De huiskamer van Amsterdam is toe aan een opknapbeurt

Jassen voor vijf euro. Het Waterlooplein is van oudsher een rommelige plek waar mensen met weinig geld terecht kunnen.Beeld Jean-Pierre Jans

Het gaat niet goed met de Amsterdamse Waterloopleinmarkt. Maar plannen van de gemeente om de markt op te knappen, stuiten op weerstand van de marktkooplieden.

Op de hoek van de markt staat een manshoge kerstmanpop die mechanisch beweegt en liedjes laat horen. 'Waterloopleinmarkt altijd feest', staat er op het bord ernaast. Maar vandaag oogt het niet zo feestelijk. Het is een grijze dag, het miezert licht. Veel kooplieden hebben ervoor gekozen hun plek leeg te laten.

Bezoekers zijn er ook niet veel. Ze slenteren langs kaas en klompen en andere toeristentroep. En langs het soort handel waarmee de markt ooit groot is geworden. Tweedehands huisraad, boeken en cd's, kleren die gewoon op de grond op een hoop liggen - zoek maar uit.

De markt bestaat al sinds 1885. Ooit lag die middenin de arme Amsterdamse Jodenbuurt en ook toen hier na de Tweede Wereldoorlog nauwelijks nog Joden woonden, bleef dit een plek waar mensen met weinig geld terecht konden. De markt overleefde meerdere verhuizingen en overal ontstond de rommeligheid die bij zulke handel hoort. Kooplieden met verweerde koppen en doorrookte stemmen. Een jas voor vijf euro, een broek voor twee.

Opknapbeurt

Maar het gaat niet goed met de Waterloopleinmarkt. Al tien jaar wordt er gesproken hoe het beter kan en sinds vorig jaar liggen er twee plannen op tafel. De lange, kille noordoostgevel van het stadhuis waar de markt tegenaan ligt, krijgt grote glazen puien die toegang geven tot een nieuwe hal waar straks 'Amsterdamse producten' verkocht moeten worden. De markt op het plein zelf moet er bovenop geholpen worden met een grote opknapbeurt. Dat laatste plan ligt nu tot 10 januari ter inzage op het stadhuis en daarna wil het stadsbestuur knopen doorhakken. Maar de ondernemers lopen te hoop tegen die opknapbeurt. "Dit is een verslechtering, geen verbetering", zegt bestuurslid Rozemarijn Geus-Tromp van de Marktvereniging Waterlooplein. "Dan liever helemaal geen plan."

Zelf staat Geus-Tromp al acht jaar op de markt, samen met haar man. Ze verkopen 'alles', zegt ze. "Dvd's, vooral arthouse-films. Ook altijd kleding en boeken. We kopen inboedels op of overschotten van tweedehandswinkels." En ze zou niet anders willen. "De hele dag buiten. Dat subcultuurtje hier, al die verschillende types die er langs komen. Het is de huiskamer van Amsterdam."

Maar er moet wel iets gebeuren om dit alles te behouden, zegt ze. Over wat er mis is, lopen de meningen niet eens veel uiteen. Een deel van de markt ligt altijd in de schaduw van die gure gevel van de Stopera en ook op dagen dat het elders bijna windstil is, kan het hier stevig waaien. De ingang van een parkeergarage ligt lelijk in de weg. Het plaveisel is slecht onderhouden, de bomen op het plein zijn op sterven na dood. Maar het belangrijkste: te weinig ondernemers. Gemiddeld is 60 procent van de marktplekken bezet, in de winter nog minder.

De markt op het Waterlooplein in 1965.Beeld anp

Wel verbetering, geen verandering

De aanpak van stadsdeel Centrum komt neer op: meer plein en minder markt. Het Waterlooplein moet een aangename plek worden, ook op de tijden dat er geen markt is. Voorbijgangers moeten er kunnen zitten op fraaie banken, een deel van de lelijke opslagboxen voor marktwaar moet weg en de entrees van de markt moeten mooier en ruimer worden.

Het aantal standplaatsen gaat terug van 280 naar 195. Veel kooplieden denken daarmee slechter af te zijn, weet stadsdeelbestuurder Roeland Rengelink (PvdA). "Maar het waarom verschilt van persoon tot persoon - een vastestandplaatshouder is niet hetzelfde als iemand die elke dag moet loten voor een plek." En ja, marktkooplui zijn een apart slag. "Ze willen verbetering, maar geen verandering."

Minder boxen, minder standplaatsen waar zonlicht komt, minder plek voor bedrijfswagens: de marktvereniging is er boos over. "Tien jaar praten en dan dit!", zegt Geus-Tromp. Wat haar betreft is het simpel: het stadsdeel moet zorgen voor genoeg plek voor de huidige ondernemers én nieuwe ondernemers aantrekken. Stop met het verwaarlozen van het plein, voegt ze eraan toe, maar maak er niet zoiets aangeharkts van als Almere-Centrum. "Straks wordt het alleen maar een mooie doorgang naar die nieuwe markthal in de Stopera", vreest ze. "Maar veel Amsterdammers willen gewoon het oude Waterlooplein terug."

Verhuizingen van de waterloopleinmarkt

"Marktkooplieden willen geen verandering", zegt stadsdeelbestuurder Roeland Rengelink. Als hij gelijk heeft, hebben de ondernemers op de Waterloopleinmarkt het zwaar. Want in de loop der tijd doorstond de markt onder meer een serie verhuizingen.

Door de aanleg van de metro vanaf 1970 verschoof de markt een paar keer over het terrein waar nu de Stopera staat, rondom de bouwputten. En toen in 1977 op die plek de bouw begon van de Stopera moest de markt zelfs uitwijken naar de Rapenburgerstraat, een paar honderd meter verderop.

Dat laatste deden de marktondernemers onder groot protest. Die verhuizing zou de doodsteek voor de markt betekenen, dachten ze destijds. Het tegendeel bleek waar. Jaren later, toen de Stopera klaar was en de markt terug kon naar een plek daar pal naast, wilden de ondernemers dat niet eens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden