De Hollandse School moet zelf in de leer

Nederland heeft geen trainers meer in het internationale topvoetbal. Oud-trainers bepleiten aanpassingen, tactisch en fysiek. 'Wij mogen van onszelf niet op resultaat spelen.'

Toen Galatasaray, de Turkse club van Wesley Sneijder, onlangs een nieuwe trainer zocht, werden Guus Hiddink en Dick Advocaat bij de kandidaten genoemd. Maar de keuze viel op de Italiaan Roberto Mancini. "De status van een speler kan daarbij ook van belang zijn", zegt oud-trainer en analist Aad de Mos. "Als Sneijder goed was geweest, wat hij niet is, had dat voor een Nederlander kunnen helpen."

Het Nederlandse voetbal beleeft moeilijke tijden en in lijn daarmee is de Nederlandse voetbaltrainer niet meer in trek. Lang werd de opleiding geprezen en heetten Nederlandse trainers een goed exportproduct - in het kielzog van de uithangborden: naast Hiddink en Advocaat ook Leo Beenhakker en Louis van Gaal.

"De wereld ziet ons nog steeds als goede opleiders", zegt directeur Gerard Marsman van de CBV, de belangenvereniging van de profcoaches. Er zijn nog ruim honderd Nederlanders overal ter wereld werkzaam, veelal in academies of jeugdopleidingen. "Wij leveren docenten af in C-landen", werpt De Mos tegen. "Een oud-trainer van Ter Leede - ik had nog nooit van hem gehoord - gaat nu weer in China vertellen hoe het moet. Maar trainers voor het topvoetbal hebben we niet."

In het clubvoetbal gaan nationale ploegen sinds jaar en dag op identieke en voorspelbare wijze onderuit, als de klinische tegenstand in kracht toeneemt. De CBV ziet desondanks geen reden te tornen aan de opleiding, en de offensieve beginselen daarvan. "We moeten bij onszelf blijven", vindt Marsman. "We hebben alleen nog maar papegaaientrainers", sneert De Mos. "Ooit heeft Cruijff het positiespel uitgevonden en het is later uitgemolken door Van Gaal. Iedereen wil dat nabootsen: 4-3-3, vleugelspelers, aanvallende centrumverdedigers - ook bij, pak 'm beet, PEC en MVV."

Zonder aanpassingen aan de zakelijker internationale mores ziet De Mos weinig heil voor het Nederlandse voetbal. "Er is bij ons maar één weg naar Rome, maar zo is het natuurlijk niet. Kijk hoe AC Milan in de eerste helft tegen Ajax speelde, controlerend zonder in de problemen te komen, kijk naar Atletico Madrid. Wij zijn star, niet creatief genoeg."

De Mos refereert aan de late strafschop, afgelopen dinsdag, van Milan. Spits Balotelli buitte leep uit dat hij door Ajax-verdediger Van der Hoorn werd vastgehouden. "Dat je niet tegen zo'n spits moet gaan hangen, weten wij niet", zegt De Mos. "Op de cursus worden alleen maar positiespelletjes gegeven."

Oud-trainer en -docent Foppe de Haan bepleit koerswijzigingen op vooral het fysieke vlak. In Nederland leeft al lang de gedachte dat met oefeningen met de bal ook genoeg conditionele inhoud kan worden gekweekt. Maar voor de vergaande fitheid van de tegenwoordige topvoetballer is méér vereist, doceert De Haan.

"Ik gaf een demonstratietraining in Florence, gericht op snelheid", vertelt hij. "Een balvorm waarin spelers ook moesten sprinten. Een Italiaan zei me naderhand dat ze op die manier nooit voluit zullen sprinten, omdat ze zich óók concentreren op de pass die ze moeten geven. Bij sprinttrainingen in Italië sprinten ze ook echt, zonder bal. Ronald Koeman vertelde me ooit dat het in Spanje ook zo ging. Het is niet leuk, maar het is nodig. Jaren geleden waren we bij Heerenveen al bezig met gerichte krachttraining, maar daarin blijven we toch speels in Nederland."

Mede daardoor zitten de jongere Nederlandse trainers, oud-spelers van een nieuwe generatie, in een spagaat. Ze zouden in de toekomst nieuwe uithangborden kunnen zijn: Frank de Boer (Ajax), Ronald Koeman (Feyenoord), Phillip Cocu (PSV) en Marco van Basten (Heerenveen). Maar in het buitenland wordt naar prestaties gekeken, weet voorman Marsman van de belangenvereniging van de coaches. En juist prestaties zijn in de internationale arena niet of nauwelijks meer te leveren met de onervaren Nederlandse clubs, waarbij De Boer soms ook zichzelf in die spagaat lijkt te verstrikken door de vastgeklonken speelwijze het meest nadrukkelijk voor te staan.

Maar in het geval van deze voormalige topvoetballers zou ook hun naam de deur naar het buitenland nog kunnen openen. "De Boer heeft al een aardige palmares. Hij plaatst zich steeds voor de Champions League. Dát wordt gezien in het buitenland", zegt De Mos. De Haan maakt Van Basten in Friesland van nabij mee. "Als hij morgen zegt dat hij bij Heerenveen vertrekt, staan ze voor hem in de rij. Marco is erg praktisch, hoor. Die gaat in het buitenland echt niet blind op z'n Nederlands voetballen. De Boer moet zich toch houden aan wat Cruijff wil. Tja, dat is zoals het is."

De Mos zucht. "Buitenspelers - het is allemaal leuk en aardig, maar het is niet meer te belopen als je door een tegenstander met twee rijtjes van vier wordt opgewacht."

Dat geldt voor de top. Hoe moet dat zijn in al die uithoeken van de wereld? In de fase van zijn carrière waarin hij nog even wat groot geld meepikte, heeft Co Adriaanse in Katar verteld dat ze er met drie spitsen moesten gaan spelen, en dat ze moesten 'doordekken', zeg maar aanvallend verdedigen. Wim Rijsbergen was zo'n minder gerenommeerde trainer die na een bescheiden carrière in Nederland overal en nergens verzeild raakte, van Saoedi-Arabië tot Indonesië. Hij kan ook smakelijk om zijn avonturen lachen, ter relativering van het vaak zo gewichtig gebrachte zendingsidee van de Nederlandse voetbalidealen. "Je moet de zonnige kanten van het leven zien, en je moet veel door de vingers kunnen zien", zegt hij.

De WK-finalist van 1974 zag op de grote wereldbol snel de betrekkelijkheid in van de zogenoemde Hollandse School, de leer van het aanvallende speltype. "Ik zat in Mexico met Leo Beenhakker. Daar hebben we wat spelers naar het nationale team gebracht. In Saoedi-Arabië werd ik in een van de vele competities kampioen met een jong team. Dat zijn leuke dingen. Maar het gebeurde ook dat je ergens 35 man voor je neus kreeg en dat je de bal maar in de lucht gooide om te kijken wie er een beetje fatsoenlijk kon trappen. Je moet je aanpassen. In Indonesië kan ook Gertjan Verbeek zijn zin niet doordrijven, hoor. Dan is hij binnen twee dagen weg."

Zo zou ook op een hoger plan meer flexibiliteit in de Nederlandse houding gewenst kunnen zijn. Foppe de Haan, in het vorige decennium werkzaam bij de KNVB, memoreert dat oud-topspeler Matthias Sammer als de toenmalige technisch directeur van de Duitse voetbalbond een kijkje kwam nemen in de keuken van Zeist, waar de opleiding toen nog hoger stond aangeschreven. Met het veelvoud aan middelen van een groter land zette Duitsland zijn achterstand om in een onoverbrugbare voorsprong. Zo zou het lang eigenwijze Nederland nu over de grens moeten kijken, vindt De Haan. "Langzamerhand is die intentie er wel", denkt hij. "Ik weet dat KNVB-mensen al in Portugal en Spanje zijn geweest."

Aad de Mos bezoekt over de hele wereld eindtoernooien bij de jeugd. "Ik wil weten hoe andere landen spelen, hoe ze zich tactisch in andere werelddelen ontwikkelen", zegt hij. Zijn tussenbalans: "Wij mogen van onszelf niet op resultaat spelen en landen als Brazilië, Nigeria en Ivoorkust gaan ons bij de jeugd inhalen."

Als bondscoach Van Gaal maar blijft zeggen dat de Nederlandse eredivisie door toedoen van onze trainers vooral tactisch van een verantwoord niveau is, wat vindt De Mos daar dan van? Na een stilte: "Dat zal hij zeggen voor het zelfvertrouwen van de spelers. Aan de onpeilbare uitslagen is het niet af te zien."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden