'De Hollander is zuinig op zijn geld, zijn grond en zijn emoties'

Sinds de troonrede, waarin koningin Beatrix het woord armoede in haar mond nam, zag menig bijstandsgerechtigde zijn doopceel gelicht en budget doorgeplozen door krant, radio en televisie. Op de vraag 'Hoe kunt u hier van rondkomen?' luidde het antwoord dat dit niet kan, en dat er schulden zijn opgebouwd of dat het net lukt met zuinigheid en hulp van vrienden en familie. Luxe is er niet bij. Sociaal isolement dreigt, volgens Elsevier.

MARIAN FIX

Ruud Muffels, hoogleraar aan het Tilburg Institute for Social Security Research, doet al jaren onderzoek naar armoede. “Armoede duurt in Nederland niet zo lang”, luidt zijn conclusie in Elsevier. “Veruit de meeste armen weten binnen een paar jaar weer aan hun slechte situatie te ontkomen.” Uit het binnenkort te publiceren rapport Armoede, bestaansonzekerheid en relatieve deprivatie blijkt dat tussen 1985 en 1991 zeventig procent van de armen 'ontsnapte'. “Bijna niemand”, zegt Muffels, “verblijft langer dan vier jaar in armoede. Langdurige armoede komt in Nederland bijna niet voor.” De hoogleraar heeft ook onderzoek gedaan naar de manier waarop armen ontsnappen uit hun situatie. “Werk vinden of meer uren kunnen gaan werken, is de beste manier.”

De ideeën van Muffels komen overeen met wat de Utrechtse socioloog Godfried Engbersen in Hervormd Nederland zegt. “In Nederland - een van de rijkste landen ter wereld - werd gezegd dat 15 tot 25 procent van de bevolking in armoede leefde. Dat is zwaar overdreven. Voor velen is de armoede bovendien tijdelijk. Maar de moderne armoede is blijven bestaan”, zegt Engbersen. “Voor de harde kern van de armen is de armoede blijvend, vooral voor wie langer dan vijf jaar in de bijstand zit. Het ontbreekt echter nog steeds aan een structureel anti-armoedebeleid dat een poging waagt de maatschappelijke positie van velen aan de onderkant te verbeteren. Er moet meer nadruk komen op werk en op onderwijs.”

Ook Kees Tinga, lid van de werkgroep 'De arme kant van Nederland', komt aan het woord. Volgens hem moet de rijke kant van het land zijn verantwoordelijkheid voor het bestaan en het bestrijden van armoede erkennen.

De Rotary in Helmond, zo blijkt in HP/De Tijd, probeert op haar manier een steentje bij te dragen en deelt kerstpakketten uit aan de armen. Rotary-clublid A. Dingen, register-accountant van beroep, vertelt: “En dan lever je zo'n doos ergens af en dan zie je bij de voordeur al hoe bitter hard de mensen het nodig hebben. Ik neem mijn zoon altijd mee: ziet hij ook eens hoe andere mensen moeten leven. Af en toe heb ik de neiging meteen maar drie pakketten achter te laten. Een vrouwtje alleen, vier kinderen, de man vertrokken. . . Eenzame mensen die niet durven opendoen en van wie de buren zeggen dat ze hen nooit spreken. . . Als je ziet hoeveel goed je doet. . . Je komt thuis, je zakt neer op de bank, je laat de televisie uit en je overdenkt wat je hebt meegemaakt, zoveel blijdschap, verrassing en dankbaarheid - het geeft een enorme voldoening.”

In hetzelfde blad weet Hans Righart te vertellen dat het geven ons in de genen zit. Wij zijn het gulste volk ter wereld en dat willen we graag weten. Als ergens nood is, honger wordt geleden of een medemens anderszins onrecht wordt gedaan, rollen ook al snel de Nederlandse knaken.

Of het nu gaat om Rwanda, Roemenië, Somalië, Rusland, Polen of ons eigen rivierenland. Nederland trekt de portemonnee en gééft, jaarlijks zo'n twee miljard. Het recept van de bedelshows is bekend: benodigd zijn een schrijnend in beeld gebrachte portie kinderleed en een blik bekende Nederlanders; vervolgens hure men een 06-lijn en een gironummer en. . . kassa!

Dit valt niet te rijmen met het beeld dat de in Nederland wonende Fransman Solange Leibovici in De Groene Amsterdammer van zijn landgenoten schetst. Hoewel hij hier volgens eigen zeggen thuishoort en niet meer terug wil -“Daarbij heb ik in de loop der jaren zoveel premies en belasting betaald dat ik daar enige rechten aan mag ontlenen”- noemt hij zuinigheid de wortel van alle typisch Hollandse eigenschappen. “De Hollander is zuinig op zijn geld (op is op), zijn grond (vol is vol) en zijn emoties. Hij leent niet uit en geeft niet graag weg, ook niet zichzelf, hij houdt meer van krijgen en verdienen. En mag hij eens per jaar met Koninginnedag echt plezier hebben en uit z'n bol gaan, dan weet de ene helft van de natie niets anders te bedenken dan een kleedje op straat te leggen om daarop half vergane spullen te verkopen, terwijl de andere helft op zoek gaat naar interessante transacties. Lol maken is hier met geld verbonden en dus een serieuze zaak, waar kinderen al zeer vroeg in worden getraind.”

'Wat gebeurt er met kinderen in een oorlog', is de vraag die in Vrij Nederland wordt gesteld. In een 32 pagina's tellende bijlage komen mensen aan het woord die in hun jeugd de tweede wereldoorlog meemaakten of kind waren in een andere oorlog en nu in Nederland wonen. “Voor beide groepen geldt dat ze meer aandacht verdienen dan ze tot nu toe hebben gehad”, schrijft Marja Vuijsje.

Aan het woord komt onder anderen Els Borst-Eilers, minister van volksgezondheid, welzijn en sport. “Mij was verteld dat Hitler altijd zo aardig was met kinderen. Dat hij ze vaak op zijn schoot zette om er een praatje mee te maken. Ik stelde me voor hoe ik ook een keer door hem op schoot zou worden genomen. Met een groot keukenmes dat ik stiekem van huis had meegenomen, zou ik hem dan doodsteken. Ik wist heel goed dat ik dat zelf niet zou overleven, maar dat kon me helemaal niets schelen want in ieder geval zou die oorlog dan voorbij zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden