De honderdste Hoogmis

Morgen rijden renners de honderdste editie van de Ronde van Vlaanderen. Zodra het stof van de heroïsche koers is neergedaald, krijgen fietstoeristen ruim baan in de Vlaamse Ardennen.

Ik ging naar Vlaanderen om de Ronde te zien. Vlaanderen, het land waar het koersen in de prehistorie moet zijn uitgevonden. Het land waar renners jaarlijks honderden wedstrijden rijden, criteriums, omlopen, klassiekers en rondes. Toch is er maar een die zich een hoofdletter mag permitteren. De Ronde. Elke Vlaming weet waar het dan over gaat. Vlaanderens Mooiste, de Hoogmis.

Voor onze zuiderburen staat wielrennen gelijk aan religie. Dat begrijp ik wel, ik zou zelfs een stap verder willen gaan. Wanneer ik in het vroege voorjaar de televisie aanzet om het live-verslag van een koers te zien, vragen mijn kinderen mij steevast wat ik daar zo leuk aan vind. Mijn antwoord is elk jaar, elke week opnieuw hetzelfde. "Omdat wielrennen is als het leven." Wielrennen is onvoorwaardelijke liefde en verzengende haat. De dood, ook afgelopen week weer, of de gladiolen. Wielrennen is het leven in zijn volle schoonheid, maar ook met al zijn rauwe en duistere kanten. Met bluf, manipulaties en achterbakse streken, met hectiek en heldenmoed. Het leven met zijn modderige kasseienstroken en venijnige hellingen, met zijn vechters, valsspelers, vedetten en verliezers, met kopmannen en waterdragers, met zijn voorspelbaarheid en zijn verrassingen. En met elk jaar weer de Ronde.

Van alle grote Vlaamse voorjaarskoersen speelt het merendeel zich af in een vrij klein gebied. Of ze nu de Omloop Het Nieuwsblad heten, Kuurne-Brussel-Kuurne, Dwars door Vlaanderen of de E3 Harelbeke, ze overlappen elkaar allemaal. Pak er maar eens een kaart van België bij, zoek even ten zuiden van Gent de steden Oudenaarde, Zottegem, Geraardsbergen en Ronse en verbind ze met denkbeeldige lijnen tot een rechthoek. In die rechthoek gebeurt het. De heuvelzone. Daar liggen de Koppenberg en de Oude Kwaremont, de Paterberg en de Taaienberg, de Kruisberg en de Kluisberg. Er is geen kruispunt waar geen gekleurde pijlen op het wegdek staan die renners de weg wijzen. Heilige grond.

Schrijver Omer Wattez schonk het gebied de naam Vlaamse Ardennen en schreef in 1889 over zijn 'land van heuvels en dalen, waar ge tien, twaalf dorpen in één dag te voet kunt bezoeken, van het ene naar het andere gaan langs veldwegeltjes die klimmen en dalen'. Wattez ging te voet. De fiets moest nog aan zijn opmars beginnen, de eerste Ronde van Vlaanderen werd in 1913 verreden.

Behalve mooi wandelen is het in de Vlaamse Ardennen in de eerste plaats verrukkelijk fietsen. En dat kan op alle mogelijke manieren. Met een krom stuur en 22 versnellingen, met een kind in de fietskar, op een elektrische fiets of alles daartussenin. Weliswaar is het stof van de ene koers nog niet neergedaald of een volgend peloton komt voorbij, de veldwegeltjes liggen er ook voor fietstoeristen. En wat is een mooiere onderbreking van een fietstocht dan de passage van stoempende en zwoegende coureurs?

Een week voor de Ronde dompel ik mij onder in de wielerweelde van de Vlaamse Ardennen. De spanning bouwt langzaam op. Misdienaren zijn in de weer met dranghekken, bouwen feesttenten, plaatsen bierpompen. De hellingen zijn het decor van de E3 Harelbeke, ranke wielen butsen op botte kasseien. Maar over alles heen hangt dit jaar een merkwaardige nevel, ongrijpbaar als dampen uit een wierookvat. Het is de mengeling van angst en vastberadenheid die, als de stofwolk in de vertrekhal van vliegveld Zaventem, boven heel België is blijven hangen na de aanslagen van 22 maart. De Ronde zal ook dit jaar doorgaan, simpelweg omdat ook het leven doorgaat. Zelfs de Tweede Wereldoorlog heeft de renners niet kunnen stoppen. Alleen tussen 1915 en 1918 kwamen leven en koers hier helemaal tot stilstand. In deze dagen van terreur krabbelt België echter op en gaat dapper verder, als een renner die hard ten val kwam, maar gehavend en wel toch weer op de fiets stapt. De vastberadenheid wint, al kan zij de angst niet helemaal verdrijven.

Is de koers religie, dan is Oudenaarde een bedevaartsoord. Elke veertiende zondag

van het jaar ligt daar de finishlijn van de Ronde. Maar ook de rest van het jaar pelgrimeren

de fietsers in drommen naar het stadje aan de oevers van de Schelde, dat vanouds bekendstaat om zijn brouwerijen en lakenhandel. In het Centrum Ronde van Vlaanderen vergapen zij zich aan de historie van de Hoogmis. Het onlangs geheel vernieuwde RondeMuseum in het Centrum bedient hen met fietsen en shirts van winnaars,

heroïsche beelden van bijzondere edities van de Ronde. De fraai opgezette expositie leert bovendien dat een lang lint van bergjes op de taalgrens getuigt van het ontstaan van het landschap. Veel landwegen op de steile flanken van deze getuigenheuvels zijn geplaveid met bonkige kasseien van porfier, gestold magma. En op de taluds van de Koppenberg groeien meer dan negentig verschillende soorten planten.

Bijna alle fietsers zetten vervolgens koers naar de Koppenberg zelf. Gehuld in kazuifels van lycra, zo kleurig als voorjaarsbloesems, worstelen ze zich omhoog. Ik voeg me bij hen, zet me in hun wiel, voel de spanning op mijn spieren, waan me heel even renner. Dan glijd ik weg op de spekgladde stenen, kom tot stilstand en val om zoals duizenden anderen hier omvielen. Het geeft me de gelegenheid de omgeving in mij op te nemen, de beide taluds die dankzij zon en schaduw elk een eigen microklimaat hebben.

Vlaanderens Mooiste landschap, noemen ze het hier. Venijnige hellingen als de Oude Kwaremont en de Paterberg blijken aan de achterzijde vriendelijk te glooien, magnifieke vergezichten te ontsluiten. Op de top van Koppenberg en de Muziekberg liggen bossen waar wandelaars hun hart kunnen ophalen. En het fijne van de bergjes is dat je er ook omheen kunt fietsen. Bierroutes voeren langs de oevers van de Schelde en de Zwalm, langs watermolens, boerenerven, beekjes, cafés en brouwerijen.

Ook wie de Kwaremont niet op de fiets heeft bedwongen, kan zich laven aan het gelijknamige biertje. Of anders aan de prijswinnende Goudenband van Liefmans. De trots van de streek wordt beter met de jaren en mag net als goede wijn een paar jaar rijpen op de fles.

Bruin bier als miswijn, voorbijdokkerende wielergoden, aanmoedigingen die klinken als een koorzang, als psalmen. Misschien hebben onze zuiderburen toch gelijk. Koers is religie. En in de Vlaamse Ardennen staan de kerkdeuren altijd open.

Deze reportage kwam tot stand met dank aan Toerisme Vlaanderen & Brussel.

De Ronde

Bij het Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde starten de drie lussen van de pittige fietsroute die alle hoogtepunten van de Ronde aandoet.

Zie voor de routes: www.crvv.be

Alle praktische informatie over de Vlaamse Ardennen zijn te vinden op www.toerismevlaamseardennen.be

Koers is religie

Het hoogaltaar vol historische wielershirts, een enorm 'Croix-de-Fer' van fietsframes; op de fantastische tentoonstelling 'Koers is religie' kan het allemaal. Tien zijkapellen in een voormalige kloosterkerk in Roeselare zijn gewijd aan wielergoden, dopingzondaars en natuurlijk de Hoogmis, schitterende kruiswegstaties beelden het lijden van de renners uit. Zie: www.koersisreligie.be

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden