De hulpverlener moet op z'n handen zitten

Verslingerd aan de drank, diep in de schulden of ouders met losse handjes. Traditiegetrouw schieten hulpverleners dan te hulp. Niet doen, zegt Rob van Pagée, scheidend directeur van de Eigen Kracht Centrale. Mensen kunnen hun problemen heel goed zelf aanpakken.

Vuil, vereenzaamd en verslaafd. Zo troffen maatschappelijk werkers Bram Bauman (67) twee jaar geleden aan in zijn Harense rijtjeswoning. De gordijnen zaten dicht, de grond lag bezaaid met lege jeneverflessen en buren klaagden over stankoverlast. Bauman had zich, nadat hij 56 jaar oud met de vut ging, afgesloten van de wereld. Hij was nauwelijks voor rede vatbaar en zag er naar eigen zeggen uit als een zwerver.

Na een verblijf in de afkickkliniek was het de vraag hoe het verder moest met hem. Zijn maatschappelijk werker besloot aan te kloppen bij de Eigen Kracht Centrale, een stichting die familie en vrienden van mensen in nood bij elkaar trommelt om een plan van aanpak te bedenken voordat professionele hulpverleners zich ermee bemoeien.

Een gouden greep, al viel het niet mee om voor Bauman zo'n conferentie van vertrouwelingen te organiseren. Zijn kring was door zijn isolement klein geworden. Hij was gescheiden, had geen contact meer met zijn kinderen, zijn buren zagen hem vooral als lastpak en zijn sociale contacten waren verwaterd.

Na lang zoeken lukte het toch: drie oud-collega's van de PTT wilden met hem om tafel. In aanwezigheid van een onafhankelijk coördinator van de Eigen Kracht Centrale - een betrokken burger zonder achtergrond als hulpverlener - bespraken ze met Bauman hoe het zo ver was gekomen en hoe hij nu op het rechte pad kon blijven. Ze hielpen hem om zijn hobby's fotografie, computeren en klassieke muziek weer op te pakken en namen hem op sleeptouw naar musea. Bauman kwam weer onder de mensen, herstelde de band met zijn buren en zijn dochter en is inmiddels twee jaar van de drank af. Bram is weer de oude, concluderen zijn drie vrienden en oud-collega's tevreden.

Bauman: "De steun van mijn collega's gaf me een enorme kick. Ik dacht dat niemand meer om me gaf, maar dat was niet zo. De Eigen Kracht Centrale heeft me op het nippertje gered. Zonder die conferentie had ik nu een houten pyjama aangehad. Gegarandeerd."

Succesfactor was volgens hem dat hij de regie in eigen hand kon houden en niet was overgeleverd aan de voorgekookte plannen van traditionele hulpverleners. Zelf wist hij best waarom hij in de put zat en wat hij moest veranderen. Daar maakte hij liever zelf keuzes over met hulp van zijn vrienden en een coördinator als stok achter de deur.

Voor ruim 6000 mensen zoals Bauman zijn de afgelopen tien jaar conferenties met vrienden en familie georganiseerd. Bij tachtig procent van de gevallen ging het om problemen in gezinnen met minderjarige kinderen, maar het aantal conferenties waarbij de hoofdpersoon enkel een volwassene is, groeide in die tien jaar gestaag. Vereenzaming, schulden; over alles valt te praten.

Het idee om eerst in eigen kring een oplossing te zoeken voordat professionele hulpverleners zich ermee gaan bemoeien, is afgekeken van de Maori's in Nieuw-Zeeland. Bij problemen zoeken zij met familieleden naar een oplossing. Dat inzicht is daar sinds 1989 wettelijk vastgelegd voor de jeugdzorg: komt een kind in de problemen, dan heeft de familie het recht om eerst zelf een plan op te stellen. Dat heeft succes: het aantal kinderen dat uit huis werd geplaatst, daalde met zestig procent.

Zover is het in Nederland nog niet maar zover zou het wel moeten komen, vindt Rob van Pagée, oprichter en directeur van de Eigen Kracht Centrale. En liefst nog verder, want niet alleen gezinsproblemen zijn geschikt om met familieleden op te lossen. Dat laat Bauman wel zien. "Seksueel misbruik, huiselijk geweld, pesten, schuldsanering, dwangopnames, buurtconflicten. Elk probleem kun je mensen zelf laten aanpakken, als je maar een kring met mensen hebt die wil helpen."

Van Pagée, die morgen op een congres in Amsterdam afscheid neemt als directeur, was zelf van jongs af aan werkzaam in de jeugdzorg. Hij vindt dat hulpverleners de zelfredzaamheid van burgers in de loop der jaren hebben gekaapt. Voor elk probleem kun je tegenwoordig bij een instantie aankloppen. Geen werk? Naar het UWV. Aan de drank? Hup, ga maar naar verslavingszorg.

"De zorg is een aanbodsgerichte industrie geworden met eigen belangen. Ga je naar de huisarts, dan houdt hij je mogelijkheid A, B en C voor. Dat is lekker makkelijk en je hebt ook nog het idee dat je wat te kiezen hebt. Maar het maakt passief. Hulpverleners doen geen appèl meer op de zelfredzaamheid en autonomie van mensen. Een arts zou eigenlijk moeten vragen: dit is uw probleem en wat gaat u er aan doen?"

Die servicegerichte zorg is de laatste jaren flink ingebakken, constateert Van Pagée. "Ik was laatst bij de Dienst Werk en Inkomen in Amsterdam om te vertellen over onze conferenties. Een medewerker moest niets van die zelfredzaamheid weten, zei hij. Hij had liever dat zijn cliënten hun vuilniszakken met bonnetjes en niet betaalde schulden meenamen zodat hij dat allemaal kon gaan uitzoeken en regelen. Dan bied je je burgers een fantastische service waar ze heel dankbaar om zullen zijn, maar je maakt de samenleving ook heel duur. Zorg je er dan ook voor dat er 's avonds eten bij ze op tafel staat? Dat is de taak van de overheid helemaal niet. De overheid moet het laatste vangnet vormen."

Eenzelfde ontfermende reflex ziet hij bij zorgopleidingen. "Daar leiden ze mensenredders op in plaats van mensenactiveerders. Een voorbeeld. Ik sprak een meisje dat leerde voor maatschappelijk werkster. Ze wist al precies wat ze wilde: drie drugsverslaafden helpen en verzorgen. Het is een valkuil als je met zulke ideeën aan de opleiding begint. Ze moet juist leren op haar handen te blijven zitten en mensen het zelf te laten uitzoeken. Je moet jezelf overbodig maken als hulpverlener. Het mooiste is als je de deur kunt sluiten van je eigen organisatie."

Hij weet het: met zijn appèl op de autonomie van mensen vaart hij tegen de stroom in. In de zorg zit niet iedereen te wachten op zulke actieve mensen. Dat maakt hen overbodig. "Niemand geeft zomaar de macht uit handen. Bestuurders zijn geneigd te zeggen dat een conferentie is mislukt als mensen terugkeren bij hulpverleners. Maar dat is niet zo. Ze zijn juist actief gebleven."

Langzaamaan kantelt die sceptische opvatting, merkt Van Pagée. Het huidige politieke en maatschappelijke klimaat raakt volgens hem meer gericht op mét mensen werken in plaats van vóór mensen. Overheden zien ook steeds vaker in dat ze fiks kunnen bezuinigen als mensen eerst zelf naar de oplossing zoeken. De conferenties mogen dan tussen de 1900 en 4500 euro kosten, per bijeenkomst kun je ook 17.000 euro besparen, zo bleek uit een recent Amsterdams onderzoek naar jeugdzorg. Bij multiprobleemgezinnen zijn die besparingen nog groter: 48.000 euro per familie.

Als een van de weinigen klaagt Van Pagée dan ook niet over de financiële crisis. Die werkt voor zijn stichting juist als een motor. Zijn inmiddels vijfig medewerkers hebben steeds vaker beet als zij gemeenten bellen. "De overheid zou ook wel gek zijn als ze niet eerst aan families vraagt om met hun problemen aan de gang te gaan. Die drukken de kosten." Bovendien zien gemeenten het als handig gereedschap om in huis te hebben nu zij de komende jaren verantwoordelijk worden voor de jeugdzorg.

Bang dat zijn conferenties slechts een korte opleving kennen door de crisis, is Van Pagée niet. Hij voelt zich gesterkt door een recent rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid waarin onderzoekers de doe-democratie toejuichen. "Wie burgers wil betrekken, moet denken vanuit hun perspectief", schreef onderzoeksleider Pieter Winsemius, anders haken mensen af. Zijn advies: geef verantwoordelijkheden terug aan burgers. Dat past precies in het straatje van Van Pagée.

Ook Bauman is niet bang dat de effecten bij hem van tijdelijke aard zullen zijn. "Een terugval? Nooit. Je kunt me 's nachts in de supermarkt zetten in het straatje van de drank, maar de volgende dag is er geen fles open. Het doet me niets. Er zijn zoveel andere leuke dingen in het leven. Twee weken geleden was mijn dochter hier met mijn kleindochtertje. Daar kan ik me enorm op verheugen."

Zijn zwerverslook zegt hij voorgoed achter zich te hebben gelaten. Net als tijdens zijn dagen bij de PTT, toen Bauman keurig gekleed voor de dag kwam, spreken zijn collega's hem weer aan met zijn oude bijnaam: Meneer Bram.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden