De hoogmis van het verschil

Een kwart miljoen Duitsers togen een week geleden naar Stuttgart, voor een happening die ook media en politici raakte. De president verzorgde er zelfs een bijbelstudie. Waarom krijgen Nederlanders zo'n Kirchentag niet van de grond?

Lodewijk Dros (1964) is theoloog en chef van Letter&Geest.

Ze waren er allemaal, precies een week geleden in de Gelredome. Jeanine Hennis-Plasschaert, Jeroen Dijsselbloem, Edith Schippers, de minister van gezins- en die van buitenlandse zaken. Kijk, daar lopen Ronald Plasterk, Ard van der Steur en Emile Roemer. De oppositie is er ook.

En natuurlijk koning Willem-Alexander, het staatshoofd kan niet ontbreken. Hij opent de bijeenkomst en prijst de vele duizenden toegestroomde gelovigen. Hij draagt zelfs het rode sjaaltje dat hier hét hebbeding is. Het is warm in het stadion; door zijn toespraakje loopt de temperatuur nog wat op. Hij heeft het over de scheiding tussen kerk en staat, en hoezeer de staat, die niet aan zingeving doet, de bijdragen van al die mensen hier van node heeft. Dit, zegt de koning, is de oefenplaats voor debat over vragen waar we elders nauwelijks over durven nadenken: over vluchtelingen en milieu, over oorlog en gelijke kansen.

Een dag later komt ook premier Rutte langs. Hij wordt met een staande ovatie ontvangen, speecht, neemt plaats op een stoel op het podium en gaat dan, rechtstreeks uitgezonden door de NPO, een uur lang in debat over digitalisering, Big Data, de veiligheid van persoonsgegevens en de rol van de geheime dienst.

Dan moet hij weg, de grote wereldproblemen schreeuwen om aandacht - Griekse crisis, duizenden bootvluchtelingen, Poetin.

Dit is niet gebeurd, en toch wel. Afgelopen weekeinde kwamen 25.000 jongeren bijeen voor de EO-Jongerendag. Maar de ministers en de oppositie ontbraken. Die waren er wel in het land even voorbij Arnhem. Steinmeier, Gröhe, Schäuble, Schwesig, De Maizière. Ze kwamen om te discussiëren, maar ze leidden ook een Bibelarbeit - een lezing over een bijbeltekst. Ook het staatshoofd, president Joachim Gauck deed dat. Bondskanselier Angela Merkel schitterde in een volle Hanns-Martin-Schleyer-Halle. Ze maakte anderhalf uur tijd, terwijl de G7 in Zuid-Duitsland op beginnen stond; Obama zou zo landen bij Garmisch-Partenkirchen.

Wie niet goed keek, had de gastenlijst van de regeringsleidersbijeenkomst makkelijk verward met die van de 35ste Kirchentag in Stuttgart, het tweejaarlijkse protestantenfeest in Duitsland (katholieken doen hetzelfde in de even jaren). Melissa Gates was er, en Kofi Annan. De sfeer was een cocktail: een deel EO-Jongerendag, een deel jaarvergadering van GroenLinks en een forse scheut Koningsdag. Meer dan een kwart miljoen mensen kwamen ervoor naar Stuttgart.

Het geheim van dit evenement schuilt in twee elementen: de oorlog en de verschillen. Op de eerste Kirchentag (de Katholikentag is ouder), kort na de Tweede Wereldoorlog, vroegen protestanten zich af wat hun rol was geweest in het Duizendjarige Rijk, wat ze niet gezien hadden, of hadden willen zien. En tot op de huidige dag voel je wat het betekent: nie wieder. Het geeft aan de vrolijke happening vol kleurige vlaggen, eettentjes en korte broeken een ernstige en wat bedrukte sfeer. Op het hoofdpodium zingt een groep a capella het Duitse volkslied, maar met een alternatieve tekst: er is niks om als Duitser trots op te wezen (nou ja, het bier en het vierde wereldkampioenschap), want altijd is er die schaamte dat wij die nazi's waren.

Het tweede element klinkt in bijna elke toespraak door: hier vieren de Evangelischen (niet te verwarren met hun naamgenoten van de EO) op hun politiekst hun verschillen. Met de beste musici, topsprekers en -wetenschappers. De thema's liggen gevoelig: Israël versus Palestina, het homohuwelijk, euthanasie, asiel. Waarna steevast de conclusie volgt dat er verhit is gedebatteerd, en dat nu juist dát gevierd wordt. Al is de controverse niet meer zo scherp als een generatie geleden, toen Marx en Jezus om voorrang streden.

In Nederland was een Kirchentag ondenkbaar. Een paar sneue pogingen tien jaar geleden

bewezen het onvermogen om zoiets van de grond te krijgen. Dat was geen kwestie van gebrekkige organisatie of van de voortschrijdende secularisatie, maar van mentaliteit. Lef ontbrak, alles was platgepolderd.

De zichtbaarheid van kerken in Duitsland is groot, al was het maar door de sociale en zorgsector: daarin werken een miljoen werknemers in dienst van de protestantse Diakonie en de katholieke Caritas. In Nederland heeft religie zich schielijk teruggetrokken. Met dank aan de polder. In dit land, zo rijk aan gescheurde kerken, bestaat een grote hang naar het spreken met één mond. Dat is al decennia zo. In 1984 schreef de godsdienstsociologe Mady Thung een typerend artikel in een bundel die kerken uitlegde hoe ze hun invloed konden vergroten. Hoofdschuddend stelde ze vast dat er wel een fijne progressieve voorhoede was, maar dat een 'tegenstribbelende achterban' de boel had 'gehinderd'. Thung vertegenwoordigde wat nu de Linkse Kerk heet, maar ter rechterzijde was het niet veel anders. Eigenlijk waren ze het roerend met elkaar eens: in de gelederen was eenheid nodig. De ironie is dat die intolerante eenheidsdrang splijtend werkt. Politici hoorden het gekrakeel aan en gingen huns weegs.

Duitsers snappen dat je beter de verschillen vruchtbaar kunt maken. Bij hen voel je die neiging tot eenheid minder. Beter gezegd: verdeeldheid maakt hun feestvreugde er niet minder op. Nederlanders verstijven van die hinderlijke fricties, Duitsers voelen de warmte van wrijving. "We hebben gebotst", zegt de voorzitter tijdens de afsluitende kerkdienst tegen een zee van mensen, "we hebben gebotst, en nu gaan we zingen."

Dan zet het orkest een jazzy bossanova in. De temperatuur is tropisch. De zee komt in beweging en zingt heupwiegend mee.

De rechtsfilosoof Paul Cliteur representeert het dominante denken in Nederland; voor een goed debat in een multicultureel land is 'moreel esperanto' nodig, een taal die iedereen kan spreken, los van diens overtuiging.

Duitsland heeft zijn eigen esperanto, de Leitkultur, maar het land is minder geseculariseerd dan Nederland en de sfeer lijkt meer bepaald door denkers als Jürgen Habermas. Die ziet in de postseculiere samenleving nog steeds een rol weggelegd voor alle levensbeschouwingen, met hun eigen vocabulaire - al blijft het ook voor Habermas handiger om bij religieuze argumenten te zoeken naar een vertaling in een voor iedereen verstaanbare taal.

Sprekend voorbeeld is Margot Kässmann; als Angela Merkel de ongekroonde koningin van Europa is, dan is Kässmann de onbenoemde paus van de Duitse protestanten. Der Spiegel kwalificeerde haar als 'beroepsmoraliste', maar ze is er wel een met invloed.

Haar toespraak vol oneliners neemt het kapitalisme op de korrel; als een welbespraakte SP'er kraakt ze de economische politiek van het Westen en ze pleit voor kwijtschelding van de Griekse schulden - en dat alles onder voortdurende verwijzing naar de Bijbel. "Zullen we dit maar even naar Elmau sturen?", zegt ze aan het eind van haar bijbelstudie voor tienduizenden protestanten. In Elmau vergadert straks de G7. Applaus.

Daags erna blijkt de minister van financiën, Schäuble, zich daaraan geërgerd te hebben. Hij laat dat ook horen op de Kirchentag. Schulden, zegt hij, mag je niet op God afwentelen. Los ze liever zelf op. Of hij gelijk heeft, dat doet er niet zo toe in dit verband. Wel dát Schäuble zich erover uitsprak. Dat vond hij nodig; Kässmanns appèl had zijn doel niet gemist.

Wat de Duitse protestanten beheersen, is het benutten van hun talent om het oneens te zijn. Ze vieren niet de eenheid, maar maken van hun tweejaarlijkse festival een hoogmis van het verschil. Binnen de rk kerk is de speelruimte daarvoor kleiner; misschien dat daarom de Katholikentag minder tot de verbeelding spreekt en dus kleiner gebleven is.

Eenheidsdrift is doodsdrift, zei de Nederlandse schrijfster Carry van Bruggen al, een hang naar onderscheid is leven. Aan de Kirchentag verschaft het relevantie. Niet alleen in politieke zin. Ook media weten het fenomeen op waarde te schatten; het journaal besteedt er aandacht aan, kranten openen ermee. De elitaire Die Zeit adverteert zelfs op de omslag van het programmaboekje (nu ja: boekje - een telefoongids van 620 pagina's met 2500 activiteiten). Achterop bieden ze een abonnement aan, onder de kop: "Wat gelooft u?" Dat zie ik Vrij Nederland nog niet zo gauw doen.

Met deze hoogmis van het verschil is veel gewonnen; het zou Nederlandse christenen (en moslims trouwens ook) kunnen inspireren om zich wat onbekommerder in het publieke debat te storten. Habermas, zelf niet gelovig, ziet daar de voordelen wel van: in religieuze tradities kun je inzichten aantreffen die het publieke gesprek verrijken.

Dat maakt - en dat is winst - hun inbreng relevanter dan ze nu in Nederland is; hier kan elke politicus of programmamaker de schouders erover ophalen. Religie in Nederland heeft, stelde theologieprofessor Henk de Roest enkele jaren geleden mismoedig vast, 'voor velen geen enkele betekenis of functie' meer - niet persoonlijk, niet 'voor het reilen en zeilen van de samenleving'. Het voorbeeld van de Kirchentag zou daar iets aan kunnen doen, al keert het zeker de ontkerkelijking niet, zoals het dat ook in Duitsland niet doet.

Als op een partijcongres vaardigt de Kirchentag af en toe resoluties uit. Die leggen onbedoeld de zwakte bloot van de linkse kerk, in gebed en gezang vergaderd te Stuttgart. Eén ervan was gericht tegen dataopslag door de overheid. Wie alleen die resolutie leest, zou bijna vergeten dat de christen-democratische Merkel, verantwoordelijk voor het doorsluizen van gegevens naar de Amerikaanse geheime dienst, een ovationeel applaus ten deel viel.

Duitse evangelischen zijn kleurrijker en ook deels behoudender dan hun linkse imago suggereert. Dat zouden ze zich volgens Die Zeit moeten aantrekken, anders worden ze ingehaald door die andere evangelischen. Die van de EO.

Mij lijkt dat voor Nederland helemaal geen schrikbeeld; de EO is waarschijnlijk de enige organisatie die de Kirchentagwijsheid uit het oosten kan halen. Ze hebben met populaire muziek Pasen al naar het volk gebracht. Nu het hoogfeest van de tegenstellingen nog.

Onze koning, met zijn zeer Duitse afkomst, kan intussen bij zijn collega-staatshoofd z'n licht opsteken. Gauck fluistert hem dan een toespraakje in, dat hij zelf in Stuttgart hield. "Hier krijgt u iets wat overheidsinstellingen niet kunnen bieden: geloof als bron. Wat u hier meemaakt, komt niet alleen ten goede aan de enkeling, maar aan de hele samenleving. Ik verheug me op de open gesprekken tussen gelovigen van allerlei snit en ongelovigen, op de ontmoeting met ontsluiters van het denken, met kunstenaars en musici en al die anderen die de ziel verkwikken."

Zal Willem-Alexander dat Gauck nazeggen? Ach, waarom niet? Hij zet er heus de scheiding tussen kerk en staat niet mee op het spel - zie Duitsland. Uiteraard, het scheelt dat Gauck ooit dominee was en Willem-Alexander niet. Maar ja, hij is toch koning bij de gratie Gods?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden