schoen schreeuwde: Kijk uit, jullie laten me huilen!

We hebben onze toevlucht gezocht bij de onwettige heersers in het Witte Huis dat van duisternis is vervuld,

Het paradijs opent blij zijn poorten, Fatima de glorievolle (Mohammeds dochter) verwelkomt jullie!

Vertel hun die fatwas tegen zelfmoordaanslagen hebben opgetuigd: ze hebben tumult veroorzaakt in de hemel.

Wanneer de jihad roept, zwijgen de geleerde man, zijn pen, de boeken en de jurisprudentie.

Wanneer de jihad roept, dan vraag je niet naar fatwas: de dag van de jihad is bloederig.

Ambassadeur Qusaybi prees Ayyat Al Akhras, een meisje van achttien dat zichzelf in een supermarkt in Jeruzalem had opgeblazen; in haar videoboodschap zei ze: „Ik ga vechten in plaats van de slapende Arabische legers.”

De rol van de westerse media is een tegenstrijdige. Er ligt de taak om het kwaad te melden en te duiden, maar media hebben zo, bedoeld of onbedoeld, de reikwijdte van de zelfmoordterrorist ongekend vergroot. Het publiek dat de dader zo nodig heeft, bereikt hij moeiteloos, en beter dan ooit. Islamitische media hebben een nog groter probleem. In een cultuur waarin gehoorzaamheid zo belangrijk is, staat kritiek op overtuigingen die stoelen op de islam ongeveer gelijk aan godslastering. Tv-stations sturen graag in de Oemma (moslimgemeenschap) algemeen aanvaarde ideeën en inzichten de wereld in. De zenders beconcurreren elkaar in hun afkeer van het Westen en worden zo makkelijk het voertuig voor de verspreiding van extreme ideologieën.

Bij het nadenken over dit fenomeen stuitte ik op een onoverkomelijk probleem, gezien vanuit het perspectief van de islamitische martelaar: ik sta vierkant achter degenen die dit aan de kaak stellen. Het geeft mij een heel ongemakkelijk gevoel. Want ik stel mezelf daarmee buiten de moderne, wereldwijde Oemma. En dat ligt binnen de islam heel gevoelig, het maakt mijn positie moeilijk en zelfs riskant. Dat maakt me rusteloos en bezorgd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden