De hoogtijdagen van het geheugen.

Een harde schijf met keurig geordende data is het niet. Maar wat is het geheugen wel? Martin van der Laan volgt de kronkels van de herinneraar, iedere zaterdag in de Verdieping. Aflevering 6: De hoogtijdagen van het geheugen.

Tijd om weg te dromen, en op zo'n moment kan ik langs grote gebeurtenissen gaan. U denkt aan de moord op Kennedy? Nee! De dood van mijn vader? Ook niet. Nee, ik dacht meer aan die snoek van 76 centimeter, die ik als jongetje van 13 jaar uit de Westeinderplas trok. Aan Nathalie Wood waar ik, na het zien van The West Side Story, zo smartelijk verliefd op werd.

Ik kreeg het opnieuw te kwaad tijdens een pittig gesprek met de rector van het lyceum die mij, een half jaar voor het eindexamen, weinig kans van slagen gaf. We slaan vijf jaar over en ik herinner me nu een spannende kus: ruim dertig jaar later ligt zij nog altijd naast me. Bij thuiskomst die avond was ik minstens zo nerveus als ten tijde van die snoek.

Of ik wil ophouden met zulke Green green grass of home-ontboezemingen? Alleen lezers van onder de 40 mogen er om schamperen. Ouderen weten dat hun geheugen de hoogtijdagen zoekt in de jaren na de lagere school tot de leeftijd waarop zij hun leven in hogere, sociale zin op orde begonnen te krijgen. Herinneringen uit de periode waarin ze 'de iemand zaten te worden die ze nu al heel lang zijn', blijken oververtegenwoordigd. In het jargon heet dat verschijnsel de reminiscentiepiek.

Er zit rek in die piek: sommigen menen dat gebeurtenissen van je 15de tot je 25ste voordringen in het geheugen, anderen nemen de marge ruimer, van je 10de tot je 30ste. En volgens veel onderzoekers krijgen die jaren pas voorrang in het geheugen als je na je 45ste ertoe neigt om achterstevoren in het zadel te gaan zitten, de rug naar de toekomst en met zicht op het verleden.

Niet gisteren, vandaag of morgen, maar toen gebeurde het, mijmert de vijftiger. Vreemd genoeg werd dit verschijnsel pas in 1977 door psychologen echt onderkend. En daarna keer op keer bevestigd, zoals door de Amerikaanse experimentator David Rubin. Hij durft het aan om je leeftijd te voorspellen op basis van je favoriete James Bond: Sean Connory, Roger Moore of Timothy Dalton.

De oude dagen waren niet beter, maar ze leefden meer. Volgens je geheugen althans. Dat we het middelpunt van het leven rond ons 20ste projecteren bleek onder meer uit een onthullende enquête in 1985, waarin 1410 Amerikanen een of twee belangrijke historische gebeurtenissen moesten aangeven. Vraag het de zeventiger, die zegt: ,,De Tweede Wereldoorlog natuurlijk.' Curieus was de chronologie in de antwoorden van de geënquêteerden die in 1963, 1969 of 1979 net volwassen waren: de donkere momenten in hun beleving waren respectievelijk ,,De moord op Kennedy', ,,Vietnam, zonder meer', en ,,De terroristische aanslagen van de laatste jaren'. Allen neigden er anno 1985 naar hét wereldgebeuren rond hun 20ste te centreren.

Hoe breng je mensen over hun verleden aan de praat? Je kunt ze, in navolging van Francis Galton (1879), prikkelwoorden aanreiken die associaties oproepen uit uiteenlopende perioden in het leven. Zulke 'aanjagers' moet je, om de reminiscentiepiek aan te tonen, zorgvuldig kiezen. Met een hint als kus rakel je immers selectief de amoureuze jaren op. Een tijdloos prikkelwoord als ongeluk is beter, want brokken kunnen we ons leven lang maken.

Je kunt proefpersonen ook vragen om geheel uit zichzelf memorabele gebeurtenissen op te roepen of een oordeel te geven over kleine en grote zaken uit hun leven, zoals cultuuruitingen of sportevenementen. Wat was uw favoriete boek, film of muziek, en welke cupfinale sprong er uit? Als je van net na de vetkuiven bent, beginnend vijftiger, moet dat Benfica-Real Madrid (1962: 5-3) zijn.

Van Japanner tot Noor, bij alle volkeren komt dit universele, nostalgische trekje naar boven. Zelfs bij mensen met de ziekte van Alzheimer: zij vertelden in een onderzoek uit 1992 weliswaar minder verhalen dan gezonde ouderen, maar ook bij hen schaart het merendeel van herinneringen zich rond hun 20ste.

Beklijven de adolescentie en vroege volwassenheid zo goed of begint het geheugen op middelbare leeftijd te haperen en kerft de dag van gisteren niet diep genoeg meer in de hersenen? Dan dringt het verre verleden vanzelf voor. Een onderzoek van Ashok Jansai en Alan Parkin uit 1996 lijkt daar op te wijzen. Bij mensen van 35 tot 45 jaar was bij het oproepen van herinneringen weinig van de geheugenpiek te merken. Gisteren ging voor in hun geheugen, tot ze de opdracht kregen om alle gebeurtenissen van de afgelopen 2,5 jaar buiten beschouwing te laten. Nu gisteren niet mocht, schakelde de memorie over op eergisteren, maar liever nog op eereergisteren.

Waarom prefereert ons geheugen de jaren van prille volwassenheid? Eén fysiologische verklaring voor de piek kun je doorhalen. Aan de kwaliteit van archiveren in die topdagen kan het niet liggen want, schrijft Douwe Draaisma in het prachtige Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt, dan ,,zou de reminiscentiehobbel tien jaar eerder moeten vallen, dan heeft het geheugen de grootste kleefkracht'.

Volgens psycholoog David Rubin zit het zo: tijdens onze adolescentie gaat de wereld voor ons open en doen we, zoals ook Jansari en Parkin constateren, vele 'eerste keer-ervaringen' op: zoen, seks, dansles, brommer, auto, dronken bui. Maar nieuwigheden beklijven niet zonder meer, vermoedt Rubin. Dat doen ze pas als we stabieler van geest worden. Het brein moet goed geschraagd zijn om die nieuwe indrukken naar behoren te kunnen archiveren.

En dat is het brein rond je 20ste, knikken evolutiebiologen: de reminiscentiepiek valt in tijd samen met de vruchtbare jaren van de mens. Om de juiste partner te vinden en je kroost groot te brengen, moet het boven cognitief op orde zijn. Daar hoort een accuraat geheugen bij.

Darwiniaanse bespiegelingen kun je bij elke menselijke eigenschap houden, beseft Rubin. Hij verwijst liever naar de socioloog E.H. Erickson, die schrijft dat onze identiteit, ons zelf, in de adolescente jaren wordt gevormd. Het 'verhaal van ons leven' wordt in die tijd opgetekend, en het zijn de gebeurtenissen van toen die dat verhaal aankleedden. In de woorden van Draaisma: ,,De overeenstemming tussen het huidige zelf en de ervaringen die dat zelf hebben gevormd leidt de associaties van de ouderdom als vanzelf naar de jeugd.'

Toen werd je dus wie je nu bent? Daar valt wat op af te dingen, laat Michael Ross zien in 'Memory, Brain and Belief'. Naarmate we ouder worden, wordt ons persoonlijke verhaal drastisch herschreven. Als ouderen het zelf mogen zeggen: ze zijn nu veel aardiger en milder dan die onhebbelijke ik die ze rond hun 20ste waren.

Ross somt talloze studies op die aantonen dat bij vrijwel alle ouderen de scherpe kantjes er op wonderbaarlijke wijze zijn afgesleten. Daar denken hun naasten vaak wel anders over, maar zelf vinden ouderen dat wel. Vanuit hun perspectief -,,Ik ben niet meer die hork van 20'- is een geheugenpiek uit die tijd eigenlijk ongewenst. Hun memorie zou beter de jaren na hun 45ste kunnen koesteren, daar kunnen ze hun geloof in eigen mildheid beter mee staven.

Maar zo zitten onze hersens niet in elkaar. Ons geheugen laat liever onze jonge jaren de revue passeren of is gewoon niet in staat om de latere jaren in gelijke mate op te dienen. Hoe komt dat: een kwestie van niet goed opslaan of niet goed kunnen terugroepen? Dat laatste is een kunst, want ons archief heeft ontelbare laden en kasten. Zie deel 7: De sleutelbos van de archivaris.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden