De Hollandse leegte

Schilders krijgen maar geen genoeg van het Hollandse landschap. Een tentoonstelling in De Hallen toont hoe schilders de lege weilanden onder het afwisselende wolkendek de afgelopen 150 jaar verbeeldden.

Horizon na horizon zie je op de tentoonstelling 'Zó Hollands' in de Haarlemse Hallen. Wie deze tentoonstelling van Hollandse landschappen sinds 1850 bezoekt, beseft dat een Hollandse landschapsschilder als eerste moet besluiten waar hij de scheiding tussen lucht en land, tussen wolken en weide, zal plaatsen. Of hij nu een waarheidsgetrouw polderlandschap schildert of een expressionistische reactie op de kleurenrijkdom van de Hollandse luchten.

Boven en onder die horizontale lijn heerst de leegte: een lucht met een enkele vogel, een weide met een sloot en wat koeien. Heel wat anders dan de Engelse, Duitse of Italiaanse landschappen waarin bergen, ruïnes en bosschages overheersen.

Maar wát een ruimte biedt die leegte! Wie de horizon hoog plaatst, zoals Geesje Mesdag, kan de door weiland omgeven plas tot in het oneindige laten stromen. Wie de horizon laag plaatst, kan, zoals Johan Barthold Jongkind deed, een molen groot tegen de lucht af laten tekenen.

Bovendien is bij veel schilders in de lucht net zoveel te zien als op het land. Kijk maar naar de luchten van Jan Hendrik Weissenbruch, die dan weer rustig en zonnig, dan weer dreigend en duister zijn. De lucht bepaalt het schilderij, vond hij. 'Schilders kunnen nooit genoeg naar de lucht kijken. Wij moeten het van boven hebben.'

In eerste instantie mag het lijken of boven de horizon het blauw, grijs en wit heersen en eronder het groen en bruin. Zeker de schilders van de Haagse school - ook wel grijze school genaamd - lijken het van deze kleuren te moeten hebben. Maar wie beter kijkt ziet dat zelfs deze schilders zich te buiten gaan aan kleurrijke luchten en sloten.

Zo hangt er van Willem Maris 'Koeien aan de plas': een witte en een bruine koe op de grens tussen weiland en sloot. De koeien baden in een roze licht. De witte koe heeft geel met zwarte vlekken, in de sloot schemert het roze en oranje. Ook de nachtelijke luchten van Jongkind zijn, behalve grijs en zwart, paarsblauw of donkerroze en -rood gekleurd door het maanlicht.

Latere schilders haalden in de twintigste eeuw al die kunstig ineengevlochten kleuren uit elkaar. Jan Toorop bouwde een weiland op uit roze, gele en blauwe streepjes, Jan Wolkers koos voor stipjes in blauw, paars, wit, groen en alle tussenliggende kleuren. Bij Edgar Fernhout lopen de wit-blauwe en groen-blauwe horizontale streepjes eindeloos in elkaar over, de horizon zorgt voor het enige breukvlak.

Jan Voerman gaf de etherische lucht en de weerspiegeling ervan in de IJssel zó weer dat het schilderij bijna doorzichtig lijkt. Jan Sluijters daarentegen kleurde de lucht felgroen, de aarde eronder rood, roze en blauw.

Het bijzondere van deze goed opgezette tentoonstelling, samengesteld door conservator Antoon Erftemeijer, is dat zowel de overeenkomsten als de verschillen in werkwijze van schilders uit uiteenlopende perioden goed te zien zijn. Aan de hand van het Hollandse landschap toont de tentoonstelling hoe latere schilders op de eerdere voortborduren.

Zo is een belangrijk verschil met de Haagse school dat expressionistisch werkende schilders kleuren explicieter gebruiken. Maar na het zien van hun werk ga je het kleurgebruik in de realistischer werken uit de Haagse school beter opmerken.

Ook het abstracte werk van hedendaagse kunstenaars laat zich moeiteloos verbinden met eerdere kunstperiodes. De horizonten van Jan Dibbets verwijzen direct naar die van Roelofs en Van Maris, de foto's van populierenlanen van Ger Dekkers doen je terugkijken naar de populieren van Anton Mauve.

Het verst daarin gaat Han Singels, die een foto maakte van een paar koeien aan de waterkant, naast en in een weiland met een wilg en onder een grijs-wit-blauwe lucht met hier en daar roze tinten. Sprekend een werk van de negentiende-eeuwse Willem Roelofs. Je kunt deze Roelofs bewonderen om zijn levensechte schilderen en Singels om zijn bijzonder schilderachtige fotograferen.

Hoewel er ook hedendaagse kunstenaars zijn die het landschappelijke benadrukken - zoals bij de fascinerende omgekeerde knotwilgen van Sjoerd Buisman of de bollenvelden van Gerco de Ruijter - is de horizon bij de meesten het scharnierpunt. Zoals 'Gezicht op Haarlem' - een typisch zeventiende-eeuws onderwerp - van Ger van Elk (2001), bestaande uit twee perspex platen met foto's met de horizon als scheidslijn.

Het Hollandse landschap blijkt generatie na generatie op dezelfde manier te inspireren. Het leuke van deze tentoonstelling is dat je na afloop voortdurend naar de horizon wil kijken, om te zien of die in het echt net zo intrigeert als op de schilderijen.

Zó Hollands - Ons landschap in de kunst sinds 1850, t/m 11-09-2011 te zien in De Hallen in Haarlem. www.dehallen.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden