De humor van Bosch en Bruegel

Tal van topstukken heeft museum Boijmans Van Beuningen te leen gekregen voor de expositie 'De ontdekking van het dagelijks leven - van Bosch tot Bruegel'. Hoogtepunt: 'De hooiwagen' van Jheronimus Bosch.

Een wilde triomf. Alsof Sinterklaas al uit Spanje was gekomen." Zo omschrijft Peter van der Coelen, conservator van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, het moment dat 'De hooiwagen' van Jheronimus Bosch het museum werd binnen gereden.

Eeuwenlang hing dit drieluik uit 1515 in het Prado Museum in Madrid. Nooit eerder werd dit topstuk, dat in 1560 werd gekocht door de Spaanse koning Filips II, uitgeleend. Van der Coelen en zijn collega Friso Lammertse kregen het voor elkaar dat het Hooiwagen-triptiek na 450 jaar terug is in Nederland.

Je kijkt er meteen tegenaan als je de grote zaal van Boijmans binnenloopt. Het drieluik vormt het hart van de tentoonstelling 'De ontdekking van het dagelijks leven - van Bosch tot Bruegel'.

Hoe hebben jullie dit gefikst?

Van der Coelen: "Boijmans is vergeleken bij het Prado en andere internationele topmusea maar een klein museum met een bescheiden staf. Maar we hebben een brede collectie van hoog niveau. De meeste musea hebben geen werken van Jheronimus Bosch en Pieter Bruegel de Oude. Wij hebben ze allebei: vier schilderijen van Bosch en een paneel van Bruegel. Omdat we iets te ruilen hebben, kunnen we af en toe toch meedoen met de grote jongens."

Niet alleen 'De hooiwagen' haalde Boijmans binnen. Op de tentoonstelling, met veertig zestiende-eeuwse schilderijen en veertig prenten, hangen meer topstukken die nooit worden uitgeleend, zoals het paneel 'De boer en de vogelnestrover' van Pieter Bruegel de Oude uit 1568 uit het Kunsthistorisches Museum in Wenen. Een boer loopt de kijker lachend tegemoet, wijzend op een nestrover die uit de boom dreigt te vallen. Door zijn leedvermaak ziet hij niet - maar de kijker wel - dat hijzelf op het punt staat in een sloot te stappen.

Elke keer moet Van der Coelen er weer om glimlachen. "Maar kijk vooral ook naar het landschap op de achtergrond. Dat is zo virtuoos geschilderd."

Wat was jullie ruilmiddel?

"Een Bruegel lenen is haast niet mogelijk. Wenen heeft de meeste, maar de grote panelen laten ze niet reizen, omdat die te kwetsbaar zijn. We konden wel dit paneel krijgen, dat is een middenformaat van bijna 60 bij 70 cm. In ruil daarvoor laten wij óns topstuk van Bruegel, 'De Toren van Babel' in 2018 naar Wenen reizen voor een groot Bruegel-overzicht."

Tijdrovend, deze tentoonstelling?

"De afgelopen anderhalf jaar hebben Friso en ik er bijna continu aan gewerkt. Er zat veel onderzoek aan vast, want er was nog nooit over geschreven. Daar zijn nog jaren van onderhandelingen over de bruiklenen aan voorafgegaan. Het eerste idee voor deze tentoonstelling was er al in 2008, toen we een tentoonstelling hadden over Erasmus. In zijn 'Lof der Zotheid', die in 1511 werd gepubliceerd, zitten spot en satire, bijvoorbeeld over ongelijke liefde, een huwelijk tussen een oude man en jonge vrouw. Wij zagen parallellen tussen het gedachtengoed van Erasmus en de beeldtaal van die tijd. Rond 1500 gingen schilders als Jheronimus Bosch, Pieter Bruegel, Lucas van Leyden en Pieter Aertsen voor het eerst het alledaagse leven als onderwerp nemen. Die schilderijen zitten net als bij Erasmus vol spot en ironie. Je ziet geen keurige, hardwerkende burgers, maar dronkelappen, kwakzalvers, bedelaars en op seks beluste types. We realiseerden ons dat er nog nooit een tentoonstelling was gewijd aan deze pioniers van de genrekunst, die een ware revolutie ontketenden in de kunst."

Schilders ontdekten het alledaagse leven. Wat schilderden ze daarvoor dan?

"Eeuwenlang hadden ze vooral religieuze voorstellingen en portretten van vooraanstaande lieden afgebeeld, in prenten en op panelen. Albrecht Dürer schreef in 1513 in een inleiding voor de beginnende kunstenaar: 'De schilderkunst wordt gebruikt in dienst van de kerk om het lijden van Christus en vele andere goede evenbeelden te tonen.' Je kunt dus wel spreken van een revolutie, als schilders ineens alledaagse figuren en taferelen gaan afbeelden."

Zo bijzonder is dat toch niet?

"Wij kunnen ons dat nu misschien moeilijk voorstellen, omdat we de hele dag foto's maken van alles wat we zien en ook van onszelf. Vijfhonderd jaar geleden was het zeer ongewoon om gewone dingen af te beelden in plaats van religieuze verhalen of portretten."

Hoe is die omslag te verklaren?

"Verschillende factoren. De pioniers leefden op het scheidsvlak tussen de Middeleeuwen en de Reformatie. De positie van de katholieke kerk en de wereldlijke machthebbers was niet vanzelfsprekend meer. De opdrachten van de kerk werden minder. Tegelijk kwam er rond 1500 een nieuwe markt op, van rijke burgers en kooplieden, met als gevolg dat kunstenaars op zoek gingen naar andere onderwerpen. Er kwam vraag naar landschappen, stillevens en ook het leven van alledag. In de eetkamers van de elite in Antwerpen, destijds de metropool van West-Europa, werden schilderijen van boerenbruiloften populair."

De tentoonstelling laat zien dat de eerste alledaagse taferelen al vanaf het midden van de vijftiende eeuw voorkomen in de Nederlandse en Duitse prentkunst. De gravures, vaak van onbekende kunstenaars, gaan vooral over de liefde, van de ware liefde tot niets verhullende scènes van vrijende paartjes, een jongeling met twee naakte vrouwen, een monnik die zijn handen niet van een spinster af kan houden. De oudste gravure van een grote liefdestuin dateert van 1440. Vanaf 1500 worden ook in de schilderkunst steeds vaker boeren, huursoldaten, keukenmeiden, bedelaars en prostituees afgebeeld.

Waarom zien we zoveel feestende, drinkende, op seks beluste en onder de plak zittende karakters?

"Door eigenschappen af te beelden die de keurige burger geacht wordt niet te hebben, houden deze schilderijen een spiegel voor. Ook zorgen ze voor herkenning: er was veel drankzucht. Als er al rijke stedelingen worden afgebeeld, worden het karikaturale figuren of dragen ze ouderwetse kleren. Zo ontstaat er afstand van de dagelijkse werkelijkheid en kon men lachen om die geldzuchtige of dronken types."

Dat kunnen we ook nu nog.

Met een brede lach: "Er zit zo ongelooflijk veel humor in deze tentoonstelling."

'Onze Oopjen'

Bosch en Bruegel zijn de onbetwiste toppers op deze expositie. Van Bruegel zijn er vijf werken, waaronder een schitterend winterlandschap met schaatsers. Er zijn nog veel meer juweeltjes. Om er een paar te noemen:

- 'Het melkmeisje' van Lucas van Leyden

- 'De geslachte os' van Marten van Cleve

- 'De huilende bruid' van Jan Sanders van Hemessen

- 'De oude vrekken' uit het atelier van Quinten Massijs

- 'Feestende boeren' van Pieter Aertsen.

En dan is er nog dat imponerende schilderij van een keukenmeid. Pieter Aertsen portretteerde haar in 1559 ten voeten uit, met een voornaamheid en formaat (170 x 85 cm) die tot dan toe waren voorbehouden aan de adel. Een revolutionair portret, zeker als je bedenkt dat Rembrandt pas 75 jaar later het welgestelde en inmiddels veelbesproken bruidspaar Oopjen Coppit en Maerten Soolmans ten voeten uit schilderde. 'Onze Oopjen' wordt deze keukenmeid liefkozend genoemd in Boijmans.

Met je neus in het hooi

Het eerste idee in Boijmans was om de zaal voor deze tentoonstelling om te bouwen tot een middeleeuwse straat met huisjes. Je loopt erdoorheen en krijgt aan de hand van schilderijen en prenten een beeld van het leven in die tijd. Dat ging niet door, zo'n middeleeuwse façade zou te Anton Pieck-achtig worden. Het idee van de straat is wel gehandhaafd. De verleiding is groot om meteen door te lopen tot halverwege de 'straat'. Daar staat de mooiste parel van deze tentoonstelling: het drieluik 'De hooiwagen' van Jheronimus Bosch. Het staat in een glazen vitrine, waar je omheen kunt lopen. Daardoor zijn aan de achterkant ook de twee fragmenten zichtbaar die ooit de buitenzijde vormden van het triptiek. Door de beschermingswand kun je met je neus op de verfhuid zitten, je ruikt en voelt haast het hooi.

Bosch brengt in dit drieluik in beeld hoe mensen doorlopend de verkeerde keuzes maken. Dat begint al in het paradijs (het linkerpaneel) waar Adam en Eva van de verboden vruchten eten. Het middenpaneel verbeeldt de hebzucht: iedereen wil een pluk van het hooi, zelfs de monnik vecht mee. Rechts maakt Bosch duidelijk waar de dwaasheid en hebzucht toe leiden: de hel.

Na de expositie in Boijmans verhuist 'De hooiwagen' naar het Noordbrabants Museum in Den Bosch. Daar is het werk van 13 februari t/m 8 mei te zien op de grootste Bosch-tentoonstelling ooit in Nederland. Volgend jaar is het 500ste sterfjaar van deze kunstenaar.

De ontdekking van het dagelijks leven - van Bosch tot Bruegel t/m 17 januari in museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.

Het gelijknamige boek kost euro 34,95.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden