De horrorwinter van 1979 verbond heel Friesland

Beeld ANP

De zwaarste sneeuwstorm van de vorige eeuw, veertig jaar geleden, legde het leven in Friesland, Groningen en Drenthe plat. De omroepen in Hilversum zagen dat niet als groot nieuws, regionale journalisten zochten de geïsoleerde dorpen en boerderijen op en Radio Fryslân verbond de provincie.

Haar man wilde haar wel met de trekker naar het ziekenhuis in Leeuwarden brengen. Maar de hoogzwangere Sippie Grondsma zag dat niet zitten. En haar huisarts ook niet.

Sint Annaparochie was dichtgesneeuwd op die vijftiende februari 1979. Ook in het Friese dorp had aanhoudende zware sneeuwval samen met een striemende noordoostenwind tot ongekende winterse taferelen geleid. Metershoge sneeuwduinen hadden wegen, auto’s, daken en delen van huizen verslonden. Wegen waren onbegaanbaar of afgesloten. Dorpen ingesneeuwd. Boerderijen van de buitenwereld afgesneden. Honderden auto’s stonden verlaten op de snelwegen, draadbreuken veroorzaakten stroomuitval. Bussen reden niet meer, treinen niet of nauwelijks. Bedrijven lagen stil. Scholen bleven dicht. Trouwerijen werden uitgesteld. Mensen zaten thuis. De radio aan op Radio Fryslân.

Vlakbij Leeuwarden strandde een automobilist. Beeld Frans Andringa, Northview

Een heli van de Leeuwarder vliegbasis kon Grondsma niet brengen. Door de stuifsneeuw kon het toestel niet opstijgen. Maar gelukkig bracht het Motortransport Squadron van de basis uitkomst. Voorafgegaan door sneeuwblazers deed de kolonne er drie uur over om Sint Annaparochie te bereiken. In een documentaire van Omrop Fryslân uit 2004 vertelt Sippie Grondsma dat ze op een brancard ingepakt in dekens in de ziekenauto werd geschoven. “De dokter van de vliegbasis zei onderweg dat ik niet ongerust moest zijn. Hij had al heel wat bevallingen gedaan. Dus desnoods zou de baby onderweg worden gehaald. Later vertelde ik dat aan een delegatie van de vliegbasis die bij ons thuis kwam voor een poppeslok (kraambezoek). Die waren heel verbaasd. Veel bevallingen gedaan? Nou, dan alleen van schapen en koeien!”

Schots en scheef

De Leeuwarder fotograaf Frans Andringa had direct door dat de ‘horrorwinter’ van 1979 onvergetelijk zou worden. Als fotograaf van het Friesch Dagblad wist hij vanuit een helicopter unieke foto’s te maken. Zijn broer Jaap schoot al even unieke filmbeelden. Maar dat was pas na twee dagen.

De bushalte van Dokkumer Nieuwe Zijlen stak nog net boven de sneeuw uit. Beeld Frans Andringa, Northview

Die eerste dag, 14 februari 1979, kon Andringa er nog zelf met zijn auto op uit. “Het eerste wat ik fotografeerde waren ingesneeuwde auto’s op de Groningerstraatweg net buiten Leeuwarden. Ze stonden schots en scheef op de weg. Bestuurders hadden ze achtergelaten, nadat ze vast waren komen te zitten. Een bizar beeld. De foto stond zeskoloms op de voorpagina.”

Zelf kwam hij ook vast te zitten. “Bij Wirdum. De politie hielp me los te komen. We gingen naar een boer in een afgelegen boerderij. Die zei dat hij nog voor twee dagen veevoer had.”

Andringa wilde met een heli van de vliegbasis mee. “Kerkredacteur Lútsen Kooistra en ik zweepten elkaar op dat we de lucht in moesten. Maar de luchtmacht vond het te gevaarlijk om ons mee te nemen.” Uiteindelijk mocht het toch. Andringa herinnert zich nog hoe de heli midden op de weg Leeuwarden-Heerenveen landde om een veearts uit Akkrum op te pikken. “Een koe van een boer in Ulesprong was na de bevalling in nood.”

Andringa en Kooistra bezochten probleemgebieden en maakten de ene reportage na de andere. De melktanks van veehouders raakten vol. Wat moest er met hun melk gebeuren? Besloten werd dat helikopters plastic tanks afleverden bij boerderijen.

Vanuit Hilversum was er aanvankelijk weinig interesse voor de problemen in het noorden, herinnert toenmalig redacteur Rein Tolsma van Omrop Fryslân zich. “Ik belde het Journaal, maar ze meldden het als een soort voetnoot. Daar heb ik me wel aan gestoord.” Toen Johan van der Zee van ‘Van Gewest tot Gewest’ later de filmbeelden zag, was hij volgens Andringa flabbergasted. “‘Daar moeten we wat mee doen’, zei hij. Toen is er een documentaire van gemaakt.” Van het later door Andringa en Kooistra uitgebrachte ‘Witboek’ werden 70.000 exemplaren verkocht.

Boer Thom de Groot uit Echten woonde indertijd in Goatum, onder Leeuwarden. “Ik had een kantelbare schuifbak achter de trekker waarmee ik sneeuw weg kon schuiven. Ik ben toen naar mijn oma in Grou gereden, die was ingesneeuwd. Onderweg heb ik nog een auto met een touw losgetrokken die vast zat. Die mensen moesten naar een begrafenis in Grou.”

Bezorging

In een tijd zonder internet, mobieltjes of sociale media waren mensen afhankelijk van radio, tv en de krant. Maar kranten konden een dag na de zware sneeuwval al niet meer worden bezorgd. Andringa en Kooistra deelden het Friesch Dagblad uit als ze met de heli in een dorp waren geland. Regionale omroepen waren nog geen rampenzender, zoals nu. Radio Fryslân zond maar twee uurtjes per dag uit. Klaas Wielinga was indertijd programmaleider en besloot vrijwel direct om hele dagen de lucht in de gaan. Dat was niet vanzelfsprekend. De uitzendtechnicus uit Grou kon niet naar Leeuwarden komen: de treinen reden niet.

Frans Andringa fotografeert zijn broer Jaap Andringa die met zijn super 8 camera bewegende beelden maakte van de sneeuwstorm. Beeld Frans Andringa/ NORTHVIEW

“Een geluk bij een ongeluk was dat er toevallig onderhoudsmensen van de NOS waren”, herinnert Tolsma zich. “Maar die hadden geen ervaring met uitzendingen. Gelukkig ging dat goed. We konden ons als regionale zender direct bewijzen. Er was een enorme behoefte aan informatie. Daarin konden wij voorzien.” De omroep werd het belangrijkste communicatiemiddel. Hulpvragen werden doorgesluisd. Die paar dagen van 1979 maakte het beste los bij de Friezen, zegt presentator van toen Eelke Lok. “Het woord mienskip-gedachte bestond nog niet, maar was er wel. Hoe kunnen we elkaar helpen, dat leefde heel sterk in Friesland.”

De drie telefoonlijnen stonden roodgloeiend. Veel bellers kwamen live in de uitzending. Lok: “Mensen deden oproepen en gaven tips. Wie bijvoorbeeld wilde dat iemand boodschappen voor hem deed, moest een plastic tasje aan zijn voordeur hangen. Een boerin deed een oproep wie haar oprit sneeuwvrij kon maken. Binnen een half uur hadden twintig man dat voor elkaar. We kregen haar huilend aan de lijn, zo blij was ze. Geweldig!”

De kleine ploeg op de redactie draaide overuren. Slapen deden ze in de studio. Bellers meldden aanvankelijk dingen die niet doorgingen. De school die dicht bleef. Dat een pad onbegaanbaar was. Of dat ze geïsoleerd waren. “It giet net troch”, was het meest gehoorde zinnetje. Later besloot de redactie alleen te melden wat wél doorging.

Saamhorigheid

Wielinga: “Friezen bleven rustig, maar de hele situatie was onwerkelijk. Het maatschappelijke leven was verlamd. We fungeerden als een soort familiezender. Als bindmiddel.” Woordvoerders van brandweer of politie kwamen in de uitzending. Rijkswaterstaat meldde dat hun patrouillewagens automobilisten ontdekten die zich op afgesloten wegen waagden. “Hele gezinnen zitten erin met een fototoestel. Ze hinderen ons bij het sneeuwschuiven.”

Weerman Hans de Jong was elk uur bijna een kwartier aan het woord. Tolsma: “De uitzendingen kregen hun eigen dynamiek, als een golf die zijn eigen weg vindt. Ontwikkelingen ontstonden buiten jezelf om. Er was elk moment wel weer wat anders. Daar hoefde je zelf niet over na te denken.”

Tolsma herinnert zich vooral de grote saamhorigheid in Friesland. “Dat heb ik later nooit meer zo ervaren.” De marathonuitzendingen leverden de Friese zender veel goodwill op. Wielinga: “Autoriteiten en burgers waren overdonderd door de functie die een regionale omroep kon hebben.” Van de Friezen kreeg Radio Fryslân later een mobilofoon cadeau. Wielinga vertrok zeven jaar later bij de omroep. Maar hij wordt nog vaak aangesproken door mensen die zijn naam en zelfs zijn stem herkennen. “Het is een prachtige herinnering. We hadden ook veel lol.”

Na enkele dagen waren bijna alle hoofdwegen in Friesland sneeuwvrij. Het treinverkeer kwam weer aarzelend op gang. Het gewone leven nam zijn gang weer. Radio Fryslân ging weer terug naar twee uurtjes uitzendtijd per dag.

Lees ook:

Vijftien dagen -4 °C, dan ‘giet it oan’

Het was op 8 februari2019  precies 8070 dagen geleden dat Henk Angenent in 1997 de laatste Elfstedentocht won. Tussen 1963 en 1985 duurde het net zoveel dagen tot de Tocht der Tochten weer werd gereden. Zal Angenent zijn record nog fors aanscherpen, of komt er binnenkort toch weer eens een Elfstedentocht?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden