De huisbioscoop grossiert in B-films

Méér publieksfilms, een betere verdeling over de week van die films en meer samenwerking tussen de omroepen op de verschillende netten bij de aankoop van films. Dat schrijven de beleidsmakers van de omroep in het afgelopen maandag gepresenteerde meerjarenplan van de NOS. Er is te weinig fictie op de publieke netten en dat is niet goed voor de rol van de televisie als cultuurinstrument, niet goed voor de aantrekkingskracht en het imago van de publieke netten en niet goed voor het op peil houden van de reclame-inkomsten.

De speelfilm als opkrikker van inhoud en aantrekkingskracht van de publieke omroep en het televisiescherm als mogelijke oplossing voor het doekentekort in de bioscoop. Twee vliegen in één klap, zou je zeggen. Toch ligt de zaak problematischer. Ook commerciële omroepen als Veronica, RTL 4 en RTL 5 kondigen meer speelfilms aan. RTL 4 programmeert vanaf morgen een speelfilm op de zondagavond om de dalende kijkcijfers tegen te gaan.

In het gevecht om de publieksfilm hebben de commerciële omroepen een zichtbare voorsprong, of beter: lijkt de publieke omroep met zijn pluriforme bestel en onderling variërende stijl en identiteit bij voorbaat verloren te staan. Het aankopen van A-films bij grote productiemaatschappijen gaat tegenwoordig samen met de aanschaf van een partij mindere goden die ook op het scherm moeten worden vertoond. In speelfilmland kun je met andere woorden geen mooi boek meer inkopen zonder dat ook de stapel ramsj van diezelfde uitgever wordt meegenomen. Soms zitten daar onverwachte pareltjes bij, maar vaker is de oorzaak van het gebrek aan succes er direct aan af te lezen.

Er staan deze week 32 films geprogrammeerd op de Nederlandse zenders: 8 bij de publieke omroepen (waarvan twee tv-films) en 24 bij de commerciëlen (waarvan vier tv-films). Maar nader bekeken zijn er maar krap 10 bij die de status van B-film overstijgen, waarmee nog niet gezegd is dat het om denderende films gaat. Zeer beeldend is de output-deal met de productiemaatschappij terug te vinden in de programmering van SBS 6. Daar prijkt op zaterdag het kasssucces 'Clear and present danger' met Harrison Ford glorierijk tussen vijf onbekende titels. SBS 6 heeft vanaf het begin zijn programma gebouwd op een grijze massa speelfilms. De omroep heeft langlopende contracten met productiemaatschappijen als Paramount Pictures, Universal en Disney, Buenavista. Disney is overgenomen van de Holland Media Groep (Veronica, RTL 4 en 5), die op haar beurt nog contracten heeft lopen met onder meer Warner en Hallmark. Contracten die zullen resulteren in het uitzenden van succesfilms als 'Bridges of Madison Country' en 'Bullets over Broadway' (Amerikaanse toppers die ook binnen de RTL-programmering ongetwijfeld flonkerend afsteken tegen de rare Duitse krimi's) en slappe tv-films naar waargebeurde levensdrama's.

Deze package-deals maken het de publieke netten bijna onmogelijk om nog te scoren met de grote (Amerikaanse) publieksfilm. Gebrek aan geld is een probleem, gebrek aan zendtijd om alle meekomende films en tv-series ook uit te zenden is een nog groter probleem, en de identiteits-gevoeligheid van de omroepverenigingen maakt een verdeling van de aangekochte films over meerdere omroepen er niet gemakkelijker op.

Twee jaar terug waarschuwde de inkoper van de AVRO, John van der Klauw, in deze krant dat er gestreefd moest worden naar meer samenwerking tussen de omroepverenigingen om te kunnen concurreren met de commerciëlen. Bij de meeste grote Amerikaanse producenten hoefde de publieke omroep al niet meer aan te komen, en inderdaad, 20th Century Fox, waar Van der Klauw toen nog brood in zag, hoort nu bij het reservoir van SBS 6. De roep om meer samenwerking en meer slagvaardigheid in de aankoop van speelfilms wordt nu herhaald in het NOS-meerjarenplan, maar de vraag is of dit beleidsadvies realistisch is en op welke omroepverenigingen het advies zich richt.

Vooralsnog wekt de oproep van de NOS in ieder geval weinig beroering in eigen kring, zo blijkt bij navraag. Het tweede en het derde net zien geen reden om de onderlinge afspraken over het speelfilmbeleid te veranderen, omdat er al naar ieders tevredenheid samengewerkt wordt. De Tros en de EO profileren de eigen identiteit heel harmonieus op de maandagavond met waargebeurde verhalen, vaak het genre van de zakdoek-tv-film, die herkenbaar zijn voor het grote publiek. VPRO en NPS vissen op het derde net beiden in de vijver van de arthouse-film, maar ook dat gaat goed. De cinefiele programmering op de vrijdagavond wordt meestal door de VPRO ingevuld en het geëngageerde 'wereldcinema'-programma op zondagmiddag door de NPS. Zij stuiten bij de aankoop niet vaak op package-deals, omdat het bij deze kleine films ook niet om de grote distributeurs en producenten gaat. Dat zou wel het geval kunnen zijn bij de publieksfilm op dinsdagavond, die in een gezamenlijke redactie van VPRO, NPS en Vara tot stand komt. Maar dat zijn regelmatig Nederlandse dramaproducties, gedeeltelijk door de omroepen zelf meegeproduceerd. Zoals op dit moment de driedelige serie tv-verfilmingen van het werk van Simon Vestdijk.

Voor de programmering van de publieksfilm blijft het eerste net over. Op dit moment neemt de Avro de grote films op zaterdagavond voor haar rekening en de inkoop wordt steeds moeilijker, bevestigt de omroep bij monde van Steven Gelder, zowel in budgettaire zin als organisatorisch. Je zou uit dit alles ook kunnen concluderen dat de Amerikaanse publieksfilm, gezien alles wat deze met zich meetrekt, niet het juiste doel is voor een publieke omroep, die kwaliteit en eigen gezicht wil garanderen.

Misschien is het ook niet zo erg om het aanbod van buitenlandse speelfilms te beperken tot de kleinere, Europese films die op televisie tot hun recht komen. Een dergelijke beperking zal meer recht doen aan het gedroomde 'scherm der verbeelding' waar de beleidsmakers in het meerjarenplan over spreken, dan wanneer het aantal Amerikaanse flutfilms in de verschillende beperkte zenduren noodgedwongen wordt uitgebreid.

Als het aan staatssecretaris Rick van der Ploeg ligt zou bovendien ook de samenwerking met jonge Nederlandse filmmakers en filmproducenten in de toekomst meer zicht kunnen bieden op het gewenste grote publiek. Van der Ploeg maakte twee weken terug op het Nederlands Filmfestival bekend zeven miljoen extra te bestemmen voor de ontwikkeling van Nederlandse kwaliteitsfilms voor een breed publiek. Een weg die de NOS ook graag wil bewandelen. Dat is een strategie die in elk geval minder financiële en filmische frustraties oplevert dan voortborduren op de bestaande filmstrategie op de televisie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden