De hommel als gastarbeider

Reportage | Nu het slecht gaat met de bij, zoeken fruittelers en tuinders alternatieven om gewassen te bestuiven. Hommelkwekerij Koppert vaart er wel bij.

Die gele borrelnootjes zijn de poppen", zegt Remco Huvermann, product manager bestuiving bij Koppert terwijl hij naar een plastic bakje met daarin een hommelkolonie van zo'n 65 stuks wijst. Daarin zitten een koningin, enkele werksters en de poppen, eieren en larven. Binnen een dag of tien kan deze kolonie uitgroeien tot zo'n 150 ijverige bestuivers.

Als Huvermann het nestkastje oppakt, beginnen de hommels te zoemen en te trillen. "Daar schrikken ze een beetje van", zegt hij. Dankzij hun typische getril en hun harige geel-zwarte vachtje zijn hommels ideale bestuivers. Daar doen kwekers van onder andere tomaten, komkommers, paprika's en telers van peren, appels, bessen en amandelen hun voordeel mee.

Jaarlijks verkoopt het bedrijf uit Berkel en Rodenrijs honderdduizenden van deze nestkasten. Het Nederlandse bedrijf is wereldwijd marktleider in bestuivers en biologische gewasbeschermers als roofmijten en sluipwespen. De vraag neemt toe, onder andere doordat natuurlijke bestuivers als bijen en insecten schaarser worden en omdat telers steeds meer naar alternatieven voor pesticiden zoeken.

Zo zullen de hommels in deze nestkastjes straks worden overgezet in kartonnen dozen met Aziatische opschriften. Het zijn Bombus ignitus, een speciaal voor Japan gekweekte inheemse hommelsoort. Voordat ze op transport gaan, controleert een medewerker of hun voerdertankje met suikerwater goed is gevuld. Dan gaat er een blokje stuifmeel in, wordt er een dekentje tegen de kou op ze gelegd en kan de kolonie de doos in. "Over vijf dagen gaan deze dames ergens in Japan aan de slag om tomatenplanten te bestuiven", weet Huvermann. "We geven ze voldoende stuifmeel mee voor de reis, min een dag. Als ze aankomen zijn ze daardoor al een beetje hongerig en kunnen ze meteen vol enthousiasme aan het werk."

Veel tijd om van de lange reis bij te komen, hebben de hommels niet nodig. Na een kwartier kunnen ze al worden vrijgelaten en met hun eerste vlucht beginnen. Knap, zeker als je bedenkt dat de hommels er ook nog een reis vanuit Slowakije naar Nederland op hebben zitten. Daar heeft Koppert haar hightech productiefaciliteit staan. In klimaatcellen zoeken medewerkers daar de koninginnen uit, die laten ze paren en broeden. Dan worden de hommelkolonies ingepakt en rechtstreeks naar klanten in Zuid- en Midden-Europa vervoerd.

Vip-behandeling

Een groot deel van de productie gaat via Berkel en Rodenrijs naar Nederlandse telers. Daar worden de hommels ook gereed gemaakt voor de distributie overzee. Op Schiphol krijgen ze een vip-behandeling, zodat ze zo min mogelijk hoeven te wachten. De zojuist met een dekentje toegedekte hommels, worden straks op het vliegveld van Tokio in een eigen ruimte opgevangen. De geel-zwarte dikkerdjes worden zoveel mogelijk gepamperd. Hommels zijn inmiddels namelijk onmisbaar geworden voor de voedselproductie. "Zonder de hommel had de grootschalige glastuinbouw in Nederland nooit zo'n vlucht genomen", durft Peter Maes, directeur marketing van Koppert te stellen.

"Ruim twintig jaar geleden bestoven tomatenkwekers hun gewassen nog met de hand", vertelt hij. Tot Frans Baelus, een Belgische entomoloog in 1988 op het idee kwam om daar hommels voor te gebruiken. De voordelen bleken groot. Hommels zijn immers niet alleen goedkope arbeidskrachten die nooit vakantie nemen of ziek zijn, de vruchten die zij bestuiven hebben bovendien meer smaak. Door hommels bestoven vruchten geven namelijk meer signalen aan de plant en de wortels af om voedingsstoffen te produceren. Ook blijven er bijtsporen achter op de plant, een signaal voor de tuinder dat zijn plant bestoven is.

In een paar jaar tijd werd het kweken van hommels booming business. Maes: "Het spul werd echt uit je handen gerukt, en de prijzen liepen soms wel op tot 300 gulden voor een nestkastje." Dat leidde ook wel tot uitwassen. Sommige kwekers verkochten gerust wilde populaties. Ook sneuvelden er nogal wat volken in te warme vrachtwagens. Inmiddels is de markt voor hommels minder oververhit en zijn er strengere regels voor de kweek en het transport. De vraag blijft wel gestaag groeien. Door de groeiende wereldbevolking en de toenemende welvaart wordt de druk op de land- en tuinbouw groter. Bovendien kwakkelt die andere bestuiver, de bij, met zijn gezondheid.

"Bijen zijn noodzakelijk bij de bestuiving, maar het is complexer om die te kweken", weet Huvermann die zelf in zijn vrije tijd imkert. "Hommels hebben een levenscyclus van zo'n drie maanden. Ze lopen daardoor minder risico in aanraking te komen met ziekten en plagen uit de natuur, in tegenstelling tot bijen die continu in een open omgeving blijven en meerdere jaren meegaan. Daarom produceren hommels ook geen honing. Dit heeft weer als voordeel dat ze, in tegenstelling tot bijen, meer van stuifmeel houden dan van nectar."

Ook zijn hommels minder agressief dan bijen en kunnen ze beter vliegen onder overkappingen en bij slecht weer. "Toch blijven bijen onmisbaar voor onze voedselproductie", stelt hij. "Verschillende soorten bestuivers vullen elkaar aan. Daarnaast verzamelen bijen stuifmeel, dat is weer nodig voor de hommelproductie."

Leefgebieden

Alle voordelen ten spijt, gaat het met de wilde hommel net als met de bij bergafwaarts. Zo'n 24 procent van de Europese hommelsoorten wordt met uitsterven bedreigd, waarschuwde natuurbeschermingsorganisatie IUCN onlangs. Door klimaatverandering en intensieve landbouw krimpen hun leefgebieden en is er minder voedsel voorradig. Zou het kweken van hommels en bijen een manier kunnen zijn om de populaties in het wild te herstellen?

"Die vraag is ons nog nooit gesteld", zegt directeur Maes. "Maar theoretisch moet het wel mogelijk zijn. Je moet dan wel beginnen met het aanpakken van de oorzaak. In sommige delen van China zijn door overmatig gebruik van bestrijdingsmiddelen en kunstmest alle bestuivers uitgestorven. Zolang de bodem niet is hersteld, heeft het weinig zin om daar nieuwe bijen- en hommelkolonies uit te zetten."

Hommels en bijen leggen immers het loodje door pesticiden. Dat heeft gek genoeg ook zijn positieve kanten. "De populariteit van de hommel heeft het gebruik van bestrijdingsmiddelen in Nederland verminderd", zegt Maes. "Telers merken namelijk meteen het verband tussen het spuiten met pesticiden en de hommelsterfte in hun kas. Daar schrikken ze van."

Van komkommerteler naar beestjeskweker

Het bedrijf Koppert uit Berkel en Rodenrijs heeft zijn roots in de komkommerteelt. Vader Jan Koppert legde eind jaren zestig de basis voor dit miljoenenbedrijf. Net als andere komkommertelers in die tijd hanteerde hij regelmatig de gifspuit om van spint en andere plaaggeesten af te komen. Koppert bleek echter allergisch voor het gif en ging op zoek naar alternatieven. Zwitserse onderzoekers gaven hem het advies roofmijten te gebruiken. Dit idee van biologische gewasbescherming hebben hij en zijn zoons verder uitgebouwd. Ook verkopen ze inmiddels schimmels en bacteriën die planten helpen voedsel beter op te nemen en hun weerstand vergroten. Het bedrijf is een van de finalisten voor de jaarlijkse verkiezing van Entrepeneur of the year van Ernst & Young. Die finale vindt op 4 oktober plaats.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden