De huid bekent kleur

De Amerikaanse evolutionair-antropologe Nina Jablonski heeft onlangs een nieuwe theorie opgesteld over het waarom van de verschillende huidskleuren. Ze zegt het beladen concept 'ras' van zijn angel te hebben ontdaan. Over de mens als kameleon.

Zo'n zeven miljoen jaar geleden splitsten mens en chimpansee zich af van hun gemeenschappelijke voorouder. Deze leek qua bekleding vermoedelijk meer op de huidige chimpansee dan op de mens. Over zijn hele lichaam was hij behaard; daaronder droeg hij een lichtroze huid.

Terwijl de chimpansee deze authentieke kenmerken heeft behouden, is de mens drastisch veranderd. We zijn nagenoeg kaal geworden en hebben -als enige primatensoort- een rijkgeschakeerd kleurenpalet ontworpen. Dit loopt van het Britse fletswit tot aan het Sudanese blauwzwart, met daartussen ontelbare nuances. Vanwaar deze merkwaardige kleurexplosie?

De verklaring daarvoor hebben wetenschappers altijd gezocht in het gedrag van de vroege mens. Die ging niet alleen rechtoplopen, zo'n anderhalf miljoen jaar geleden verlegde hij bovendien zijn fourageerterrein van het oerwoud naar de savanne. Daar, op de kale vlakte, was het stukken heter dan onder de beschutting van het gebladerte. Om te voorkomen dat onze hersenen onder de zinderende zon bezweken, kwam de natuur met twee oplossing: ze verhoogde het aantal zweetklieren en, hier belangrijker, ze dunde het haar uit.

Dat maakte de hitte weliswaar draaglijker, maar helaas diende zich meteen een nieuw probleem aan. De schadelijke UV-stralen van de zon kregen nu vrij spel, wat het gevaar van huidkanker met zich meebracht. Daarin zit de sleutel tot de huidskleur, meenden evolutionair deskundigen tot voor kort.

Ze gingen er logischerwijs van uit dat de mens, om zich tegen huidkanker te beschermen, op de savanne een negroïde uiterlijk moest hebben aangenomen. Hij zou daarbij handig gebruik hebben gemaakt van de kleurstof melanine, die van nature in kleine hoeveelheden in de huid aanwezig was. Dit pigment bestaat uit grote, donkerbruine moleculen die de gevaarlijke UV-stralen uit het zonlicht absorberen en onschadelijk maken. Medici hebben aangetoond dat huidkanker dankzij dit pigment inderdaad minder kans krijgt. Daarmee werd de evolutionaire kleurentheorie zeer geloofwaardig.

Toch klopt er iets niet, meent Nina Jablonski, een antropologe die zich aan de California Academy of Sciences in San Francisco heeft gespecialiseerd in de evolutie van primaten. Het eigenaardige is volgens haar dat huidkanker over het algemeen pas laat in het leven optreedt, na het vijftigste levensjaar. Tegen die tijd hebben mensen allang de kans gehad om zich voort te planten. Huidkanker biedt de evolutie dus geen handvat om kwetsbare individuen weg te filteren. Er zit zogezegd geen 'selectieve druk' achter; het verschil tussen zwart en wit valt er in elk geval niet mee te verklaren.

Waar komt onze kleurenwaaier dan wel vandaan? Begin jaren negentig vond Jablonski een belangrijke nieuwe hint. Ze stuitte op een artikel over de schadelijke invloed van UV-stralen op foliumzuur, een soort vitamine-B die in het lichaam een onmisbare rol vervult. Onderzoekers hadden aangetoond dat de concentratie van deze stof zeer sterk daalde bij mensen met een lichte huid die aan felle zon waren blootgesteld. In de reageerbuis was zelfs gebleken dat het bloed binnen een uur de helft van zijn foliumzuur verloor, puur door toedoen van UV.

Nu begon het Jablonski te dagen. Foliumzuur, redeneerde zij, is van essentieel belang voor de voortplanting. Zwangere vrouwen die er een tekort aan hebben, lopen een sterk verhoogde kans op een kind met een open ruggetje. Zulk nageslacht zou, zeker destijds, niet levensvatbaar zijn geweest. Zit daarin wellicht die evolutionaire druk die bij huidkanker ontbreekt? Veranderden wij, lichtroze en kalende afstammelingen van de mensaap, in negers omdat we ons anders niet meer konden voortplanten?

De antropologe is ervan overtuigd, te meer omdat ook mannen niet zonder foliumzuur kunnen; de stof, die een belangrijke rol speelt bij snelle celdelingen, is onmisbaar voor de productie van sperma. En dan is er tot slot nog een andere, tamelijk wrange aanwijzing voor de juistheid van Jablonski's theorie: in 1996 maakte een Argentijnse kinderarts melding van drie vrouwen die allen een kind met een open ruggetje hadden gebaard nadat zij zichzelf in de eerste weken van de zwangerschap op een zonnebankkuur hadden getrakteerd. Marginale casuïstiek, erkent de antropologe, maar het past mooi in het plaatje.

Rest de vraag waarom we, toen we van de evenaar naar het noorden migreerden, die donkere kleur weer kwijtraakten. Ook in de schemerige zones van de planeet kan de zon 's zomers immers behoorlijk fel branden. Je zou dus juist verwachten dat een donkere huid ook daar zijn voordeel heeft.

Dit raadsel valt op te lossen met behulp van een oude theorie die al halverwege de twintigste eeuw opgeld deed. Volgens deze redenatie heeft de mens zonlicht nodig om vitamine-D te maken, een proces dat zich afspeelt in de huid. De benodigde chemische reactie verloopt prima rond de evenaar, waar altijd voldoende zonlicht is. Maar meer naar het noorden, waar het aantal lux snel daalt, verloopt de productie van vitamine-D steeds problematischer. Dat heeft een nadelige consequentie: wie te weinig vitamine-D aanmaakt, kan onvoldoende kalk uit het voedsel opnemen. Daardoor ontwikkelt het skelet zich niet goed, en ook de afweer gaat haperingen vertonen. De donkere huid die aanvankelijk zo handig was, bleek op hogere breedtegraden dus een last, omdat hij de broodnodige UV-stralen uit het schaarse zonlicht wegfilterde. Kortom: wilden we ons hogerop kunnen handhaven, dan dienden we ons pigment kwijt te raken. En zo verbleekte de reizende mens.

De uiteindelijke huidskleur, stelt Jablonski, is een regionaal compromis, afgestemd op de UV-straling ter plekke: niet te licht, omdat we anders ons foliumzuur en onze vruchtbaarheid verliezen, en niet te donker omdat we daar een mismaakt skelet en een slechte afweer aan overhouden. Ter controle heeft Jablonski bij de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA een kaart met de UV-verdeling van de aardbol opgevraagd. Die blijkt redelijk te passen op de pigmentgradiënt die van de evenaar naar de polen loopt.

De theorie klinkt alleszins redelijk, maar in het echt is de wereld minder zwart-wit dan Jablonski hem voorstelt. Hoe verklaart zij bijvoorbeeld het bestaan van mensen met een gele of rode huid? ,,Die zitten allemaal in mijn gradiënt'', verdedigt de antropologe zich vanuit San Francisco. ,,In feite bestaat er geen zwarte of witte huid; er zijn alleen nuances van bruin, omdat het huidpigment melanine bruin is. De hoeveelheid daarvan bepaalt hoe donker de huid is. Verder maakt het uit hoe de melanine verpakt is: in kleine of grote deeltjes. En als een huid wat gelig of roodachtig oogt, komt dat door andere kleurstoffen, zoals het rode keratine dat ook in tomaten zit, of hemoglobine, de kleurstof uit het bloed.''

Jablonski vermoedt dat het 10000 tot 20000 jaar duurt, ofwel 500 tot 1000 generaties, voordat mensen zich aan het lokale UV-niveau hebben aangepast. Dat idee baseert ze onder meer op twee stammen uit zuidelijk Afrika.

De Khoisan, voorheen Hottentotten genoemd, zijn zeer lang geleden uit Centraal-Afrika naar beneden getrokken. Ze hebben hun gitzwarte huid ingeruild voor een lichtbruine. Sprekers van de Bantu-taal daarentegen, die waarschijnlijk pas de laatste 1000 jaar vanaf de evenaar zijn komen afzakken, hebben hun oorspronkelijke donkerte vastgehouden. Ze hebben kennelijk nog te weinig tijd gehad om de ideale kleurbalans te bereiken. ,,Zo kunnen we de huidige kleurverschillen van mensen herleiden tot de migratiepatronen van hun voorouders'', concludeert Jablonski.

Dat geldt ook voor de bewoners ten westen en ten oosten van de Rode Zee. In Soedan, waar de lokale stammen al zeker 6000 jaar wonen, zijn de mensen zeer donkergekleurd, met lange, dunne lichamen en bijpassende ledematen. ,,Een ideale aanpassing aan de hitte en de intense UV-straling'', stelt Jablonski in een recente editie van het populair-wetenschappelijke tijdschrift Scientific American. Op het Arabische schiereiland daarentegen, hebben de inwoners een tamelijk lichte, wat mediterrane kleur. Het zijn in feite Europeanen die pas sinds 2000 jaar aan de Rode Zee wonen en die zich vooral langs culturele weg -middels kleding en tenten- aan de zon hebben aangepast. Hun huid kon daardoor wat lichter blijven dan de UV-sterkte strikt genomen zou vereisen.

Jablonski heeft haar theorie de afgelopen jaren omzichtig gelanceerd in de vakliteratuur. Ze had felle kritiek verwacht omdat het sinds de Nazi's al snel als verdacht wordt gezien wanneer een wetenschapper zich inlaat met menselijke rassen en huidskleuren. Maar het viel alleszins mee. ,,De theorie is vanaf het begin breed geaccepteerd'', zegt de antropologe.''

Dermatoloog dr. Willem Westerhof vindt Jablonski's theorie fascinerend. Als arts uit het Nederlands Instituut voor Pigmentstoornissen, onderdeel van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam, acht hij haar redenering 'plausibel', maar ook 'in hoge mate speculatief'. ,,Het is duidelijk dat het oude verhaal over huidkanker geen goede verklaring biedt voor de huidskleuren. Foliumzuur zou inderdaad een aardig alternatief kunnen zijn, al vind ik dat Jablonski iets meer bewijs had kunnen leveren om haar model te staven.''

Ook arts-epidemioloog en foliumzuur-expert dr. Régine Steegers-Theunissen, als universitair hoofddocent verbonden aan het Universitair Medisch Centrum in Nijmegen en aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, vindt de theorie interessant. ,,Ik wist dat foliumzuur door UV kan worden afgebroken, maar het is voor mij nog niet bewezen dat dit bij de mens al gebeurt onder invloed van gewoon zonlicht. In elk geval lijkt een gebrek aan foliumzuur te kunnen leiden tot vruchtbaarheidsproblemen.''

Het grote publiek in Jablonski's thuisland Amerika, waar het begrip ras uiterst gevoelig ligt, heeft zich nauwelijks over de nieuwe theorie opgewonden. ,,Dat heeft me nogal verbaasd'', vertelt de antropologe. ,,Ik had gedacht dat het onderwerp veel controverse zou oproepen, omdat rassentheorieën in het verleden vaak misbruikt zijn om mensen in een bepaald hokje te duwen. Maar wij hebben ons daar verre van gehouden. We hebben het onderwerp puur wetenschappelijk benaderd. We laten aan mensen zien dat huidskleur eigenlijk niets bijzonders is. Dat het gewoon een evolutionaire aanpassing aan de omgeving is, iets wat ook weer terug kan switchen. In feite hebben we met onze evolutionaire benadering de angel uit het concept 'ras' gehaald.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden