De houdbaarheidsdatum van Pierre Audi

interview | Al 25 jaar is Pierre Audi artistiek directeur van De Nederlandse Opera. Een uitzonderlijk lange tijd, die het gezelschap wel internationale allure opleverde. Audi solliciteerde inmiddels naar andere banen, onder andere om zijn marktwaarde te testen, maar van een spoedig adieu lijkt nog geen sprake. 'In het begin voelde ik me hopeloos verloren in het confronterende Amsterdam.'

Donderdag gaat in het Muziektheater Wagners 'Götterdämmerung' in première. De laatste opera uit het viertal 'Der Ring des Nibelungen' is dan door regisseur Pierre Audi (Beiroet, 1957) voor de derde keer ingestudeerd. Alle vier werken zijn dan gereed om begin volgend jaar in twee cycli achter elkaar te worden opgevoerd. Het zal de allerlaatste keer zijn dat Audi's iconische en misschien wel meest succesvolle enscenering te zien zal zijn. Een reis met Wagner die, met onderbrekingen, bijna twintig jaar omspant. In 1995 werd besloten om het mammoetproject te gaan doen, in september 1997 werd het eerste deel 'Das Rheingold' onthuld. Die bijna twintig jaar vormen dus een substantieel deel van de kwarteeuw die Audi inmiddels heeft volgemaakt als artistiek directeur van De Nederlandse Opera.

Vijfentwintig jaar. Dat is voor zo'n positie als die van Audi uitzonderlijk lang. Audi zelf is de eerste om dat desgevraagd toe te geven. Vijf jaar geleden zei hij in de deze krant dat 2013 wel een mooi moment zou zijn om te vertrekken, maar een teken dat zijn adieu aanstaande zou zijn, is er nog steeds niet. Sterker nog, Audi's nieuwe horizon is de einddatum van het contract van Marc Albrecht, chef-dirigent van de opera. Dat net vernieuwde contract loopt af aan het eind van seizoen 2017-2018.

Zitten we hier over vijf jaar dus weer?

Audi kijkt quasi verschrikt op bij die vraag, maar hij begint meteen te lachen. "Samenwerken met een vijfde chef-dirigent hier, dat zou absurd zijn", zegt hij vastberaden. Marc Albrecht is na Hartmut Haenchen, Edo de Waart en Ingo Metzmacher de vierde maestro met wie Audi in die kwarteeuw samenwerkt. Maar die nieuwe Albrecht-horizon zal toch menigeen verbazen. Want hoewel Audi's beste ensceneringen nog steeds op een eenzaam hoog niveau staan - Rossini's 'Guillaume Tell' vorig seizoen was zo'n voltreffer - hoor je in de wandelgangen steeds vaker twijfels over zijn houdbaarheidsdatum: 'Wordt het niet eens tijd dat hij opstapt?'

Audi hoort het zelf ook. "Maar ik hoor ook dat mensen zeggen dat je waardering moet hebben voor de waarde van zo'n lange toewijding en betrokkenheid van iemand bij één en hetzelfde gezelschap. Ik heb veel geprobeerd om het beeld dat ik hier te lang zou zijn bij te stellen. Ik heb minder regies gedaan, heb veel vaker in het buitenland gewerkt. Maar nog steeds voel ik me hier prettig."

Toch heeft u de afgelopen jaren een paar maal geprobeerd om in Salzburg, Parijs, Madrid en Milaan een andere baan te krijgen.

"Je moet weten wat je marktwaarde is. In die zin zijn sollicitaties heel informatief. Het is uiteindelijk op niets uitgelopen, waardoor ik me eigenlijk ook wel een beetje door een hogere macht beschermd voelde. Mij is in ieder geval een verschrikkelijke horrorbaan bespaard gebleven. Natuurlijk was ik teleurgesteld, maar vooral omdat het soms voelde alsof ik in een politiek steekspel werd gebruikt - zoals bij het Théâtre du Châtelet in Parijs.

"Bij het Holland Festival is het deze zomer na tien jaar mijn laatste editie. Mooie jaren, maar ik ben altijd wel teleurgesteld geweest in het feit dat het Holland Festival zelf amper iets kon produceren. Wat dat betreft was de baan bij de Salzburger Festspiele, waar ze zo ongeveer alles zelf maken, natuurlijk heel interessant geweest. Nee, dat is zwak uitgedrukt - het zou een droom zijn geweest om dat een paar jaar te mogen doen."

Hoe heeft u het eigenlijk ervaren toen u hier 25 jaar geleden kwam solliciteren?

"Ik kende Nederland helemaal niet, was er nog nooit geweest. En Nederland kende mij niet. Wat je noemt een tabula rasa, een reine Tor zoals Parsifal. Het was nog in de tijd dat we geen internet, geen mobiele telefoons hadden. Het vliegtuig waarmee ik uit Londen kwam had van die propellers. Ik herinner me nog heel goed de rit met de taxi van Schiphol naar het Muziektheater. Ik zag uit het autoraampje alleen maar moderne gebouwen. Het echte Amsterdam met zijn grachten leerde ik pas veel later kennen. In de kamer waar we nu zitten had ik mijn allereerste sollicitatiegesprek.

"De aanblik van het theater vervulde me met afschuw. Het Almeida Theatre in Londen, dat ik 1979 oprichtte, was zo'n fijn en gezellig Victoriaans theater. En hier keek ik ineens in een enorme toneelopening van zevenentwintig meter. En overal rood, rood, rood. Het toneeldoek, de stoelen - alles rood.

"Maar ik zag bij dat eerste bezoek ook dat Peter Sellars samen met Edo de Waart 'Nixon in China' van John Adams aan het repeteren was. Dat was redelijk geruststellend. Ik dacht, als dit een plek is waar ze dit soort dingen doen, dan kan er weinig mis zijn. Het gaf me een bemoedigend gevoel. Sowieso voelde het vertrouwen dat men in mij stelde heel oprecht en onpolitiek. Dat nam een groot deel van de angst weg.

"Ze namen hier een groot risico met mij. Terugkijkend denk ik wel dat ik het nooit zo lang had volgehouden als ik alleen maar leiding had gegeven. Het zelf gaan regisseren, wat eigenlijk nooit de bedoeling was, heeft me gered, gaf me iets om handen. Want ik voelde me in het begin hopeloos verloren hier. Amsterdam kan heel confronterend zijn. Hard. Privé heb ik daar in die eerste jaren best onder geleden. Ik ben van nature erg verlegen aangelegd, en ik maakte hier niet veel vrienden. Ik woonde destijds in het koetshuis van het museum Van Loon aan de Keizersgracht. Een prachtige locatie, maar ik voelde me er nog eenzamer dan ik al was. Het werd beter toen ik verhuisde. Ik ging ook wennen aan de Nederlanders, maar het was het werk dat me op de been hield.

"De eerste jaren ging het met vallen en opstaan. De succesvolle productie van 'Un ballo in maschera' die we van de English National Opera overnamen, was hier een ramp. Frans Brüggen die het Nederlands Philharmonisch Orkest leidde in Mozarts 'Idomeneo' was een mislukking. Majeure vergissingen, maar je leert er een hoop van. Het is haast noodzakelijk om dergelijke mislukkingen te hebben. Je krijgt er veel informatie door. Gelukkig hadden we met de 'Parsifal' van Klaus Michael Grüber een hit in handen. Die productie is uiteindelijk door acht andere operahuizen aangekocht.

"En toen kwam het idee van Monteverdi's 'Ulisse'. Ik wilde eigenlijk helemaal niet gaan regisseren, bovendien had ik angst voor de enorme afmetingen van het podium. Maar hoe meer ik ervan overtuigd raakte dat een intieme opera als 'Ulisse' een onmogelijke opgave zou zijn in dit theater, hoe opgewondener ik werd. Ik werd uitgedaagd en die uitdaging ben ik aangegaan. Ik was volledig verrast dat het zo'n succes werd. Het hielp me in elk geval om te aarden in Amsterdam."

Voelt u zich inmiddels Nederlander?

"Ik heb nog steeds alleen maar een Brits paspoort. Dat komt vooral omdat ik Groot-Brittannië zo dankbaar ben. Ik kon daar aan de universiteit studeren en kreeg die baan bij het Almeida Theatre. Ik hou van dat paspoort. Maar ik hou ook van Nederland. Mijn dochter Sophia, die dit voorjaar geboren is, heeft wel een Nederlands paspoort. Ook omdat haar moeder Nederlandse is. Toen ik haar ging aangeven, merkte ik hoe gelukkig ik was dat dat in Nederland gebeurde. Het voelde heel aangenaam om haar als Nederlandse te laten bijschrijven in het register. Ik ben nu, denk ik, wel een soort van Nederlander. Kijk, Truze Lodder, met wie ik hier zo lang heb samengewerkt, is een echte Hollandse. Je moet daar de schoonheid van kunnen inzien, anders gaat het nooit lukken. Die schoonheid heb ik gezien."

Laten we nog eens een kwarteeuw verder kijken. Uw dochter Sophia is dan 25 jaar. Gaat zij dan nog, net als wij nu doen, naar het theater om 'Don Giovanni' te zien?

"Dat vind ik een angstaanjagende vraag. Angstaanjagend, omdat het antwoord weleens 'nee' zou kunnen zijn. Kijk, wij liefhebbers kunnen ons geen wereld zonder opera voorstellen, maar in de Metropolitan Opera in New York is het gemiddelde bezettingspercentage inmiddels gedaald naar 51 procent. Dat is deels hun eigen schuld vanwege de live-uitzendingen van hun voorstellingen in de bioscoop. Die zijn zeer succesvol, maar mensen die in de voorsteden van New York wonen, en vroeger naar het theater gingen, gaan nu naar de bioscoop.

"We zullen een harde strijd moeten voeren. En bij de uitkomst daarvan zal een combinatie van economie en een mentaliteitsverandering belangrijk zijn. Welke signalen geeft de overheid af? Kunnen we cultuur weer incorporeren in ons leven? In Duitsland nemen ouders hun kinderen veel sneller mee naar culturele evenementen dan in Nederland. Hier bij DNO moeten we tegenwoordig ook vechten om het publiek binnen te halen. Toen ik in 1988 begon waren alle voorstellingen steevast uitverkocht. Dat is al lang niet meer zo. We doen nu veel co-producties met alle belangrijke huizen in Europa. Dat helpt.

"Ik zou er heel ongelukkig van worden als ik ons gevarieerde programma-aanbod zou moeten devalueren, alleen om de zaal vol te krijgen. Ik heb in het seizoen 2015-2016, als De Nederlandse Opera vijftig jaar bestaat, gewoon twee wereldpremières gepland. Omdat het moet. Je moet blijven vernieuwen. Maar, ik moet eerlijk zijn, ik heb het programma wel anderszins een klein beetje aangepast. Voor mijn gevoel zonder al te veel te moeten schipperen, meer om de balans recht te trekken. Zo zal er een nieuwe productie van Puccini's 'La bohème' komen, en ook Verdi's 'Il trovatore' staat op de rol. Populaire titels, en uiteraard meesterwerken.

"Ik hoop dat opera met een oplossing voor zichzelf kan komen. De magische formule daarvoor, die heb ik niet. Maar ik ben ervan overtuigd dat nieuwe opera's de sleutel zijn tot het overleven van de kunstvorm. We moeten, en we kunnen nieuwe meesterwerken creëren. Dat is de enige weg."

Wagners 'Götterdämmerung' gaat donderdag in première. De cyclus 'Der Ring des Nibelungen' is in januari en februari voor de laatste keer twee keer compleet te zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden