De houten kathedraal van Paramaribo

De Petrus en Pauluskathedraal is helemaal van hout. Het interieur is van cederhout. Vanwege instortingsgevaar werd de kerk in 1989 gesloten. (FOTO MARIUS BREMMER) Beeld
De Petrus en Pauluskathedraal is helemaal van hout. Het interieur is van cederhout. Vanwege instortingsgevaar werd de kerk in 1989 gesloten. (FOTO MARIUS BREMMER)

De bijzondere Petrus en Pauluskathedraal in Paramaribo is gerestaureerd en opnieuw ingezegend. Jozef Brahim, die behoort tot de kleine Libanese minderheid in Suriname, was een van de drijvende krachten achter het herstel.

Jozef Brahim (78) oogt jeugdig. Hij praat graag over zijn Libanese achtergrond en maakt ook graag ruimte in zijn agenda om wat te laten zien van de restauratie van ’zijn’ kathedraal in Paramaribo. Getooid met bouwhelm stapt hij met grote passen over de bouwplaats van de gerestaureerde Sint Petrus en Pauluskathedraal. Dit weekeinde werd de kerk, het grootste houten gebouw van Zuid-Amerika, opnieuw ingezegend.

Brahim is de drijvende kracht achter de Stichting tot Behoud van de Kathedraal. Zijn ouders vonden als arme immigranten uit Libanon geestelijk onderdak bij de priesters, fraters en zusters in Suriname. „Ik wilde gewoon iets terugdoen voor de kerk”, zegt hij.

Rond de vorige eeuwwisseling zochten veel jonge, laag opgeleide christenen en druzen uit Libanese bergdorpen hun geluk elders in de wereld. Het bewijs daarvan is te zien in Libanese gemeenschappen in de diaspora: van de Verenigde Staten tot Argentinië en van Ghana en Zuid Afrika tot in Australië.

Omstreeks 1890 zette de eerste Libanees voet aan wal in Suriname. Zo’n vijfhonderd inwoners hebben er tegenwoordig een Libanese grootouder. Hoewel ze een kleine minderheid vormden, drukten de Libanezen een stevig stempel op de economie en op het sociale en kerkelijke leven van Suriname.

„Mijn ouders arriveerden hier in 1922”, zegt Brahim. „Ze kwamen uit het bergdorp Bazhoun in het district Bcharre, in Noord-Libanon, waar veel maronitische christenen wonen. Mijn vader was een handelsman, net als de meeste andere Libanese immigranten in Suriname.”

Brahims ouders sloten zich na aankomst in Suriname aan bij de rooms-katholieke kerk en niet bij de Evangelische Broedergemeente, de lutherse of de hervormde kerk. „De liturgie van de rooms-katholieken is weliswaar anders dan bij de maronieten en ook het Latijn als kerktaal was hen onbekend, maar voor de rest voelden mijn ouders zich prima thuis in de kerk van Rome. Ze werden er door de priesters, fraters en de zusters hartelijk opgevangen.”

Voor Jozef Brahim wenkte al vroeg een mooie carrière. „Ik studeerde in de jaren vijftig algemene economie aan de Katholieke Universiteit in Tilburg. Dat lag voor de hand, want er waren vanwege de Fraters van Tilburg in Suriname natuurlijk korte lijntjes met de universiteit.” Brahim bereikte als tweede generatie Libanees de hoogste sporten van de maatschappelijke ladder. Hij was jarenlang directeur van De Surinaamsche Bank, honorair consul van Portugal en Zweden en lid van de Raad van Bestuur van het Fernandes-concern, nu de grootste particuliere werkgever van Suriname.

Brahim ziet er eerder Europees dan Arabisch uit en spreekt accentloos Nederlands met een heldere, licht krakende stem. „Ik beheers ook nog steeds een beetje het huis-tuin-en-keuken Arabisch. Ik ben in mijn leven één keer naar Libanon geweest. Mijn hart ging toen wel veel sneller kloppen. De bekende dichter en filosoof Khalil Gibran komt uit de geboortestreek van mijn ouders. Toen ik eenmaal in de bergen en valleien van Libanon liep, snapte ik de gedachten van Khalil Gibran veel beter: je voelt je daar dichter bij God.”

De gepensioneerde bankdirecteur deed na zijn pensionering uit dank voor de gastvrije ontvangst van zijn ouders graag iets terug voor de kerk: hij nam het voorzitterschap op zich van de Stichting tot Behoud van de Kathedraal. De kathedraal staat als unieke houten constructie op de werelderfgoedlijst van Unesco, maar werd in 1989 gesloten vanwege instortingsgevaar. Zodoende was ook het graf van de zalig verklaarde Tilburgse priester Petrus (’Peerke’) Donders niet meer voor het publiek te bezoeken. Brahim: „Ik heb er samen met veel anderen mijn beste krachten aan gegeven om de kerk te behoeden voor de ondergang en weer een functie te geven in de Surinaamse samenleving.”

De rooms-katholieke begraafplaats aan de Tourtonnelaan met graven van Nassief, Brahim, Brohim, Frangie, Abboud en Helou is een ander bewijs van het rijke roomse leven van de Libanezen in Suriname. In de maronitische traditie is de laatste rustplaats een belangrijk teken van respect: hoe groter het economische succes, hoe mooier het graf. Dat zie je hier terug. Zelfs op de nieuwe ’neutrale’ begraafplaats van Paramaribo staat sinds kort een groot ’Libanees’ grafmonument, dat van de familie Sowma.

Jozef Brahim zelf is er een voorbeeld van dat kerk en geloven bij Libanezen in Suriname een belangrijke rol speelden. Toch seculariseert de rooms-katholieke jeugd en raken de grote stadskerken van Paramaribo – ook bij andere traditionele kerkgenootschappen – steeds leger. Daarbij speelt ook een rol dat na de onafhankelijkheid van het land in 1975 vrijwel de helft van de Surinamers naar Nederland verhuisde. Wie vandaag de dag een mis bijwoont in Paramaribo, zal er nog maar weinig Libanezen aantreffen.

Brahim: „De kerkgang neemt inderdaad af, en er zijn ook Libanezen overgestapt naar een Volle Evangeliegemeente. De laatste tijd zie ik toch gelukkig ook weer enkele priesters die de jeugd positief beïnvloeden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden