De Holocaust-knuppel

Eén op de vijf Duitsers neigt naar antisemitische vooroordelen. Joden leiden in Duitsland nog altijd geen ontspannen bestaan. Maar ze zijn weerbaar. Al roepen ze daarmee soms weer nieuwe irritaties op.

De Beckerstrasse ligt in een nette, betrekkelijk rustige wijk in het Berlijnse stadsdeel Steglitz. Op een avond, afgelopen augustus, werd de buurt opgeschrikt door een onverwachte gewelddaad. Daniel Alter, een 53-jarige rabbijn met een keppeltje op, liep met zijn twee dochtertjes door de straat op weg naar huis toen hij werd aangesproken door vier jongeren met een Arabische achtergrond.

"Ben jij Jood?" vroeg een van hen. Alter bevestigde dat. De jongeren vielen hem toen van voren en van achteren aan en sloegen hem in elkaar. Zijn oudste dochtertje werd seksueel beledigd en bedreigd. Alter belandde in het ziekenhuis, waar hij aan zijn gebroken jukbeen werd geopereerd. De zwaar geschokte meisjes zijn sindsdien in therapie. De daders zijn nog altijd voortvluchtig.

Alter is diep geschokt. Hij groeide op in Frankfurt, waar na de oorlog het Joodse leven het eerst weer tot bloei kwam. Naar eigen zeggen is hij daar nooit antisemitisch bejegend. Hij behoort tot de eerste lichting rabbijnen die in Duitsland zelf is opgeleid, een teken van de wedergeboorte van de Joodse cultuur. De laatste jaren in Berlijn is hij echter steeds vaker verbaal beledigd. "Dat behoort inmiddels tot het leven van alledag", zegt hij.

Voor Alter vormen vooral jongeren met een islamitische achtergrond een probleem. "Er zijn wijken in Berlijn", beweert hij in een gesprek met de buitenlandse pers, "die zijn voor mensen zoals ik no-go-areas. Er zijn straten en wijken waar de grondwet niet meer geldt. Die jongeren daar breng je met betere voorlichting niet meer op andere gedachten. Dat ligt anders bij de 25 procent van de Duitsers die volgens wetenschappelijk onderzoek latent antisemitisch zijn."

Alter haalt de meest pessimistische studie aan. Onder wetenschappers is het percentage van 20 procent meer gangbaar. Dat percentage is al decennia hetzelfde. Het komt voort uit onderzoek naar vooroordelen. Zo antwoordt circa 16 procent van de Duitsers met ja op de vraag of Joden verhoudingsgewijs veel macht hebben of extra rijk zijn. Clichébeelden die onder omstandigheden in manifest antisemitisme kunnen omslaan.

Ook het manifeste antisemitisme, gemeten aan het aantal strafbare feiten met een antisemitisch karakter, is al vele jaren constant; het nam de afgelopen twee jaar zelfs iets af. Gewelddaden als tegen rabbijn Alter komen weinig voor; in Berlijn in 2010, 2011 en 2012 telkens één keer. Veruit de meeste strafbare feiten worden gepleegd door rechts-extremisten; het aantal daders met een islamitische achtergrond neemt echter toe.

De Duitse samenleving reageert gevoelig op antisemitische incidenten. Na de aanslag op rabbijn Alter spraken politici van alle partijen hun afschuw uit. Ook uit de bevolking kwamen meteen solidariteitsbetuigingen; de aardigste was een flashmob op de Kurfürstendamm, waar na een Facebook-oproep ruim honderd Joodse en niet-Joodse mensen met een keppeltje op verschenen. "Prima hoor", vindt Alter, "maar in een migrantenwijk als Neukölln had dat niet gekund".

Niet alleen voor manifest antisemitisme, ook voor latent antisemitisme is de Duitse samenleving gevoelig. Zelfs in gevallen waarin het helemaal niet zo duidelijk is of er van antisemitisme sprake is, reageert de publieke opinie met preventieve solidariteit. In het nu al maanden durende debat over besnijdenis wisten politici van alle partijen niet hoe snel ze een wet moesten beloven die de religieuze besnijdenis zou beschermen.

Voor een groot deel van de Joodse gemeenschap was de kwestie maar al te duidelijk. Antisemitisch was iedereen die begrip toonde voor de Keulse rechter die besnijdenis strafbaar achtte - want een inbreuk op de lichamelijke integriteit. Sterker nog, voor tal van Joodse woordvoerders was het debat als zodanig al antisemitisch, omdat het de kern van de Joodse identiteit ter discussie stelde en daarmee het bestaansrecht van de Joodse gemeenschap.

De taal waarin onder meer de Centrale Raad voor de Joden in Duitsland de strafbaarstelling van de besnijdenis door de Keulse rechtbank veroordeelde, was soms drastisch. Men sprak van de 'zwaarste aanslag op het Joodse leven sinds de Holocaust'. Sommige Joden voelden zich herinnerd aan de vervolgingen in de Middeleeuwen. Anderen uitten twijfels of ze nog wel welkom waren in Duitsland en of ze niet massaal het land moesten verlaten.

Juridisch gezien ging het debat over drie principes uit de grondwet waaraan onmogelijk tegelijk kon worden voldaan. Het ging om de vrijheid van godsdienst, het recht op lichamelijke integriteit en de vrijheid van ouders om hun kinderen naar eigen inzicht op te voeden. Welk standpunt men ook innam, telkens sneuvelde minstens één van die drie principes. Het resultaat was dat de lichamelijke integriteit het aflegde tegen geloof en gezin.

Het wetsvoorstel dat het kabinet-Merkel in ijltempo fabriceerde, hield een salomonsoordeel in. Om niet de indruk te wekken dat de Joodse gemeenschap een uitzonderingspositie geniet, stelt de wet voorwaarden aan de bescherming van de lichamelijke integriteit. De besnijdenis moet onder medisch toezicht en zo pijnvrij mogelijk plaatsvinden. Van Joodse zijde stelde men tevreden vast dat Duitsland daarmee zijn beschadigde imago in de wereld had gered,

Het debat over besnijdenis heeft in Duitsland een wat laffe smaak achtergelaten. Iedereen die het met de beste bedoelingen opnam voor het welzijn van het kind, voelde zich in de antisemitische hoek gedrukt. Ze werden vaak op één lijn gesteld met echte antisemieten die vooral op het internet het debat aangrepen om op Joden te schelden. Jonge, liberale Joden die aan het nut van de besnijdenis twijfelden, voelden zich genoopt hun twijfels in te slikken.

Het is alsof de spanning die het samenleven van Duitsers en Joden sinds de Holocaust kenmerkt, maar niet afneemt. Nog altijd schiet de verhouding tussen beide bevolkingsgroepen bij elk incident weer in een kramp. Joodse woordvoerders slagen er keer op keer in de Duitsers het gevoel te geven op eieren te lopen. Bij elke misstap maken Duitsers kans op een klap met de 'Holocaust-knuppel', zoals dat is gaan heten.

Op eieren loopt ook elke Duitser die kritiek heeft op de Israëlische politiek. Voor de Centrale Raad is loyaliteit met de staat Israël het hoogste gebod. Ooit moest een bestuurslid aftreden omdat hij de Israëlische inval in Libanon kritiseerde.

Het gebod van absolute loyaliteit heeft ook de Duitse politiek zich eigen gemaakt. De erkenning van Israëls bestaansrecht behoort tot de Duitse staatsbeginselen, luidt de formule die bondskanselier Angela Merkel eens bezigde.

Vandaar dat de Centrale Raad niet eens zelf in actie hoefde te komen toen de schrijver Günter Grass in een gedicht Israël een gevaar voor de wereldvrede noemde. En als de Israël-kritiek subtieler is, zoals in de bewering van de journalist Jakob Augstein dat het Arabische protest tegen de recente, omstreden Mohammed-film Israël goed van pas komt, is daar altijd nog de nar van de Joodse gemeenschap, publicist Henryk M. Broder, om Augstein voor 'loepzuivere antisemiet' uit te maken.

De Joodse gemeenschap in Duitsland is klein begonnen. De Joden die zich na de oorlog in Duitsland vestigden, woonden niet alleen op schuldige bodem, ze werden ook nog door de zionisten in Israël vervloekt. In hun betrekkelijke isolement ontwikkelden ze een sterk zelfbewustzijn. Hun Centrale Raad streefde met succes naar erkenning door en verzoening met de autoriteiten in de Bondsrepublikein.

Toen na de val van de Muur tienduizenden Joden uit het Oostblok naar Duitsland kwamen, groeide het aantal Joden tot boven de 100.000. Nog altijd een kleine minderheid. Maar haar schrille stem heeft er toe bijgedragen dat op antisemitisme in Duitsland een zwaar taboe rust. De naoorlogse geschiedenis mag wemelen van de antisemitische incidenten, juist door het, vaak opzettelijk irriterende optreden van de Centrale Raad bléven het incidenten.

De Duitsers hebben dat taboe inmiddels stevig verinnerlijkt. Bewoners van de Berlijnse wijk Steglitz hadden geen Centrale Raad van de Joden meer nodig om tegen een dubieuze straatnaam actie te voeren. Meer dan 65 jaar na de oorlog sneuvelde eindelijk de naam 'Treitschkestrasse'. De historicus Heinrich von Treitschke sprak anderhalve eeuw geleden de omineuze woorden: "De Joden zijn ons ongeluk!"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden